Sociale dienstplicht mag nooit verplicht zijn

Sociale dienstplicht werkt alleen als we duidelijk afspreken dat die nóóit verplicht kan zijn. Dat is wel de belangrijkste conclusie na de intensieve discussie die in de afgelopen twee jaar over dit onderwerp is gevoerd.

Alle argumenten voor een verplichte sociale dienstverlening zijn terug te vinden in het eerste essay over dit onderwerp, The Moral Equivalent of War, geschreven in 1910 door de Amerikaanse filosoof William James. Hij schreef dit in zijn laatste levensjaar en het is de vraag of hij zijn pleidooi voor sociale dienstplicht als alternatief voor de militaire dienstplicht onveranderd zou hebben gelaten als hij zou hebben gezien wat Hitler en Stalin daarvan maakten.

Al degenen die zich expliciet beroepen op het gedachtegoed van William James, hebben het principe van de verplichting losgelaten. Dat geldt voor Eugen Rosenstock-Huessy (1888-1973), grondlegger van het succesvolle Camp William James dat in 1940 in opdracht van president Roosevelt van start ging in de Amerikaanse staat Vermont. Het geldt ook voor het Peace Corps dat president Kennedy twee maanden na zijn inauguratie in 1961 instelde en waarbij hij teruggreep op de ervaringen van Camp William James.

Het geldt ook voor de uitgangspunten van de in 1996 opgerichte International Association for National Youth Services (IANYS) en voor de meeste van de landen die daarin vertegenwoordigd zijn en al helemaal voor het Coordinating Committee for International Voluntary Service (CCIVS) dat zich onder de vlag van de UNESCO al tientallen jaren met jonge vrijwilligers bezighoudt.