Pas op voor de westerse vrouwen

Mijn moeder kon er geen genoeg van krijgen, het verhaal van alle verhalen, de oorlog van alle oorlogen: op 25 augustus 1941, om 0.04 uur vielen de Amerikanen, Britten en Russen Iran binnen. Perzië was in de Tweede Wereldoorlog terechtgekomen. De Russen bestormden het land vanuit het noorden en het westen. Mijn vader was als militair gestationeerd in het noorden van Iran. Voordat de Russen zijn kazerne konden innemen, vluchtte hij met zijn manschappen naar de Amerikaanse zone in Teheran. Mijn moeder bleef met haar dochters achter. Na een korte schotenwisseling tussen de restanten van het Perzische leger en de Russen gaf het `leger' zich over. Mijn moeder was als de dood voor het Rode Leger. ,,We geloofden dat ze (de Russen) kinderen zouden opeten; ze zouden ook de familieleden van alle officieren doodschieten'', vertelde ze. We zaten als vogeltjes om haar heen en luisterden intens. Het rode defilé marcheerde luidruchtig. Adembenemend was de eerste ontmoeting tussen mijn moeder en de Russen. 'sNachts bonsden een paar officieren en soldaten tegen de voordeur. In alle rust, zo vertelde ze, bracht zij haar dochters naar de kelder. Ze pakte haar chadoer, de Perzische variant van de burqa, die zij doorgaans alleen bij een bezoek aan een kerkhof gebruikte en opende kalm de deur.

Het werd spannend. Nu komt het echte verhaal, dat dachten wij althans: een epos, een gevecht tussen onze moeder en die Russen. Zij was in onze ogen immers geen gewone moeder maar, om met Saddam Hussein te spreken, moeder aller moeders. Zou onze moeder haar schietvaardigheid ingezet hebben? We wisten dat ze heel goed met vuurwapens kon omgaan.

Terwijl zij even stil was, zeiden wij: ,,Opschieten, vertel, wat heb je nou méégemaakt?'' Toen zij de deur opende, zag zij vier mannen en één vrouwelijke militair. Ze kwamen onmiddellijk binnen en de Russische dame haalde uit haar zak een ei, een gewoon ei. De Russen hadden domweg honger. Ze kregen eieren en ze gingen weg. Maar het echte gevaar was natuurlijk die Russische blondine. Want stel je voor, zei onze moeder, dat jullie vader daar was, dan was hij al onmiddellijk communist geworden om er met die blondine van door te gaan. Niet de geallieerden op zich, maar hun vrouwen waren heel gevaarlijk. Ja, kinderen, ging zij verder, ik moest achter jullie vader aan, voordat hij door een geüniformeerde Amerikaanse soldate zou worden veroverd.

Tja, deze wijsheid was uiteraard gebaseerd op het wilde hart van mijn vader. Mijn moeder nam een drastische beslissing. Ze vluchtte met haar kinderen dwars door onherbergzaam gebied naar Teheran. Dat was een heldendaad vanwege de angst voor toeval. Mijn moeder had een bovenmenselijke gave om zich staande te houden in `als'-toestanden. Het werkelijke leven speelt zich niet af in de zich als normaal voordoende realiteit, maar in de mogelijkheden die in het leven besloten liggen. Op toeval en niet op het voorspelbare moeten we berekend zijn.

Het onvoorspelbare was toch gebeurd. Reza sjah (1878-1944), een voormalige soldaat van een kozakkenbrigade, werd door de geallieerde troepenmacht afgezet, omdat hij sterke pro-nazi sympathieën had. Alle grote economische projecten vertrouwde hij aan nazi-Duitsland toe en volgens de geallieerden waren bijna 4.000 Duitse spionnen in Iran werkzaam. Daarnaast bestond de reële kans dat hij de nazi-troepen in Iran zou toelaten. In dat geval zou Duitsland niet alleen over de omvangrijke olievoorraden van het Midden-Oosten beschikken, maar zou Duitsland ook in staat zijn geweest een zuidelijk front te openen tegen de Sovjet-Unie. Temeer omdat de sjah asiel had verleend aan de voortvluchtige Haj Amin al-Husseini, de grootmoefti van Jeruzalem, die – antisemiet van de bovenste plank – openlijk met nazi-Duitsland collaboreerde.

Toen mijn moeder in Teheran aankwam, hoorde zij dat de Amerikanen honderden politieke gevangenen hadden vrijgelaten. Linkse en liberale intellectuelen ontdekten ineens een vrij Iran. Zij richtten de eerste antifascistische krant Mardom op. De geallieerde wetgeving waarborgde de vrijheid van meningsuiting voor alle burgers. Tegelijkertijd werden ook de linkse en liberale partijen opgericht. Teheran beleefde een kortstondige lente. Perzië kreeg een nieuwe vorst: Mohammad Reza, de jongste zoon van de afgezette sjah.

Was dit een bezetting of een bevrijding? De linkse en liberale bewegingen vonden het een bevrijding. Daarentegen was het voor de monarchisten een bezetting, een donkere periode. De liberalen van het Nationale Front zagen in de Amerikaanse aanwezigheid de garantie tegen mogelijke koloniale aspiraties van Groot-Brittannië. De linkse beweging van de Tudeh Partij was pro-sovjet en streefde naar een socialistische samenleving. Zij zagen de Amerikanen als de leiders van het internationale imperialisme. De Koude Oorlog was al begonnen.

Dit alles was geen primaire zorg voor mijn moeder. Wel was het voor haar ondraaglijk dat haar dierbaren langzamerhand in politiek opzicht uiteendreven. De boel bij elkaar houden was het grote probleem: de monarchisten bestreden de liberalen en links. Links bestreed de monarchisten en de liberalen. Politiek was in de ogen van mijn moeder een smerig woord. Zij huldigde de opvatting dat de wereld familiaal geordend moest zijn – met de pater familias aan het hoofd. De politiek, met al zijn machtsspelletjes, haalde daar een streep door.

In deze roerige tijd wachtte zij in Teheran elke nacht met spanning op de thuiskomst van haar man. Hij was elke avond in een Amerikaanse club gezellig aan het drinken en dansen. Wellicht met een blondine.

Aan het eind van het verhaal richtte zij haar strenge blik op ons, en zei plechtig: pas op voor de westerse vrouwen! Een scherpe waarneming: de vrije vrouw is een serieuze aanslag op zowel de tirannie als het geloof. Toeval en vrijheid horen bij elkaar.