Zorgen over groeiverschil eurolanden

De ministers van Financiën van de eurozone zijn erg bezorgd over de toenemende verschillen in economische prestaties van de eurolanden. De verschillen bemoeilijken een monetair beleid dat voor alle eurolanden gunstig is. Zo kan de rente die de Europese Centrale Bank (ECB) vaststelt, te hoog worden voor landen met een lage inflatie.

De twaalf ministers van de eurozone bespraken gisteren op een informele bijeenkomst de economische situatie. De Luxemburgse voorzitter Juncker sprak van ,,zeer serieuze verontrusting'' over de prestatieverschillen. De ECB toonde zich deze week ook al bezorgd.

Statistiekbureau Eurostat presenteerde gisteren de groeicijfers voor het eerste kwartaal van dit jaar. Duitsland doet het met een groei van 1 procent ten opzichte van het vorige kwartaal goed, maar onder meer Italië (min 0,5 procent) en Nederland (min 0,1 procent) blijven achter. Ook het CBS meldde gisteren een negatieve Nederlandse kwartaalgroei. Minister Zalm toonde zich in de marge van de EU-bijeenkomst ,,verrast''. Maar volgens hem zijn er geen negatieve gevolgen voor de schatkist. ,,Aan de inkomstenkant zijn er geen tekenen van teruggang.''

Juncker kondigde aan dat de Europese Commissie volgende maand met een studie komt naar de oorzaken van de prestatieverschillen tussen eurolanden. Het gaat om verschillen in groei, groeisamenstelling en productiviteit. In sommige landen (waaronder Nederland) blijft het vertrouwen van consumenten en investeerders achter, terwijl het in andere landen stabiliseert of toeneemt.

Juncker onderstreepte dat er moeilijkheden kunnen ontstaan voor het monetaire beleid van de ECB, die het rentetarief pleegt af te stemmen op de gemiddelde inflatie in de eurozone. Dit kan volgens Juncker problemen veroorzaken voor de ,,meest gedisciplineerde'' landen met een lage inflatie. De toenemende prestatieverschillen onderstrepen volgens hem het belang van een goede beleidscoördinatie. Juncker wees erop dat de EU-lidstaten in het kader van de Lissabon-strategie ter versterking van de economie in oktober nationale actieplannen moeten opstellen.

Eurocommissaris Almunia (Economische en Monetaire Zaken) sprak van ,,gemengde gevoelens'' bij de Eurostat-cijfers. Hij had het over ,,goed nieuws'' over Duitsland, maar ,,slecht nieuws'' over Italië en Nederland. De voorspelde 1,6 procent groei voor de eurozone in 2005 wordt bevestigd door de Eurostat-cijfers, maar de negatieve risico's zijn volgens Almunia nu ,,veel belangrijker''. Hij wees onder meer op de hoge olieprijs.