Het begin

Temidden van bacardi-cola's met ijs en bier uit de fles drinkende, getatoeëerde, met ijzerwerk doorstoken en zware shag rokende ouders en begeleiders gooien de kinderen hun pijltjes richting de tien wedstrijdborden van de Sliedrechtse dartvereniging Flying Gardiner's. Darten is een cafésport en daarom zijn kinderen er van wetswege niet welkom. Dat probleem heeft men in het zwaar christelijke dijkdorp omzeild door het lokaal in drie delen op te splitsen; poolruimte, een café en de ruimte waar wordt gedart. De ouders pendelen vanavond met lege en volle glazen op en neer tussen bar en dartsbanen. Darten is een bezigheid met risico's en daarom een niet een voor de hand liggende sport voor de allerjongsten. Er zijn veiligheidsregels ingesteld, maar daar wordt hier niet strikt de hand aan gehouden. De jeugdploeg van louter jongens heeft zich voor de foto in wijde hemden gestoken waarop de naam van het lokale verzekeringskantoor is gedrukt. Uit het plafond zingt een onbekende juffrouw dat ze het de hele nacht wil doen en wordt daarbij begeleid door het constante inslaggeluid van de pijltjes en gekraak van de houten vloer. Het zwaarst hebben de tellers, die tussen de borden hebben plaatsgenomen, het te verduren. Een van het bord terugspringende pijl kan behoorlijk zeer doen. De jongste darter heeft zijn `lucky' safarihemd aangetrokken en wint bijna elk potje met pijltjes waarop springende dolfijnen zijn afgedrukt.

Dit is de negentiende aflevering in een serie over kinderen en sport.