Star Wars

Filmjournalisten trekken massaal naar het zuiden, naar Cannes. Albert Verlinde vertelt over zijn eigen strijd om de sterren

De internationale filmjournalistiek verzamelt zich dezer dagen in Cannes voor het grote festival waar onder anderen de laatste Star Wars-film draait, maar ik zal er niet bij zijn. Ik ben een beetje achterdochtig geworden voor interviews met Hollywoodiconen. Het klinkt altijd heel aanlokkelijk. Een filmmaatschappij vraagt of je naar New York, Londen, Los Angeles of Cannes wil komen, want daar is Brad, Julia of Bruce. Je krijgt gegarandeerd vijf minuten interviewtijd. Wauw, denk je cynisch, in vijf minuten kan ik met Brad Pitt uitgebreid praten over de breuk met Jennifer Aniston, zijn kinderwens en zijn nieuwe vlam Angelina Jolie. Verder natuurlijk over zijn vermeende liefde voor Nederland in het algemeen en joints in het bijzonder en in de laatste minuut kunnen we dan ook nog even babbelen over of hij nou wel of niet een appartement in Amsterdam heeft. En in de laatste tien seconden kan hij zijn mening geven over het ingrijpen van Amerika in Irak. Een leven doornemen in vijf minuten, eitje, een mens begrijpt niet waarom Oprah Winfrey daar een uur voor nodig heeft

De verleiding van een paar dagen leven in luxe is ook groot. Je wordt als filmjournalist in een sjiek vijfsterrenhotel gestationeerd met honderd euro zakgeld per dag om de minibar te plunderen en twee maaltijden per dag te nuttigen. Dat het ontbijt in dat soort hotels alleen al dertig euro kost, is altijd weer schrikken. En echt onafhankelijk blijven als je zo gepamperd wordt valt ook niet mee. De filmmaatschappij kent zijn pappenheimers.

Het Grote Interview valt altijd tegen. De beloofde vijf minuten worden, als het puntje bij het paaltje komt, altijd twee minuten, de beloofde exclusiviteit moet toch gedeeld worden met een ander programma en je wordt vriendelijk doch dringend verzocht om alleen over de film te praten en niet over privézaken.

Dus voor een kort gesprek waarin de ster alleen maar bevestigt wat er in de persmap staat ben je drie dagen onderweg. Ik geef de laatste jaren mijn filmportie volgaarne aan Fikkie want ik kan mijn tijd beter besteden. Daarnaast heeft een abonnement op een gerenommeerd Amerikaans Entertainment News kanaal, dat interviews in beeld aanlevert waar Rene Mioch alleen maar van kan dromen, de noodzaak van het zelf doen achterhaald.

En toch mis ik ze soms. De interviews met Julia Roberts die mijn hart stal omdat deze vrouw die ik persoonlijk als een van de mooiste en innemendste sterren ter wereld zie, vlak voor ons gesprek dit mannetje uit Nederland complimenteerde met zijn uiterlijk. Een mens zou er bijna hetero van worden. Matt Damon zei net te laat dat hij geen hand wilde geven omdat hij griep had en bang was dat hij me aan zou steken, maar ik had mijn hand al uitgestoken en greep hem zodoende per ongeluk in zijn kruis. Matthew Broderick ging tijdens ons gesprek ineens los op het feit dat hij zijn vrouw Sarah Jessica Parker een originele omafiets uit Amsterdam voor haar verjaardag kado gedaan had. En Richard Gere gaf me een klap omdat ik als verklaring voor het succes van zijn samenwerking met Julia Roberts aangaf dat zij een mooie jonge meid is en hij een karaktervolle oude man en dat het publiek dat wel een veilig bijna seksloos gevoel vindt.

Het is de hoop op dat soort kleine persoonlijke gebeurtenissen die verklaart waarom er deze dagen weer honderden filmjournalisten neerstrijken aan de Franse kust. We weten dat de grote sterren omgeven worden door pr-adviseurs en managers die ons klein willen houden, maar willen zo graag even oplichten in de schittering van hun sterrengloed dat we al het wachten, het hangen aan de bar en de venijnige opmerking `last question please' graag voor lief nemen. Ik wens Mioch en consorten sterkte de komende dagen tijdens hun `Star Wars'.