Heilige Geest

Tien jaar geleden werd in een vergadering van de vaste Kamercommissie voor Onderwijs de eerste steen gelegd voor het huidige vmbo. Bij die gelegenheid spraken de onderwijsspecialisten van de Tweede Kamer over een onder leiding van oud-minister van Onderwijs van Veen uitgebracht rapport, getiteld `Recht doen aan verscheidenheid'. Daarin werd geadviseerd om het voorbereidend beroepsonderwijs en de mavo samen te voegen. In het aldus ontstane vmbo zouden leerlingen de keuze moeten hebben uit verschillende leerwegen. Van Veen adviseerde om in de nieuwe opzet het ivbo, het individueel voorbereidend beroepsonderwijs bedoeld voor de allerzwakste leerlingen, te handhaven.

Toenmalig staatssecretaris Netelenbos legde dat advies naast zich neer. Zij wilde nog wel een deel van die leerlingen opvangen in een arbeidsmarktgerichte leerweg, maar het merendeel moest gewoon een van de meer theoretische leerwegen volgen om vervolgens door te stromen naar het middelbaar beroepsonderwijs. Netelenbos ging zelfs nog veel verder: zij vond dat ook de probleemleerlingen die tot dan toe werden opgevangen in scholen voor speciaal onderwijs, in het vmbo moesten worden opgenomen. Op 29 mei 1995 bogen de Kamerleden zich over het betreffende wetsvoorstel.

Van de Camp (CDA) vroeg of er redenen waren om die kleine gespecialiseerde instellingen op te heffen, deden die hun werk soms niet goed?. Dat leidde tot curieuze reacties. Sterk (PvdA): `Naar mijn mening dient de noodzakelijke bijzondere opvang zo dicht mogelijk bij het reguliere onderwijs gebracht te worden om de eventuele overstap te vergemakkelijken.' Vervolgens deed Van Vliet (D66) haar duit in het zakje met: `Ik zie niet in dat het huidige individueel onderwijs niet goed functioneert, maar ik vind het zaak dat wij proberen nieuwe impulsen te geven, zoals mevrouw Sterk ook zei.' Met andere woorden, ik zou met de beste wil ter wereld niet weten wat er mis is met de huidige praktijk maar we zijn wel bereid die de nek om te draaien, want nieuwe impulsen, dat is nooit weg. Door Netelenbos werd deze diepe gedachte vervolgens kernachtig samengevat met: `Dit is volgens mij nu precies wat hier wordt voorgesteld, namelijk de zorg in de school bieden, op de maat die de leerling nodig heeft.' Voor Van de Camp aanleiding om, met een beroep op zijn broer, nog een laatste poging te wagen de Kamer tot het inzicht te brengen dat er moeilijk lerende kinderen zijn die je alleen maar ongelukkig maakt door ze langer te laten doen wat ze niet kunnen: `U weet wellicht dat ik een broer heb met een IVBO-diploma, die nog meer verdient dan ik! Ziehier een stukje persoonlijke tragiek! Ik zou er niet aan moeten denken dat men zo iemand in het MBO had gestopt, want dat had hij nooit gered.' Vervolgens zegt hij te hopen dat de Kamer zich bedenkt: `Tussen nu en het moment van stemming ligt nog het pinksterweekend. In onze kringen is het gebruikelijk dat de heilige geest dan langs komt.'

Maar met of zonder heilige geest, uitgangspunt bleef de maakbare leerling, die zou zich vanzelf wel aanpassen aan de door Netelenbos en de Kamer gewenste structuur.

Het is onbegrijpelijk dat gekozen werd voor een zo ingrijpende maatregel op grond van nietszeggende argumenten. Probleemleerlingen, hun aantal diende te worden beperkt want het mocht allemaal niks kosten, en dat mag het nog steeds niet. Daarvan plukken we dagelijks de wrange vruchten, en welke vormen die vruchten allemaal hebben, dat hoef ik u niet te vertellen want dat leest u dagelijks in deze krant.

Prick@worldonline.nl