Saturnusmaan Titan heeft jong oppervlak: weinig inslagkraters

De eerste waarnemingen van de de grootste Saturnusmaan Titan door de Saturnusverkenner Cassini wijzen er op dat deze maan een zich 'verjongend' oppervlak heeft, zo melden NASA-onderzoekers deze week in Science (13 mei). De maan heeft verrassend weinig kraters.

Tot nu toe was de Cassini vooral bekend als `vrachtschip' voor de Europese Huygens-sonde die op 14 januari een spectaculaire landing op Titan maakte. Nu zijn de eerste waarnemingen van Cassini zelf gepubliceerd. De Cassini vloog op 26 oktober op een afstand van 1174 kilometer langs Saturnusmaan Titan, waarbij met verscheidene instrumenten het oppervlak en de atmosfeer werden bestudeerd. Het was de eerste van 45 vluchten langs Titan, die bedoeld zijn om deze maan beter te leren kennen en om de baan van Cassini telkens zodanig te veranderen dat hij ook andere Saturnusmanen kan bereiken. Titan is aldus de `verkeersleider' bij de vier jaar durende Orbital Tour door Saturnus' manenstelsel.

Net als bij Venus wordt het oppervlak van Titan door een dichte atmosfeer aan het oog onttrokken. Cassini heeft echter een radarinstrument aan boord dat door deze atmosfeer kan heenkijken. Het oppervlak wordt met radargolven afgetast, waarna de reflecties worden samengevoegd tot beelden. Tijdens de eerste Titan-passage heeft Cassini een strook van ruim 4000 kilometer lang en gemiddeld 200 kilometer breed in kaart gebracht. De opnamen – die ongeveer één procent van het oppervlak van Titan bestrijken – tonen een grote verscheidenheid aan details. Zo zijn er donkere, vlakke gebieden, quasi-cirkelvormige structuren die aan vulkaanbergen doen denken, groeven die op krimpscheuren lijken en structuren die aan stromingen doen denken. Deze beelden zijn nog niet eenduidig te interpreteren, maar duidelijk is al wel dat het oppervlak van Titan jong en dynamisch moet zijn. Dat blijkt uit het ontbreken van inslagkraters in dit gebied. Als Titan in het verleden door dezelfde kosmische projectielen is belaagd als de andere manen van Saturnus, zou men in het nu waargenomen gebied minstens honderd inslagkraters moeten aantreffen.

Op Titan zijn blijkbaar processen gaande die inslagkraters in snel tempo uitwissen. Volgens de onderzoekers zou dat kunnen gebeuren doordat kraters worden ondergestoven door koolwaterstofverbindingen, worden afgebroken door wind- of vloeistoferosie of tektonische processen, of verdwijnen in een omhoog komende brij van ijs en koolwaterstoffen (cryovulkanisme). In het laatste geval zou dit kunnen betekenen dat het inwendige van Titan een beetje wordt opgewarmd door de getijdenwerking van Saturnus.