Beethoven, zijn oproerige geest

Na de Zesde en de Zevende symfonie in Rotterdam van John Eliot Gardiner en een Zevende symfonie in Amsterdam van Jaap van Zweden vorige maand, voltooide Philippe Herreweghe in Amsterdam met de Achtste en de Negende Symfonie een toevallig ontstane halve Beethovencyclus. Het zou goed zijn weer eens een complete Beethovencyclus te brengen met een echt interessante dirigent. En dat is Philippe Herreweghe bij uitstek als hij staat voor zijn Orchestre des Champs-Elysées.

Het orkest produceert een `authentieke' martiale Beethovenklank met ouderwets schallend koper, een oude trommel uit het Legermuseum en pauken die nog zijn rondgesjouwd door een paukenpaard.

Maar al volgt Herreweghe de originele partituren nauwgezet na, het belangrijkste is dat Herreweghe niet probeert de noten van Beethoven technisch volmaakt te reproduceren. Instrumentale perfectie en balans zijn al door Karajan bereikt. Herreweghe laat Beethovens revolutionaire geest laat horen, zijn energie en zijn visionaire elan.

Ruig, roerig en vaak opstandig klinkt deze Beethoven, door Herreweghe soms gedirigeerd met gebalde vuist. Herreweghe herschept de ware Beethoven, de componist mag zijn eigenzinnige gang gaan. Veel van de overbekende Beethoven klinkt bij Herreweghe volkomen anders, dringender en dwarser. Het is al luisterend vaak zoeken naar de bekende melodieën. Het Allegretto scherzando in de Achtste symfonie lijkt zelfs een deel uit een ballet van Tsjaikovski. De felle fagotten hitsen in het Allegro vivace het orkest op.

In het Allegro van de Negende symfonie laat Herreweghe bijna net zo'n 20ste eeuws klankveld horen als Chailly in de late Mahler ontdekte. En soms is deze Beethoven ook nog heel mooi, zoals het Adagio molto e cantabile uit de Negende, waarvan het opgetogen slotkoor Alle menschen werden Brüder klinkt als de enig mogelijke afsluiting van de herdenking van zestig jaar bevrijding.

Concert: Orchestre des Champs-Elysées, Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe m.m.v. Anna Korondi, Christianne Stotijn, Benjamin Hulett en Michael Volle. Gehoord: 11/5 Concertgebouw Amsterdam.