Kansen op Curaçao

Op Curaçao maakt minister Van der Hoeven (Onderwijs) zich zorgen over het niveau van het Nederlands. `Leerlingen moeten kunnen aansluiten bij onderwijs in Nederland'.

Een typische kalme ochtend in Steenrijk. In het hart van de Curaçaose volkswijk kwetteren vogels in de bomen voor het Monsigneur Zwijsen College, in de klaslokalen praten de leerlingen door elkaar heen.

Maar afgelopen woensdag komen plotseling drie grote luxe auto's aangereden. In de middelste, met daarop een een rood-wit-blauw vlaggetje, zit de Nederlandse minister Maria van der Hoeven van onderwijs.

Tot consternatie van de wachtende Antilliaanse onderwijsdelegatie stapt ze niet meteen uit. ``Ik had mijn man aan de telefoon'', verontschuldigt ze zich even later ``Ook met zes uur tijdsverschil moet je de famiale banden onderhouden.'' Haar Limburgse tongval en twinkelende ogen doen de rest; de Antilliaanse gezagdragers haasten zich haar te vergeven voor het oponthoud. ``Als je de Nederlandse vergaderstijl loslaat'', zegt de Nederlandse onderwijsminister terloops, ``kom je hier een heel eind verder.''

Van der Hoeven (CDA) bezocht deze week Curaçao. Daarvoor was ze enkele dagen op Aruba voor het tweejaarlijkse overleg tussen de Nederlandse, Antilliaanse en Arubaanse ministers van onderwijs. Tijdens dit overleg over onderwijsvraagstukken binnen het koninkrijk ondertekenden de ministers het Koninkrijk der Nederlanden, Algemeen programma voor Nauwe samenwerking tussen Scholen (KANS) convenant (zie kader).

Het samenwerkingsprogramma betreft een uitwisseling van informatie en ervaringen tussen scholen uit de drie rijksdelen, waarbij ICT een cruciale rol speelt. Als de directeur van het Monsigneur Zwijsen College Van der Hoeven na de plichtplegingen vraagt of ze nu koffie wil drinken of liever eerst de school wil bezichtigen, is haar keuze snel gemaakt. ``De rondleiding'', zegt ze resoluut. ``Ik wil het computerlokaal zien.''

binnenplaats Na de bezichtiging van de zaal, met daarin een kleine 40 computers, stevent Van der Hoeven op het schoolplein af op een groep leerlingen. Ze zitten aan tafels op een verhoging onder de bomen van de binnenplaats. Aan de voorste tafel zitten Raizely, Igor en Edgarvisi hun Papiamentstalige huiswerk te maken. ``Kunnen jullie dat in het Nederlands voor me vertalen?'' vraagt Van der Hoeven als ze aanschuift. De leerlingen doen hun best, maar de vertaling komt er moeizaam uit.

``Dat baart me zorgen'', zegt ze even later. Volgens Van der Hoeven is het op peil houden van het onderwijsniveau de grootste uitdaging voor Curaçaose scholen. ``De leerlingen moeten kunnen aansluiten bij het hoger en wetenschappelijk onderwijs in Nederland en ook in de regio, daarbij is taal heel belangrijk. Het is één ding om een gesprekje in het Nederlands te voeren, maar het is wat anders om je scriptie te schrijven of een universitaire studie in die taal te volgen.''

Op de dag dat Van der Hoeven Curaçao aandoet berichten Nederlandse kranten over de uitgelekte voorstellen van minister Rita Verdonk van Vreemdelingenbeleid en Integratie (VVD) voor een toegangs- en uitzettingsregeling voor Antilliaanse risicojongeren in Nederland, die in de praktijk voor het overgrote deel uit Curaçao komen. Het is amper gespreksstof op het Monsigneur Zwijsen College, maar Van der Hoeven staat wel achter het omstreden beleid, dat op Curaçao zeer slecht gevallen is.

``We hebben te lang gedacht dat een generiek beleid voor Antilliaanse jongeren wel zou werken, dat blijkt dus niet zo te zijn'', zegt ze. ``Er is in Nederland weinig alternatief voor potentiële jonge drugshandelaars. En dat is een groep waar we echt iets mee moeten.'' Of terugkeer naar Curaçao een goed alternatief is voor de door Verdonk beoogde groep 18 tot 24 jarige Curaçaoënaars is onzeker. De financiering, mede door Nederland, van de vorige maand op de Antillen opgestartte sociale vormingsplicht, voor jongeren tussen de 16 en 24 zonder opleiding of baan, loopt nog niet soepel. Daardoor kent het project een langzame start.

Verderop op het schoolplein (van het niet aan de vormingsplicht gelieerde) Monsigneur Zwijsen College zit de economieklas. De leerlingen zijn verdeeld over het nieuws uit Nederland, waar ze binnenkort aan een opleiding hopen te beginnen. ``Drie maanden is te kort om je zaken in Nederland op orde te krijgen'', zegt Stephen Cannegieter. ``Welnee'', pareert de 17-jarige Lisiënne Trinidad, ``als je het daar verknalt moet je ook maar de consequenties dragen.'' Klasgenoot Quinten Asjes is er nog niet over uit. ``Wij Curaçaoënaars houden wel van feesten, dus discipline is niet verkeerd. Maar zo'n maatregel verstoort wel je ontwikkeling, je krijgt zo niet de kans je vleugels uit te slaan.''

Het komende jaar zijn Stephen, Lisiënne en Quinten nog op Curaçao, waar is gekozen voor de geleidelijke invoering van het Papiaments als instructietaal, tot aan groep acht. De gedachte hierachter is dat leerlingen uit lagere sociale klassen, die thuis alleen Papiaments spreken, makkelijker leren lezen en schrijven in hun eigen taal dan in het voor hun vreemde Nederlands. Bij invoering van de maatregel, die nu tot groep drie reikt en per 2012 volledig ingevoerd moet zijn, is besloten dat op vier van de 53 kleuterscholen les blijven gegeven in het Nederlands. Deze vier scholen zijn erg populair bij Curaçaose ouders.

Van der Hoeven is inmiddels aangekomen bij Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA). ``De invoering van het Papiaments is een politieke keuze'', zegt ze nabij de recreatieruimte van de studenten, ``en die respecteer ik. Maar je moet wel oppassen voor de gevolgen die het kán hebben voor de instroom later. Als je een politieke keuze maakt moet je namelijk wel de consequentie aanvaarden wanneer je bedoelingen niet uitkomen.''

kansen bieden Sonia Westerveld, directeur Onderwijs, Sport en Cultuur van de Nederlandse Antillen, loopt mee met de delegatie rond Van der Hoeven. Zij vindt de politiek die nu in Nederland met Antilliaanse jongeren wordt bedreven een slechte zaak. ``We hebben allemaal, ook Nederland, de verantwoording om jongeren zoveel mogelijk kansen te bieden'', zegt Westerveld. ``Nederland maakt zich zorgen om aansluiting, dus moeten we er gezamelijk voor zorgen dat die er komt.''

Volgens Westerveld kan je de verantwoordelijkheid voor dit soort problemen niet bij de jongeren neerleggen. ``Hier op Curaçao zijn onvoldoende kansen en daar hebben we Nederland bij nodig. In het onderwijs worden fouten gemaakt, ook in Nederland. Daarom vind ik het goed als Van der Hoeven zegt dat wij moeten leren van de fouten die in Nederland al zijn gemaakt.''

Ook de Nederlandse onderwijsminister denkt dat er binnen het koninkrijk veel valt te leren. ``Hier op de Antillen kunnen ze putten uit onze ervaringen met zaken zoals kennisnet en met de materialen die we hebben. Maar in Nederland kunnen wij ook heel veel leren van de manier waarop men hier met verschillende culturen omgaat. En van de culturele dimensie van Antilliaanse jongeren. Want daar hebben we er veel van in Nederland.''