Straatarm Ethiopië naar stembus

Ethiopië kiest morgen een nieuw parlement. Veel campagne is er niet gevoerd, maar de polarisatie is vooral tegen het eind van de campagnes groot. ,,Als wij niet winnen, is er gefraudeerd'', meent de oppositie al bij voorbaat.

Fresenbet Fransa wilde zijn hele leven lang al in de politiek. ,,Maar ik was bang en die vrees heb ik nu overwonnen. De verkiezingscampagnes verlopen dit keer in een behoorlijk vrije atmosfeer en daarom durf ik mee te doen'', zegt hij in de zuidelijke stad Awasa waar hij kandidaat staat voor de grootste oppositiecoalitie, de Coalitie voor Eenheid en Democratie (CUD).

Lof voor de Ethiopische regering van premier Meles Zenawi die de vrije campagnes tolereert, krijgt Fresenbet niet over zijn lippen. ,,We voerden onlangs een open debat met de regeringspartij. Prachtig. Maar na de discussie bedreigden soldaten me, ik moest mijn kandidatuur opgeven, anders zou ik niet lang meer leven.''

Op het eerste gezicht lijken de verkiezingscampagnes in Ethiopië zo dynamisch als stilstaand water. Er vinden nauwelijks verkiezingsbijeenkomsten plaats, posters ontbreken en alleen kinderen die hun vingers de lucht insteken met het overwinningsteken wijzen op de aanstaande parlementsverkiezingen. ,,We hebben geen geld om campagne te voeren'', klaagt Beyene Petros in de hoofdstad Addis Abeba. Hij is leider van de andere oppositiecoalitie, de Verenigde Ethiopische Democratische Bundeling (UEDF). ,,De Ethiopische politiek is nog erg onvolwassen. Zakenlieden durven onze campagne niet te financieren uit angst in ongenade te vallen bij de regering.''

De regeringspartij, het Ethiopische Democratische Revolutionaire Volksfront (EPRDF), kwam in 1991 na een lange verzetsoorlog in het noorden van het land aan de macht. De EPRDF-strijders namen die over van het communistische regime van de militair Mengistu Haile Mariam.

In de ogen van menige Ethiopiër waren ze echter door de verkeerde bevrijders bevrijd, want het EPRDF was al even bazig als Mengistu en bestaat goeddeels uit strijders afkomstig van de noordelijke regio Tigray. Tot vrije verkiezingen is het sinds 1991 dan ook niet meer gekomen. In 1995 boycotte de oppositie de gang naar de stembus en in 2000 werden tegenstanders van de regering vermoord of gevangen gezet. Het is daarom niet verbazend dat in het 547 zetels tellende parlement slechts 14 zetels door de oppositie werden bezet.

,,Het EPRDF heeft nooit serieus democratisering nagestreefd'', stelt Beyene Petros. ,,Bij de campagnes in 2000 werden acht van mijn partijgenoten vermoord en enkele medestanders zitten nog steeds gevangen. Die verkiezingen waren een oorlog tegen ons.'' Zonder schroom prijst Petros de regering van het EPRDF voor de nieuwe openheid, maar hij twijfelt aan het eerlijke verloop van de verkiezingsdag zelf: ,,De nationale verkiezingscommissie is niet onafhankelijk en het EPRDF koopt stemkaarten op om te frauderen. Mijn partijleden worden nog steeds gearresteerd.'' Waaraan hij met een cynisch lachje toevoegt: ,,Maar dit keer laat de regering ze wel weer snel vrij.''

In het uitgestrekte en moeilijk bereisbare Ethiopië sijpelen de schijnbaar goede bedoelingen van de top in Addis Abeba niet altijd door naar de stadjes en dorpen in de regio's. ,,Aan de oppervlakte lijkt alles in orde'', zegt Samson Yohannis van de CUD in Awasa, ,,maar de psychologie veranderde niet. Het EPRDF doet nog steeds alsof Ethiopië zijn eigendom is, het tolereert alleen maar een open debat omdat de donorlanden het willen.''

Ethiopië is uniek in Afrika. Het is de oudste staat van het continent met een eeuwenoude christelijke cultuur en een eigen schrift. Afgezanten van de feodale keizerrijken zetten in de afgelopen honderdvijftig jaar in het zuiden een bestuursstructuur op die gunstig afsteekt bij het overheidsapparaat in veel ongeregelde Afrikaanse staten.

Ethiopië is echter ook een van de armste landen ter wereld. Langs de geërodeerde weg van Awasa naar het uiterst zuidelijk gelegen Arba Minch staan in dorpjes regeringsgebouwen en ziekenhuizen. Er hebben zich ook buitenlandse noodhulporganisaties gevestigd, want de boertjes sterven nog steeds aan ziektes die elders op het continent al lang onder controle zijn gebracht. Ieder jaar moeten buitenlandse donoren miljoenen hongerenden voeden, want door de primitieve landbouwmethodes, overbevolking en erosie produceert Ethiopië veel te weinig voedsel. Het relatief sterkte overheidsapparaat is bovenal aangewend voor controle over de bevolking.

In het gammele kantoor van de CUD in Abra Minch vergaderen partijleden met victorietekens bedrukte T-shirts onder posters met afbeeldingen van gemuilkorfde Ethiopiërs. ,,Verandering is onze verkiezingsleuze'', vertelt parlementskandidaat Abraham Anega. ,,Na de val van Mengistu verwachtten we democratie. We willen persvrijheid, we willen mensenrechten, we willen vrijheid en ontwikkeling.'' Valt er dan niets goeds te melden over het EPRDF? Abraham sniert: ,,Wat de regering als beleid op papier heeft gezet is mooi, wat ze uitvoert is belabberd.''

Dan volgt de vuilspuiterij. De CUD-leden klagen over de uitbuiting van hun land door de noordelijke Tigreëers, over de communistische controle freaks van het EPRDF die de boeren geen landrechten willen geven, over honger.

Het EPRDF voerde in 1991 het zogenaamde etnische federalisme in waarmee het land werd opgedeeld in regio's op basis van stamafkomst. ,,Het etnisch federalisme dient om ons te verdelen zodat de Tigreëers kunnen heersen'', hekelt Abraham Anega. ,,Eenmaal aan de macht zullen wij de eenheid van Ethiopië herstellen.'' En hij besluit: ,,Het volk staat achter ons, als we niet winnen, is er gefraudeerd.''

De emoties blijken dus toch tot een zekere dynamiek te kunnen leiden bij deze verkiezingen. Daar had het EPRDF niet op gerekend en de regeringspartij lijkt zich dan ook zorgen te maken over de uitslag van de gang naar de stembus. De regering van Meles Zenawi zette de afgelopen dagen grof geschut in en beschuldigde op radio en televisie de CUD ervan ,,een genocide tegen de Tigreëers te willen.''

De angst voor wraak en geweld op en na de verkiezingsdag neemt toe. Een professor aan de universiteit van Abra Minch houdt een lang betoog waarom het EPRDF heeft gefaald en de tijd voor verandering is aangebroken. En hij besluit: ,,Toch ga ik op het EPRDF stemmen, anders komt er oorlog.''