Je kinderen of je werk

Ruim vier maanden geleden werd de nieuwe wet Kinderopvang ingevoerd. Zowel ouders als kinderopvanginstellingen hebben hun bedenkingen tegen het nieuwe systeem. ,,Wíj zijn aan het financieren wat de overheid zou moeten betalen.''

De afgelopen maanden heeft Riek Vrolijk, administratief medewerkster bij buitenschoolse opvang (bso) Bibelebonz in Gouda, heel wat lastige berekeningen gemaakt, voor ouders die door de nieuwe wet Kinderopvang in de problemen kwamen. Zo was er de alleenstaande moeder die van een bijstandsuitkering leefde en verplicht vrijwilligerswerk deed. Haar zoons gingen naar de bso. De één drie keer in de week en de ander twee keer, omdat hij de derde middag naar een sportclub gaat. Zolang de vrouw vrijwilligerswerk deed, betaalde de gemeente een fors deel van de kinderopvangkosten. Inmiddels heeft de vrouw, die sollicitatieplichtig was, een fulltime baan gevonden. De ene zoon gaat nu vijf keer per week naar de bso, de andere nog steeds drie keer. Dat kost 995 euro per maand. De gemeente betaalt niet meer mee, omdat de vrouw geen uitkering heeft. Haar nieuwe werkgever weigert mee te betalen. Dat kan, want de werkgeversbijdrage is volgens de wet vrijwillig.

De vrouw heeft, net als alle andere ouders, recht op een inkomensafhankelijke tegemoetkoming in de kosten en ze komt ook in aanmerking voor compensatie, omdat haar werkgever niets bijdraagt. Haar werkelijke kosten komen dan uit op 30 euro per maand. De Belastingdienst keert zowel de tegemoetkoming als de compensatie uit, maar ouders die hiervoor een aanvraag indienen, moeten zes weken op hun geld wachten. Voor de vrouw in kwestie betekent dit dat zij de kosten voor die periode moet voorschieten. ,,Dat is een onmogelijk bedrag voor iemand die per maand nog geen 1.300 euro verdient'', zegt Bibelebonz-medewerkster Vrolijk. ,,Dat geld heeft ze natuurlijk niet, want als je net uit de bijstand komt, heb je geen reservepotje achter de hand. Eigenlijk kon ze die baan wegens de hoge kosten van de kinderopvang niet accepteren, terwijl ze daartoe wel verplicht was en het zelf ook graag wilde.''

Een soortgelijk probleem deed zich voor bij een echtpaar met drie kinderen. De kinderen gaan één keer per week naar de bso. Omdat de moeder een medische ingreep moet ondergaan en daarna tijd nodig heeft om te revalideren, moeten de kinderen twee maanden lang drie keer per week naar de bso. Hierdoor stijgen de maandelijkse kinderopvangkosten van 357,69 euro naar 1.073,07 euro.

Ook deze ouders krijgen naast de overheidstegemoetkoming een compensatie, waardoor ze zelf 97,69 euro per maand betalen. Maar omdat de ziekenhuisopname van de moeder onverwacht kwam, waren de ouders laat met het indienen van de aanvraag en moeten ze zelf honderden euro's voorschieten. ,,Bovendien krijgen ze die extra tegemoetkoming niet ineens, maar uitgesmeerd over het hele jaar, dus voorschieten moet hoe dan ook'', zegt Vrolijk.

Veel kinderopvanginstellingen stellen zich in dit soort situaties formeel op. Als ouders de rekening niet tijdig betalen, worden hun kinderen geweigerd. Buitenschoolse opvang Bibelebonz is soepeler en smeert de extra kosten uit over het hele jaar. ,,Dat geeft heel veel rompslomp'', zegt Vrolijk. ,,Je moet de hele tijd in de gaten houden of je het wel goed doet. Wat gebeurt er precies? Komen wij zelf niets tekort? Komt die ouder niet tekort?'' Hoofdleidster Marijke Koot: ,,We kiezen hier zelf voor, maar we lopen wel risico. Wij zijn nu aan het financieren wat de overheid zou moeten betalen.''

Linda Rigters, beleidsmedewerkster bij de FNV, is niet verbaasd over de verhalen van Vrolijk en Koot. Bij het Meldpunt Kinderopvang van de FNV zijn sinds januari, toen de nieuwe wet Kinderopvang ingevoerd werd, al 800 klachten binnengekomen. In de wet staat dat ouders de kinderopvang zelf moeten betalen, maar dat de overheid en de werkgevers ook een bijdrage leveren. De overheidsbijdrage is meestal geen probleem. ,,Als je dat één keer per jaar goed regelt, ben je klaar'', zegt Koot. ,,Je krijgt pas een probleem als je midden in het jaar iets wilt veranderen. Bijvoorbeeld omdat je inkomen sterk wijzigt. Of als je meer of minder opvang nodig hebt.''

Volgens Rigters levert de overheidsbijdrage ook problemen op als mensen in bijzondere omstandigheden verkeren, bijvoorbeeld door werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Als ouders werkloos zijn of in een formeel reïntegratietraject terechtkomen, hebben ze in dat jaar alleen recht op de overheidsbijdrage als ze in hetzelfde jaar een baan vinden. Mensen die in januari al werkloos waren, hebben de tegemoetkoming meestal aangevraagd, omdat ze er vanuit gingen dat ze voor december wel werk zouden vinden. Maar wie in mei nog steeds werkloos is, wordt zenuwachtig, want in het ergste geval moet de overheidsbijdrage terugbetaald worden. ,,Het alternatief is dat je het contract met de opvanginstelling opzegt en je kinderen thuishoudt'', zegt Rigters. ,,Maar eigenlijk is dat geen alternatief, want probeer dan maar weer een plek te krijgen als je wel werk hebt. De tijd van de enorme wachtlijsten is weliswaar voorbij, maar veel opvanginstellingen hebben nog steeds wachtlijsten voor de maandag, dinsdag en donderdag. Dat zijn nu eenmaal populaire dagen, want dan werken de meeste ouders.''

Ook over arbeidsongeschiktheid krijgt de FNV veel klachten. Als een ouder te ziek is om zelf voor de kinderen te zorgen, moet de gemeente de rol van werkgever vervullen en meebetalen aan de opvang. Veel gemeenten beschouwen dit geld als bijzondere bijstand en kijken dan naar het vermogen van de ouders en het inkomen van de andere partner, met als gevolg dat de meeste ouders geen cent krijgen. ,,Dat zijn echte fouten in de wet, die gerepareerd moeten worden'', vindt Rigters.

Levert de overheidsbijdrage in doorsnee gevallen geen problemen op, de werkgeversbijdrage is een bron van klachten. Slechts 72 procent van de werkgevers betaalt mee aan de kosten van kinderopvang. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat ervan uit dat dit percentage stijgt tot 90 procent in 2008, maar voorlopig lijkt het erop dat werkgevers nu minder betalen dan voorheen.

,,Veel werkgevers die vroeger eenderde betaalden, betalen nu maar eenzesde'', zegt Rigters. ,,Ze weten dat ouders een compensatie van de overheid krijgen als de werkgever niet betaalt, dus ze vinden het wel best.'' Deze compensatie wordt echter langzaam afgebouwd. In 2009 kunnen ouders met een gezamenlijk inkomen van 45.000 euro per jaar er geen gebruik meer van maken.

Een onderwerp waarover ook vaak geklaagd wordt, is de administratieve rompslomp. De bemiddelingsbureaus in de kinderopvang, die optreden als intermediair tussen ouders, werkgevers en opvanginstelling met de bedoeling de procedure te vereenvoudigen, blijken veel irritatie op te roepen bij ouders.

,,Ouders moeten de factuur van het kinderdagverblijf elke maand opnieuw opsturen naar het bemiddelingsbureau, ook al is het elke keer dezelfde factuur. En dan moet daar vaak ook nog maandelijks een verklaring bij, waarin je schrijft dat je situatie niet veranderd is. Dat ervaren ouders als nodeloos bureaucratisch'', zegt FNV-beleidsmedewerkster Rigters. ,,Maar ze kunnen er zelf niets aan doen. Als jouw werkgever met een intermediair werkt, moét je wel meedoen.''

Terwijl ouders met lagere inkomens volgens Rigters vooral bij het Meldpunt Kinderopvang aankloppen met klachten over de administratieve rompslomp, klagen mensen met hogere inkomens over de kostenstijging. Janneke Plantenga, bijzonder hoogleraar sociaal-economische aspecten van kinderopvang in Groningen, heeft berekend dat ouders met een gezamenlijk bruto maandinkomen van 6.000 euro of hoger in 2003 maximaal 373 euro per maand betaalden voor drie dagen opvang per week voor een kind. In 2004, toen de overheid vooruitlopend op de nieuwe wet een andere berekeningssystematiek hanteerde, betaalden zij 402 euro per maand. Dit jaar betalen zij 450 euro.

Bij hoge inkomens vanaf zo'n 72.000 euro per jaar betaalt de overheid bij het eerste kind slechts 1,8 procent van de kosten, terwijl de lagere inkomens tot 16.000 euro kunnen rekenen op een bijdrage van 63,2 procent. Naar schatting een kwart van de ouders is er sinds de nieuwe wet financieel op vooruitgegaan en een kwart is erop achteruitgegaan. Voor de helft van de ouders heeft de nieuwe wet financieel nauwelijks consequenties.

Inmiddels is duidelijk geworden dat 10 procent van de ouders die voorheen wel gebruikmaakten van kinderopvang om financiële redenen is afgehaakt. Zij zijn gestopt met werken of minder gaan werken, of ze kiezen voor opvang in het informele circuit. Plantenga vindt dat een kwalijke ontwikkeling. ,,Deze wet is gemaakt om de combinatie werk-gezinsleven te verbeteren, dus dan mag je verwachten dat het aantal mensen dat gebruikmaakt van kinderopvang stijgt. Een afname van 10 procent staat haaks op wat de wet voor ogen heeft.''

Plantenga pleit voor kinderopvang als basisvoorziening. ,,Niet helemaal gratis, maar gedeeltelijk. Wij doen in Nederland alles in deeltijd, dus waarom geen deeltijdbasisvoorziening? De overheid zorgt bijvoorbeeld gratis voor twee dagen, de werkgever zorgt voor de andere dagen en als je dan zelf ook nog een dag wilt, betaal je die zelf.''

Zo'n systeem heeft volgens bijzonder hoogleraar Plantenga alleen maar voordelen. ,,Het is goed voor de acceptatie van kinderopvang, want nu zien veel mensen opvang nog als second best. Als iets wat `helaas moet' als de moeder werkt. Maar zeker zo belangrijk is dat ouders met kinderopvang als basisvoorziening meteen verlost zijn van het probleem van administratieve rompslomp en de hoge kosten.''