Levensstrijd Viane

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Schouwen-Duiveland.

`Levensstrijd' heet dit stukje niks met gras, asfalt, basalt en een prop huizen aan de Oosterscheldekust. Op de dijk waait een mensomverwerpende wind. Soms klauwt de zon zich een doorgang in de zwarewolkenlucht, dan jachten er wolkschaduwen over de akkers met lepelvormige groene puntjes en over de grasgrond. Een stoot eenden stijgt op en navigeert voorbij op zwoegvleugels.

De wandelweg voegt zich naar een kanaal. Achter de dijk glijden de toppen van de masten voorbij, verderop kondigen opslagtanks de bewoonde wereld aan.

Op de klinkers aan de Zierikzeese geveltjes volgt een halve kilometer wandelcorvee langs een saaie autoweg (vergis je niet, er bestaan ook spannende autowegen, maar dit is er nu net niet één). Dan volgt de beloning: de route voert over een feestelijk pad van aangestampte grond, beurtelings onder en op een grasdijk. In het helle licht golft het hoge groen of het vloeibaar is, de boterbloemen buigen diep. Patrijzen vluchten al voor ze gezien worden – ze vliegen knarsend op, die sufferds, als ik niet zo teerhartig was, voelde ik een jachtinstinct.

Er karren rijtuigen voorbij met één of twee paarden ervoor, sterke dieren met zware poten en, als ze blond zijn, overeindstaande zwart-afgebiesde manen. Op de bok zitten steeds een man met een hoed op, en een vrouw in een lange geruite rok. De vrouwen mennen zelden, die lezen iets van een wit vel. (Vrouwen kunnen mennen, dat is bekend. Kunnen de mannen hier niet lezen?) Op een schoot wiebelt een benauwde herdershond. Hij wilde dat zijn poten geschikt waren om zich vast te grijpen.

Het zonlicht brengt nu het groen op neon-sterkte en duikt na gedane zaken weg achter het grijs. In een kreekbos, de kreken danken we aan de Ramp van februari 1953, zompen we soms enkeldiep over een schelpenpad langs een lang water. Dankzij de bomen en de struiken kan de wind er niet bij. Het rimpelt superieur en spiegelt de snelle wolken.

De zeedijk op en weer af. Oesterschelpscherven kraken onder onze stappen. Rond de Oosterschelde blinkt het land met torens, windmolens, bomen. De golven zijn niet hoog, wel bijterig. Ze rollen likkebaardend langs het basalt.

Op de dijk springen tientallen lammetjes voor ons uit, samen met hun soms al blootgeschoren moeders. 't Was een idylle als er niet een dood lam lag. Heel klein. Ingevallen buik, opwaaiende wol, bekje vreemd opzij. Man kent mijn stadsmenshart en pakt mijn hand. Genade kent hij niet. Hij zet het lichaampje op de foto.

15 km. Kaarten 21, 23, 24 uit: Oosterscheldepad. Uitg. NIVON, 2003. Tussen begin- en eindpunt rijdt geen openbaar vervoer. Tel. taxi 0111 416000.