Onze Mann in Venetië (Gerectificeerd)

Welke leeslijstklassiekers hebben de `literaire X-factor'? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij Der Tod in Venedig van Thomas Mann

Het zijn de Weken van het Reisboek (t/m 25 mei), Duitsland is themaland en de Stichting CPNB liet onderzoeken welke Duitse schrijvers in Nederland het bekendst zijn. De uitkomst is verrassend. Op plaats een en twee staan de oudjes Goethe (postuum succes voor zijn pleitbezorger Boudewijn Büch?) en Kafka; daarna volgen `op afstand' de Nobelprijswinnaars Thomas Mann en Günter Grass. Kennelijk hebben de onwaarschijnlijk succesvolle verfilmingen van Der Tod in Venedig en Die Blechtrommel, twee klassieken uit de filmhistorie, Mann en Grass geen voorsprong kunnen geven op hun oudere collega's.

`Het boek was beter' luidt de cliché-reactie op literatuurverfilmingen. In het geval van Die Blechtrommel (Volker Schloendorff, 1979) en Morte a Venezia / Death in Venice (Luchino Visconti, 1971) kun je beter zeggen: het boek is film geworden. Wie Schloendorffs film heeft gezien en de roman van Grass lang geleden (of helemaal niet) heeft gelezen, zal denken dat het verhaal van Oskarchen ophoudt in 1945; terwijl de jazzcarrière van de dwerg met zijn blikken trommel dan nog moet beginnen. Wie zich heeft laten overdonderen door Visconti's impressies van onheilszwanger Venetië, zou kunnen vergeten dat de scenarioschrijver af en toe afweek van de tekst van Manns novelle. I know I did: er is een tijd geweest dat ik dacht dat de hoofdpersoon van Der Tod in Venedig een componist was en niet, zoals bij Mann, een schrijver van gutbürgerliche romans en essays. De beelden (en de muziek! Mahlers Vijfde!) waren over de woorden heengeschoven.

Der Tod in Venedig (vertaald door Hans Hom als De dood in Venetië) is een dun boekje, maar eentje met een hoog soortelijk gewicht. Thomas Mann, die tien jaar eerder beroemd was geworden met zijn bakstenen familieroman Buddenbrooks, haalde alles uit de kast in zijn verhaal over een middelbare man die een platonische liefde opvat voor een jonge badgast op Lido di Venezia. Vooral de invloed van de oud-Griekse beschaving schemert door de novelle heen; niet alleen is de ondergang van Gustav von Aschenbach opgezet als een tragedie in vijf bedrijven, ook vinden we in de tekst mythologische motieven (Charon, het Noodlot), Homerische vergelijkingen, parafrases van de Plato-dialoog Faidros, en een beschrijving van een liederlijke droom die zó uit De Bacchanten van Euripides zou kunnen komen. Dat laatste is niet toevallig, want bacchanten zijn volgers van de god Dionysos, en Mann speelt met de (door zijn grote voorbeeld Friedrich Nietzsche geïntroduceerde) tegenstelling tussen de `dionysische', extatische, en de `apollinische', evenwichtige, kunstenaar.

Aschenbach, woonachtig in burgerlijk München, hoort duidelijk tot de tweede categorie. Als beprijsd en geprezen schrijver is hij het toonbeeld van `elegante zelfbeheersing' en `morele vastberadenheid'; als eerbiedwaardig weduwnaar leidt hij een bloedeloos leven. Totdat hij in een opwelling vertrekt naar Venetië (`half sprookje, half een val voor vreemdelingen, in welker bedompte lucht de kunst eens welig tierend was opgebloeid'), waar hij de schone Poolse jongeling Tadzio ontmoet. Aschenbach durft hem niet aan te spreken, maar geeft verder zoveel mogelijk toe aan zijn passie (`Wat was kunst, deugd hem nog waard tegenover de voordelen die de chaos bood?') Met gevaar voor eigen leven, want Venetië wordt bedreigd door een epidemie en iedere dag die hij langer op het Lido blijft, is er één te veel.

Het loopt slecht af met Aschenbach. Maar hij sterft in zijn strandstoel met Tadzio voor ogen en Mann suggereert dat hij hoe dan ook een vollediger mens en kunstenaar is geworden door zijn omhelzing van de zinnelijkheid en de schoonheid. Aschenbach heeft zijn nieuwe ervaringen niet meer kunnen verwerken in zijn literatuur. Je zou kunnen zeggen dat Mann dat in zijn plaats heeft gedaan. Der Tod in Venedig is een boek waarin het `dionysische' ruimschoots vertegenwoordigd is, en dat, net als het beste werk van Aschenbach, `gemaakt [is] om het geloof van het grote publiek en de bewonderende, veeleisende belangstelling van de kieskeurigen tegelijk te verwerven'.

Reacties: steinz@nrc.nl

Rectificatie

In de bijlage van vorige week is een fout geslopen; bij een artikel over de schrijver Thomas Mann stond een foto van Robert Louis Stevenson, schrijver van Schateiland. Excuses, hierboven ziet u de echte Mann(Foto University of Cincinnatti)