Over de doden niets dan goeds. Maar hij kon heel arrogant zijn. James Dean herdacht

Bijna vijftig jaar is James Dean nu dood. Dat is net zo lang als Albert Einstein. Beiden waren twintigers toen ze het werk deden waar ze beroemd mee zouden worden. Maar als we Einstein voor ons zien, zien we een excentrieke oude man met wijduitstaande grijze haren, terwijl James Dean in onze herinnering altijd jong blijft. Is het toeval dat zijn lievelingsboek De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry was?

Hoewel het pas op 30 september precies een halve eeuw geleden is dat de `rebel without a cause', zich op weg naar een racewedstrijd in het Californische Salinas in zijn zilverkleurige Porsche 550 Spyder te pletter reed op de Ford Tudor coupé van een man die ironisch genoeg Donald Turnupspeed heette, draait de herinneringsindustrie al op volle toeren. Op het filmfestival van Cannes, deze week, wordt de eeuwige rebel onder meer herdacht met een tentoonstelling van het werk van Dennis Stock, een van de drie fotografen die bepalend was voor zijn imago. Die expositie is vanaf 28 mei ook in de Kunsthal in Rotterdam te zien. En in Londen zijn lang verloren gewaande foto's uit de collectie van Phil Stern verzameld. Hij is de fotograaf die de filmster in Los Angeles, zoals Roy Schatt eerder in New York deed, vereeuwigde in de beroemde `sweater sessies': Dean half verscholen in de kraag van zijn trui. Dean worstelend met een beklemmend kledingstuk, alsof het een strop was. Maar ook: Dean gekke bekken trekkend. Dean de clown.

Verder zijn er nieuwe documentaires gemaakt, en alles wordt deze zomer gecompleteerd met de nieuwe dvd-uitgaven van de drie films waarin hij speelde: East of Eden (Elia Kazan, 1955), Rebel without a Cause (Nicholas Ray, 1955) en Giant (George Stevens, 1956). Het is een merkwaardig drieluik. Binnen twee jaar gedraaid, lijken het wel drie vertellingen over dezelfde hoofdpersoon: de opstandige outsider, in conflict met ouders, traditie en autoriteit. Hij zou alleen de première van de eerste meemaken. De andere twee konden pas na zijn dood worden gereleased. Ook dat droeg natuurlijk bij aan de mythe. Onwillekeurig werden het testamenten van onvervulde mogelijkheden.

Vijftig jaar is de op 8 februari 1931 in Marion, Indiana geboren James Byron Dean nu bijna dood. Alles wat zijn beeltenis draagt is al duizenden keren bekeken en toch kunnen we ernaar blijven kijken. Naar dat expressieve jongensgezicht. Dat symbool van altijddurende jeugd. Volgens Andy Warhol ,,de belichaming van een strijd, van onschuld met ervaring, jeugd met ouderdom, de mens met zijn beeld''.

Alles wat er over hem te weten valt, is al duizenden keren verteld, vooral in een aantal over zijn biseksualiteit tamelijk openhartige boeken die in de jaren negentig verschenen. En toch verschijnt nu pas de eerste door zijn erven geautoriseerde biografie, die ook die details allemaal nog eens recyclet.

De gelukzalige conclusie is dat hij nog steeds een raadsel blijft.

Dat heeft natuurlijk alles te maken met zijn voortijdige dood. En vooral de vraag in hoeverre dat einde, onbewust, versneld is? Had James Dean een doodsverlangen? Was hij niet degene die uitspraken deed als ,,You've got to live fast; death comes early''? ,,You were too fast to live, too young to die, bye-bye'', zongen The Eagles.

Er zijn ook mensen die denken dat Dean zijn dood voorzag. Of die denken dat zíj de dood van de ster wiens gezicht nog mollig was van het babyvet voorzagen. De beste anekdote komt uit de koker van Alec Guinness. In zijn biografie beschrijft deze Engelse acteur hoe hij Dean tegenkwam in het destijds populaire restaurant Vila Capri op North McCadden Place in Hollywood. Dean had zojuist zijn derde film Giant voltooid, waarin hij een oudere versie van de onconformistische boerenknecht Jett Rink speelde. Hij was in een goed humeur, vooral omdat de snelheidsfanaat die hij ook was zojuist zijn `little bastard' had gekocht, de fatale Porsche. Op droge toon vertelt Guinness dat hij met Dean naar de auto ging kijken en zichzelf met een stem die niet van zichzelf leek hoorde zeggen: ,,Alsjeblieft, stap daar nooit meer in. Het is nu vrijdag 23 september 1955. Als je in die auto stapt, ben je volgende week om deze tijd dood.''

Het is te morbide om waar te zijn. Het is te gruwelijk om te zijn verzonnen.

VOOR ALTIJD JONG

Hij zou 74 zijn geweest nu, zo'n beetje de leeftijd van je grootouders, en dát is in ieder geval níet voor te stellen. Want op James Dean kun je nog steeds verliefd worden.

Fotograaf Phil Stern, in Londen aanwezig bij de opening van de tentoonstelling van zijn James Dean-collectie, is duidelijk: ,,Dean was zelfdestructief'', stelt hij. ,,Doodgaan was de beste carrièrestap die hij kon zetten. Zo zouden de mensen hem nooit als een oudere kalende man met een buikje hoeven zien en kon hij altijd 24 blijven.''

De fotograaf zelf is wel oud, stokoud, maar de mensen op zijn foto's blijven voor altijd jong. Dat maakt hem zelf plotseling dubbel zo oud. Want het is niet voor te stellen dat James Dean nu ook bejaard zou zijn. Met een zuurstofslangetje in zijn neus en een rollator bij de hand.

James Dean is een van diegenen die het aanzien van de twintigste eeuw heeft veranderd. Meer nog dan de door hem bewonderde Marlon Brando emancipeerde hij de dracht van het t-shirt, de spijkerbroek, de in een mondhoek bungelende sigarettenpeuk en het leren jasje dat tot die tijd het exclusieve uniform van straatschuimers en kruimelcriminelen was. Sindsdien brengt elke generatie zijn nieuwe James Deans voort. Sommigen gaan ook, meer of minder roemrijk, dood. Anderen worden groot en vergeten.

In werkelijkheid zag Dean er vaak veel minder ruig uit. Boven zijn werkmansbroeken en motorlaarzen droeg hij een spencer en een bril. Fotograaf Phil Stern was een van de mensen die dat beeld cultiveerde, dat van de denkende rebel, de verlegen narcist. In de zomer van 1955 fotografeerde hij Dean drie keer. Een keer voor en rondom een officiële sessie in de Goldwyn Studio's, en twee keer in een meer ontspannen setting, bij Schwab's Drugstore en Googies Coffee Shop op Sunset Boulevard, waar Dean veel van zijn vrije tijd met vrienden doorbracht. Juist die snapshot-achtige foto's geven je de illusie het dichtste bij het leven van de ster te komen. Ze tonen een jongeman, blakend van het zelfvertrouwen. Hij was misschien al een ster. Maar hij stond op het punt een nog veel grotere ster worden.

Natuurlijk wéét Phil Stern dat hij degene was die met zijn camera het oog van de orkaan trachtte te fotograferen, net als hij dat eerder als oorlogsverslaggever in de jaren veertig in Noord-Afrika had gedaan. Maar vandaag in Londen heeft hij geen zin in dat verhaal. ,,Mijn favoriete foto is degene die me rijk heeft gemaakt'', zegt hij. ,,James Dean met stekeltjeshaar, die over de kraag van zijn trui heenkijkt. En anders is het degene die ik heb gemaakt terwijl hij zat te wáchten op de fotosessie'', vervolgt hij, ,,die op die regisseursstoel met zijn voeten naar voren en zijn zolen bijna in de lens. Zo was hij. Hij kon heel onbeschoft zijn. Een arrogante klootzak.''

Hoe onterend het ook is om iemand zo onomwonden over de icoon James Dean te horen praten, het heeft ook wel iets verfrissends. Al is hij net zo min betrouwbaar als het beeld van Dean wat we uit zijn foto's leren kennen. Vandaag namelijk staat Stern centraal, de kunstenaar en niet zijn schepping. De fotograaf en niet zijn model, al heeft hij wel de prijs der ouderdom betaald omdat hij het gelaat van Dorian Gray heeft mogen vastleggen. Het heeft zijn blik op Dean niet veranderd, vindt hij: ,,Je moet je bedenken dat ik in totaal maar een paar uur met hem heb doorgebracht. Hoe ik hem heb leren kennen? Dat is een lang verhaal. Dat heb ik al zo vaak verteld.''

Maar hij herinnert het zich elk gesprek anders. Soms kwam hij alleen maar Marilyn Monroe of Frank Sinatra fotograferen en moest hij met James Dean genoegen nemen. Vandaag komt er een hele aanrijding aan te pas: ,,Ik kende hem. Hollywood was toen niet zo ontoegankelijk als het tegenwoordig is. Ik werkte destijds voor het tijdschrift Life en reed over Sunset Boulevard. Bij een kruispunt aangekomen reed er een of andere idioot door rood. En dat bleek James Dean. Ik had hem bijna vermoord! Ik had bijna James Dean vermoord. Ik heb hem z'n huid volgescholden. En zo werden we vrienden.'' En zo werden de ,,de paar uur die wij samen hebben doorgebracht'' een complete vriendschap.

ZELF JAMES DEAN WORDEN

Het nieuws van Deans dood was nog niet de wereld over, of de eerste berichten begonnen binnen te druppelen dat hij helemaal niet dood was. Dat hij, in dat rustige dorpje waar later ook Elvis, John Lennon en Kurt Cobain zijn gaan wonen, was terechtgekomen. Een baard had laten staan. Een lifter had gedood en beide benen was kwijtgeraakt en nu in een sanatorium wachtte op een paar kunstbenen. Terug was op de boerderij van zijn oom en tante in Fairmount waar hij was opgegroeid. Honderden fans bestelden hetzelfde rode leren jasje dat hij had gedragen in Rebel without a Cause. Mensen stonden in de rij voor het Hollywood Observatory in de hoop in dezelfde stoel te kunnen zitten waarin Dean in diezelfde film zat.

Dat is het belangrijkste. Sinds zijn dood hebben fans en bewonderaars geprobeerd om Dean te worden. Zelfde haar, zelfde blik, zelfde gecultiveerde suggestie van existentiële onvrede, levensangst, adolescente onrust. Regisseur Elia Kazan zei het wat minder dwepend: ,,Elke jongeling maakt een periode door, als hij een jaar of zeventien is, waarin hij zijn vader haat, autoriteit haat en niet volgens de regels kan leven. Het is een klassiek verhaal. Dean is er alleen nooit uitgekomen.'' Al kunnen we de acteur daar zelf moeilijk de schuld van geven.

Ondertussen kijk ik nog maar eens naar de foto's, en vooral de teruggevonden foto's uit de collectie van Phil Stern, die meer van hetzelfde bieden. Dean op, naast en tegen zijn motorfiets. Dean in het café, koffie drinkend, luisterend, introvert. Omdat het er zoveel zijn, lijken het wel de losse beelden van een filmstrook. Ze vullen de gaten in, maken het verhaal af. Gestolde momenten in de tijd. En er is steeds iets buiten de foto (en in mijn fantasie!), een blik, een handgebaar, dat een leven buiten het kader lijkt te suggereren, waarvan wij nooit iets te weten zullen komen. Zo blijft de tijd onvoltooid. Helden keren nooit weerom.

Fotoboeken en -tentoonstellingen over James Dean:

- James Dean – Features photographs from the Dean family's private collection, George Perry (DK Books, London/New York, 2005)

- James Dean, The Iconic Images of Phil Stern, nog t/m 24 juni in Sony Ericssons Proud Central, 5 Buckingham Street, The Strand, Londen. Gesigneerde foto's vanaf £700, voor meer informatie www.ideageneration.co.uk

- James Dean Forever Young, Dennis Stock, 28 mei t/m 28 augustus in de Kunsthal, Rotterdam

- James Dean: Fifty Years Ago (met de fotoserie van Dennis Stock), met een inleiding van Joe Hyams (Harry N. Abrams, New York, 2005)