Medicijn tegen FLAP-gen dat hartaanval bevordert

Uit een onderzoek onder de IJslandse bevolking blijkt dat een genetische variatie in het FLAP-gen de kans op een hartinfarct bijna verdubbelt. Ter vergelijking: cholesterol zorgt `slechts' voor een risicoverhoging van 1,6 keer. IJslandse genetici verwachten daarom dat de bepaling van de FLAP-variant op den duur voor hartpatiënten net zo belangrijk kan worden als die van het cholesterolgehalte nu. De IJslandse onderzoekers hebben nu met succes een FLAP-remmer getest (Journal of the American Medical Association, 11 mei 2005).

De onderzoekers, onder andere van het bedrijf Decode, kwamen de FLAP-variant op het spoor door het totale genoom van een grote groep IJslandse hartpatiënten te vergelijken met dat van niet-hartpatiënten. Decode doet genetisch onderzoek onder de hele IJslandse bevolking. 29 procent van de hartpatiënten bleek een afwijkend FLAP-gen te bezitten, vergeleken met 17 procent van de anderen.

FLAP is de korte naam voor 5-lipoxygenase-activating proteïne. De risicoverhogende genvariant zorgt voor extra productie van leukotrieen B4, een stof die bloedvatontstekingen bevordert. Het riskante FLAP draagt vermoedelijk ook bij aan hartinfarcten elders in de wereld, want het bleek ook aanwezig bij 30 procent van een grote groep blanke hartpatiënten in de Verenigde Staten.

De IJslandse onderzoekers hebben nu gekeken of een door de farmaceutische firma Bayer ontwikkelde FLAP-remmer (codenaam DG-031) de leukotrieen-aanmaak bij hartpatiënten kan verlagen. In IJsland kregen 191 hartpatiënten (de meeste met de speciale FLAP-variant maar ook enkele met een afwijkend leukotrieen A4-hydrolase) vier weken lang 250, 500 of 750 milligram DG-031 of een placebo. De hoogste dosering van het medicijn verlaagde de concentratie leukotrieen B4 met 26 procent (bij de lagere doseringen was het verschil minder duidelijk). Een andere bekende ontstekingsfactor die het risico op het hartinfarct verhoogt, het C-reactief proteïne, nam met 25 procent af.

Of de daling van leukotrieen B4 in de praktijk de kans op een hartinfarct verlaagt, is nog niet duidelijk. Feit is wel dat in een ander onderzoek een kortdurende blokkade van een bloedplaatjes-glycoproteïne de hartsterfte tot drie jaar daarna met 20 procent verminderde. Schijnbaar kleine effecten kunnen op dit gebied dus grote gevolgen hebben.