Migratieregulering of pasjeswet

,,Draconische maatregelen'' zijn het, geeft de nieuwe minister voor Koninkrijkszaken, Pechtold (D66), toe. Toch is hij akkoord gegaan met de toegangs- en verwijderingsregeling voor Antilliaanse jongeren waartoe het kabinet gisteren besloot op voordracht van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD). De instemming van Pechtold is opmerkelijk, gezien het verzet van zijn twee ambtsvoorgangers – en politieke geestverwanten – Van Boxtel en De Graaf tegen eerdere versies van dit plan.

Het is niet vreemd dat het kabinet tot de conclusie komt dat de maat vol is. De stroom van jonge kansarme Antilliaanse gelukszoekers houdt aan. De overstap naar ons land is nog te vaak een enkele reis naar de marge van de Nederlandse samenleving. Er wordt hier nu al enige tijd openlijk gesproken van ,,Antillianengemeenten'', die het meest last van de migratie hebben. Iedereen is het erover eens dat de oplossing primair bij de bron op de Antillen en in het bijzonder op Curaçao moet worden gezocht. Iedereen is het erover eens dat de oplossing primair bij de bron op de Antillen en in het bijzonder op Curaçao moet worden gezocht.

Daar komt al zo lang zo weinig van dat de gedachte zich opdringt dat de Antilliaanse overheid, ondanks alle aandrang en steun vanuit Nederland, de probleemgevallen liever blijft afschuiven. De vergelijking van ,,migratieregulering'' – een term van minister Verdonk – met de beladen kwalificatie van ,,een pasjeswet'' – aldus de Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion vijf jaar geleden – klinkt in toenemende mate hol. De juridische bezwaren die de Antillen met zoveel kracht naar voren brengen, zijn ook minder sterk dan op het eerste gezicht lijkt.

Een vestigingsvereiste is binnen het Koninkrijk al geaccepteerd toen nota bene de Antillen zelf de stroom van Nederlanders naar de eilanden wilden beperken. Nederland heeft trouwens jarenlang bij verhuizing in ons land het vereiste van economische binding in de nieuwe gemeente toegepast. Een voogdijregeling voor migrerende minderjarigen valt binnen de geldende parameters van het jeugdrecht. Dit bevat met enige goede wil ook aanknopingspunten voor een verlengde leerplicht c.q. inburgeringscursus.

Een verwijderingsregeling geeft binnen een staatsverband meer moeilijkheden maar behoort tot de mogelijkheden, liet de toenmalige minister van Justitie Korthals in 2001 weten. Hij voegde daaraan toe dat de groep verwijderbaren op grond van een strafrechtelijke veroordeling ,,zeer gering'' zou zijn: pakweg een tiental. Theoretisch valt daaraan wat te doen met behulp van een bijzondere straf of voorwaarde die wordt opgelegd door de rechter. Maar deze zal al gauw disproportioneel worden geacht, afgaande op een arrest van de Hoge Raad uit 1968.

De vraag of defensieve maatregelen zoden aan de dijk zetten, wordt onderstreept door wat in het jargon bekend staat als `de omweg Zaventem', naar de nu reeds populaire Brusselse luchthaven. Wie zich daar met een geldig Nederlands paspoort uit de Antillen meldt, wordt in principe binnengelaten en kan meteen de bus of trein naar Nederland nemen.

De belangrijkste belemmering is dat het Statuut voor een toelatingsregeling overeenstemming van de betrokken Koninkrijksdelen vergt. Dat was de basis voor de Antilliaanse vestigingseis van weleer, die overigens inmiddels aanmerkelijk is verzacht. Nederland heeft binnen de Koninkrijksregering in de praktijk doorzettingsmacht. Nederland wil ook – en met reden – het Koninkrijksverband herzien om het toezicht te verscherpen. Het daarvoor benodigde politieke akkoord wordt door een eenzijdige en cosmetische migratieregulering bemoeilijkt. Dat zal minister Verdonk vanuit haar verantwoordelijkheid wellicht een zorg zijn. Minder duidelijk is waarom de bewindsman voor Koninkrijkszaken dit accepteert. Temeer omdat de Nederlandse Antillengemeenten door intensivering van samenwerking en toezicht zelf een aardig eindje verder kunnen komen.