Opmars van middelnederlands

In de bijlage W&O van 23 april las ik het interessante artikel van Hendrik Spiering over de oudste Nederlandstalige prozateksten (`Geestelijke dronkenschap'). Een intermezzo daarbij droeg de titel `De opmars van het middelnederlands'.

Jammer dat die opmars gepaard is gegaan met een afgang van het hedendaags Nederlands.

Cistercienser monniken, middelnederlandse teksten, kadans, latijn, hier ten lande, adelijk zijn voorbeelden van hoe het juist niet moet. Kunnen `kwaliteitskranten' zich geen corrector meer veroorloven?