Investeringsfonds TCI, goed voor kinderen en aandeelhouders

De vrije markt is gevaarlijk terrein, ook voor haar kampioenen. Het is Rolf Breuer, voorzitter van de raad van toezicht van de Deutsche Börse, de vroegere topman van de Deutsche Bank, in ieder geval te gortig geworden, schrijft het Duitse opinieweekblad Die Zeit. Nu moet hij opstappen onder dwang van Christopher Hohn, manager van hedgefonds TCI, The Child's Investment Fund Management. Het blad vraagt om regelgeving tegen het optreden van hedgefondsen als TCI, investeringsmaatschappijen die het moeten hebben van sterke schommelingen in de markt. Daarom beleggen zulke fondsen bij voorkeur in ondergewaardeerde aandelen of in aandelen in ondernemingen die in bijzondere omstandigheden verkeren, zoals een fusie, een reorganisatie of insolvabiliteit.

Het blad meent dat het gedwongen vertrek van Breuer en zijn beschermeling, Werner Seifert, de topmanager van Deutsche Börse, niet afgedaan kan worden als het werk van een inhalige en boosaardige investeringsmanager, maar gezien moet worden als een teken dat ,,de aandeelhouders gebruik maken van hun recht''. Het blad vindt verder dat Breuer en Seifert hun situatie niet goed hebben ingeschat. Toen Deutsche Börse in 2001 naar de beurs ging was 68 procent van de aandelen in handen van Duitse beleggers, vooral banken. Nu is de onderneming voor 93 procent in handen van buitenlandse beleggers. Daarmee is de Angelsakische zienswijze, dat aandeelhouders de eigenaars zijn van de onderneming, in botsing gekomen met de Duitse visie, dat aandeelhouders eigenaar zijn van aandelen.

Het Duitse zakenblad Wirtschaftswoche is het roerend eens met de analyse van zijn politieke en sociaal-economische antagonist Die Zeit: de ,,onttroning'' van Seifert en Breuer betekent dat de vertegenwoordigers van het Angelsaksische kapitalisme slaags zijn geraakt met die van Deutschland AG. Het verschil met Die Zeit is dat het blad het Angelsaksische model weliswaar kwalificeert als ,,roofdierkapitalisme'', maar dat het de overwinning van de roofdieren ziet als een goede stap op weg naar een gezonde kapitaalmarkt. Want volgens het blad blijft het niet bij de Deutsche Börse. ,,De topmanagers van de grote beursgenoteerde ondernemingen vragen zich al af wie de volgende is op het lijstje van TCI.'' Vrachtwagenfabrikant MAN is volgens het blad een goede kandidaat, evenals Adidas, de producent van sportkleding, en het geneesmiddelenconcern Bayern. Dit soort bedrijven, met een beurswaarde van minder dan tien miljard dollar, is voor hedgefondsen een gemakkelijke prooi, denkt het blad, omdat deze samen beschikken over een vermogen van duizend miljard dollar. DaimlerChrysler, zo waarschuwt het blad, moet ook uitkijken. Want de onderneming is met een beurswaarde van dertig miljard dollar weliswaar veel groter dan bedrijven als Adidas, maar voor hedgefondsen is het concern gemakkelijk te behappen.

Ook General Motors is een potentiële prooi voor avontuurlijke beleggers, omdat het autoconcern diep in de problemen zit, schrijft het Amerikaanse beursweekblad Barron's. Dat avonturiers dol zijn op moeilijkheden is niks nieuws, meent het blad, want de negentiende-eeuwse bankier Nathan Rothschild vertelde zijn klanten al dat ze het beste aandelen konden kopen als ,,het bloed door de straten loopt''. De 87-jarige miljardair Kirk Kerkorian, een van 's wereld grootste particuliere investeerders, heeft dat advies goed in zijn oren geknoopt, blijkens het feit dat hij zijn belang in General Motors heeft vergroot tot bijna negen procent. Daardoor steeg de koers van aandelen GM voor het eerst sinds jaren. Maar de vreugde was van korte duur. Want de volgende dag maakte Standard & Poor's bekend dat het de kredietwaardigheid van Ford en General Motors heeft afgewaardeerd tot de status van junk – rotzooi, schroot. De manoeuvre van Kerkorian betekent volgens het blad dat de tijd van pappen en nathouden voorbij is en dat topmanager Rick Wagoner op korte termijn met plannen moet komen om General Motors definitief uit het slop te halen, op straffe van ontslag.

Wat Kerkorian is voor General Motors is Chris Hohn van TCI voor het Europese bedrijfsleven, schrijft het Amerikaanse zakenweekblad BusinessWeek: de boeman van het topmanagement. Het wijst erop dat TCI vorig jaar een winst maakte van 40 procent, terwijl het gemiddelde hedgefonds niet verder kwam dan 3,9 procent. TCI is niet iets voor bedeesde mensen, zo karakteriseert het blad het fonds, want Hohn neemt grote risico's en stelt hoge eisen aan zijn deelnemende beleggers. Dat zijn welgestelde particulieren, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Dat betekent onder andere dat ze hun geld voor minimaal drie jaar vast zetten.

Het unieke van TCI is dat het jaarlijks 0,5 procent van de winst overmaakt naar een stichting die liefdadigheidswerk doet voor kinderen. Dat was in 2004 een bedrag van 18 miljoen dollar. Het werk van de stichting staat onder leiding van Hohns echtgenote. Het echtpaar hoopt daarmee anderen te inspireren om hetzelfde te doen.

Afgezien van de liefdadigheid beseft Hohn volgens het blad heel goed dat hij in Duitsland onder vuur ligt. Daarom heeft hij Friedrich Merz, een vooraanstaand CDU-politicus, benoemd tot vertegenwoordiger van zijn bedrijf in Duitsland.