WTO-topman kandidaat van rijk en arm

Het waren harde woorden, getoonzet door verbittering. Net terug van een faliekant mislukte conferentie van handelsministers in de Mexicaanse badplaats Cancún, karakteriseerde Pascal Lamy in september 2003 de Wereldhandelsorganisatie (WTO) als een ,,middeleeuwse organisatie''. Een kleine twee jaar later zal de 58-jarige Fransman als `kasteelheer' zijn intrek nemen in het WTO-gebouw in Genève.

De 148 lidstaten van de organisatie bereikten gisteren de voorgeschreven consensus over de benoeming per 1 september van de voormalig Europees Commissaris voor handel tot vijfde directeur-generaal van de WTO, voor een periode van zes jaar. Dat gebeurde nadat zijn Uruguayaanse tegenstrever, Pérez del Castillo, zich gistermiddag terugtrok als laatste van de drie andere kandidaten voor de opvolging van de huidige Thaise WTO-topman, Supachai Panitchpakdi. Eerder gaven de Braziliaan Luiz Felipe de Seixas Corrêa en de Maurititaan Jaya Krishna Cuttaree de strijd op toen bleek dat zij niet op voldoende steun van de lidstaten konden rekenen.

De harde woorden destijds over het instituut waarvan hij nu de baas wordt, houden ook de belofte in van een verandering in de manier van opereren van de WTO onder Lamy. Het mandaat dat de Fransman meekrijgt, onderstreept die indruk. Zijn voorganger Supachai Panitchpakdi – die overstapt naar de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling UNCTAD – heeft een termijn van slechts drie jaar gekregen: het resultaat van een bikkelharde strijd tussen ontwikkelingslanden en de westerse wereld (met name de VS) over de toppositie bij de WTO. De andere helft van de destijds gebruikelijke termijn van zes jaar (nu vier jaar) werd ingevuld door de Nieuw-Zeelandse oud-premier Mike Moore, de toenmalige kandidaat van de rijke landen.

Lamy, zo lijkt het, was de kandidaat van rijk én arm. Weliswaar vertegenwoordigde hij als Handelscommissaris de belangen van de Europese Unie, maar in die hoedanigheid maakte hij zich ook sterk voor de ontwikkelingslanden. In niet geringe mate is de huidige handelsronde, de Doha Ontwikkelingsagenda, met zijn accent op kansen voor ontwikkelingslanden het resultaat van inspanningen van de EU en zijn toponderhandelaar. Dat verklaart ook de verbittering bij Lamy toen de confrentie in Cancún uiteindelijk toch bezweek onder noord-zuidtegenstellingen.

De mislukking van Cancún kwam volgens waarnemers voor een belangrijk deel voor rekening van de Verenigde Staten, die weigerden een duimbreed te wijken voor de eisen van vier Afrikaanse katoenlanden die de handelsverstorende Amerikaanse exportsubsidie aan de kaak stelden. Maar ook de EU – en dus Lamy – trof blaam. De Europeanen zouden in een poging de geesten rijp te maken voor een akkoord, met vergaande hervormingen van het Europese landbouwbeleid voorafgaand aan de conferentie hun belangrijkste onderhandelingstroef uit handen hebben gegeven. In Cancún viel er op het cruciale landbouwgebied niet veel meer weg te geven voor de EU. Daarmee was de indruk gewekt dat de EU niet wílde onderhandelen.

Nog steeds verkeert de Doha-ronde in een precair stadium. De noodzakelijke impuls voor een geslaagde ministersconferentie eind dit jaar in Hongkong moet uiterlijk deze zomer worden gegeven – voor het aantreden van Lamy dus. Maar de energieke en erudiete Fransman zal zeker niet stilzitten tot die tijd. Ook zal hij naar verwachting met plannen komen om de ingewikkelde en stroperige werkwijze van de WTO – alle besluiten moeten bij consensus genomen worden – te veranderen. Van Middeleeuwen naar Verlichting, zeg maar.

Pascal Lamy studeerde onder meer rechten en was werkzaam onder Jacques Delors toen die Frans minister van Financiën was en later ook als diens kabinetchef toen Delors voorzitter van de Europese Commissie was. Na een periode bij de bank Crédit Lyonnais werkte de socialist Lamy de afgelopen vijf jaar als Europees Commissaris voor handel.