Meer dan kampvuurtrio

Al Stewart. Dat is de eerste associatie als je John Bramwell hoort zingen. I Am Kloot, de band waar hij de voorman van is, werd een paar jaar geleden tot de vaandeldragers gerekend van de kortstondige trend die de naam new acoustic movement meekreeg, omdat er, net als bij Turin Brakes en Kings Of Convenience, vooral akoestische gitaren aan te pas komen.

Op de recente cd Gods and monsters is het stilistische spectrum danig verruimd. Althans, Bramwell en zijn mannen gaan weidse arrangementen met toetseninstrumenten en andere uitzinnigheden niet uit de weg. Maar op het podium staat er toch een trio, waarin de bassist zittend zijn werk doet. Bramwell wikkelt de meeste nummers af met een akoestische gitaar voor de borst. Als die gestemd dient te worden, wapent hij zich met een elektrisch solid body-exemplaar, wat de muziek niet alleen in visueel opzicht meer recht doet.

Want Bramwell weet wel hoe hij de nodige dynamiek aan zijn verrichtingen moet toevoegen. Het ligt vooral aan de juiste dosering galm en andere effecten, dat de nummers boven het geijkte kampvuur-niveau uitkomen. Toch wordt de belofte van het titelnummer van de nieuwe plaat, met de tourmanager op toetsen, maar gedeeltelijk ingelost. Als hij echt uithaalt klinkt Bramwell als U2's Bono in een bescheiden bui, maar verder is het vooral alsof jaren-zeventig-icoon Al Stewart simpelweg in de buurtkroeg staat te spelen.

Concert: I Am Kloot. Gehoord: 13/5 Vera Groningen. Herh. 14,15/5.