Opstand in Oezbekistan neergeslagen

De Oezbeekse autoriteiten hebben de opstand in de stad Andizjon gisteravond in bloed gesmoord. Het leger schoot op de duizenden betogers op het plein voor het door rebellen bezette regeringsgebouw.

Het gouvernementsgebouw werd bestormd. Volgens een ooggetuige reden rond half zes plaatselijke tijd pantserwagens naar het stadscentrum, terwijl gevechtshelikopters boven de daken cirkelden. Journaliste Galima Boecharbajeva meldde dat soldaten op de vluchtende menigte schoten. Vanuit haar schuilplaats zag ze bloedende mannen drie lijken wegdragen. Een correspondent van Reuters zag gebouwen rond het plein branden en tenminste één dode op het plein liggen. Lokale bronnen spreken van tientallen doden.

De Oezbeekse regering meldt dat de rebellen in Andizjon ,,vrouwen en kinderen gebruikten als menselijk schild en niet bereid waren tot een compromis''. Ze zouden meer dan tien gegijzelde politiemensen hebben geëxecuteerd.

Het geweld in Andizjon is een gevolg van een rechtzaak tegen 23 lokale zakenlieden, die verdacht worden van extremistische islamitische sympathieën. Ze zouden de organisatie Akramija steunen, een onderdeel van de verboden fundamentalistische, maar vreedzame beweging Hizb-ut-Tahir. De protesten werden donderdagnacht gewelddadig. Betogers bestormden een politiekantoor en legerbarakken en overweldigden met de daar aangetroffen wapens een gevangenis waar ze twee- tot vierduizend gedetineerden bevrijdden. Daarna werd het gouvernementsgebouw ingenomen. Bij de gevechten vielen volgens de regering negen doden en 34 gewonden.

Vandaag was het centrale plein van Andizjon toneel van massaprotesten tegen de onderdrukking, verpaupering en werkloosheid. In de menigte liepen ook mannen met pistolen en kalasjnikovs. In de loop van de dag landde president Islam Karimov naar verluidt op het vliegveld en trokken legercolonnes samen rond de stad.

De rebellen vroegen de Russische president Poetin gisteren te bemiddelen. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov wees dat af: het geweld was ,,een interne zaak van Oezbekistan''. Russische beleidsmakers stellen dat een `groene (islamitische) revolutie' koste wat kost moet worden voorkomen. Zij vrezen dat de onrust het sein is voor een landelijke opstand. De Europese Unie stelt dat het geweld een gevolg is van spanning door repressie, verpaupering en uitzichtloosheid.