Groeiwonder Spanje bouwt op de pof

Spanje groeit van de hele eurozone het hardst. Wat maakt dat Spanje zo succesvol is? De bouwwoede scoort hoog. Maar: ,,Wij kunnen niet ons hele leven huizen blijven bouwen''.

Berichten uit het land van overvloed. De puente (brug) van de eerste mei, een lang weekeinde van vrije dagen, had een record van honderden kilometers aan files tot gevolg. Wie vanuit Madrid naar Valencia of het zuiden wilde rijden stond soms vier uur te wachten op de snelweg. Dat krijg je ervan.

De verkoop van auto's behaalde in april een record met een groei van zes procent. Het eerste kwartaal werd twintig procent meer gas gebruikt, voornamelijk door gasgeneratoren die elektriciteit opwekken. Spanje heeft in veertien jaar tijd zijn uitstoot van kooldioxide met bijna 46 procent zien toenemen, waarmee het binnen Europa het verst verwijderd is van de normen vastgelegd in het Kyoto-verdrag. Ander Europees record: vorig jaar werden 700.000 nieuwe woningen gebouwd. De huizenprijzen stegen in zeven jaar tijd met 150 procent.

Terwijl andere landen worstelen met tegenvallende groeicijfers blijft Spanje het economische wonderkind van Europa. Bijna drie procent groeide de economie vorig jaar, bijna drie maal zoveel als gemiddeld in de eurozone. Waarmee Spanje nu al een klein decennium fundamenteel sneller groeit dan de landen om hem heen. Sinds 1995 is zijn gemiddelde inkomen van 80 procent van het Europese gemiddelde geklommmen naar bijna 95 procent, de verlaging van het Europese gemiddelde door de komst van de nieuwkomers in het oosten niet meegerekend.

Spanje's economische boom werd de laatste jaren aangezwengeld door een sterk gegroeide consumptie en een bouwmarkt waar explosieve prijsstijgingen hand in hand gaan met een koortsachtige bouwwoede. Wie het een beetje goed bekeek stapte een jaar of zeven geleden in de huizenmarkt om mee te profiteren van de speculatieve prijsstijgingen waar geen eind aan lijkt te komen. Aangestuurd door de historisch lage rentestanden consumeert en bouwt Spanje daarbij grotendeels op de pof. Van alle groeicijfers is die van de particuliere schuld misschien nog wel het grootste: 17,5 procent het afgelopen jaar. De schuld bedraagt bijna 600 miljard euro, drie kwart van het jaarlijkse bruto binnenlands product.

Geen wonder dat er in toenemende mate zorgelijke geluiden vallen te horen in economische kring. ,,We kunnen niet ons hele leven huizen blijven bouwen'', zo vat Emilio Ontiveros, hoogleraar bedrijfseconomie en bekend commentator, het ongemak samen. Want terwijl Spanje zich suf leent om zijn nieuwe huizen, auto's en Ikea-wandmeubels te betalen, rijst de vraag waar in de toekomst geld mee verdiend moet worden. Hoewel de bouwondernemingen en makelaarsorganisaties in koor ontkennen dat er sprake is van een speculatieve huizenluchtbel die ieder moment kan barsten, waarschuwt Spanje's centrale bank nu al enige jaren voor de overspannen huizenmarkt.

Maar ook zonder een `harde landing' van de huizenmarkt heeft Spanje genoeg om zich zorgen over te maken. Spanje is nog altijd Europese hekkensluiter in arbeidsproductiviteit. Het internetgebruik groeit snel, maar het gebruik is nog altijd het laagste op het continent. Hetzelfde geldt voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Scholing, universiteiten en beroepsopleidingen lopen hopeloos achter in kwaliteit.

De regering-Zapataero presenteerde bij zijn aantreden vrij ambitieuze plannen om te investeren in onderwijs en in onderzoek en ontwikkeling. De Spaanse minister van Financiën, Pedro Solbes, die als voormalig Europees commissaris naam maakte door de lidstaten hardhandig te houden aan hun verplichtingen om het overheidstekort binnen de Europese normen te houden, lijkt opnieuw de voorrang te geven aan het in de hand houden van het begrotingstekort. De regering-Zapatero maakte in het eerste jaar veel werk van sociale maatregelen, maar lange-termijnoplossingen om Spanje's concurrentiekracht te vergroten bleven uit.

Er doemen meer donkere wolken aan de horizon. Sinds het toetreden tot de toenmalige Europese gemeenschap in de jaren tachtig was Spanje de grootste ontvanger van de structuur- en cohesiefondsen uit Brussel. De miljardenstroom, geïnvesteerd in een groot aantal infrastructurele projecten, droeg in hoge mate bij aan de economische groei. Maar zo het zich laat aanzien is het binnen enkele jaren definitief gedaan met de Europese steun, die nu zijn weg in oostelijk richting vindt. Ook een andere steunbeer van de Spaanse economie, het toerisme, vertoont slijtage. Pogingen om het traditionele `zon en strand'-toerisme te veranderen in een kwaliteitstoerisme met een hogere toegevoegde waarde komen maar schoorvoetend van de grond.

Daar staat tegenover dat een deel van de groei van de laatste jaren vermoedelijk verklaard kan worden uit het toenemend aantal Europeanen dat besloten heeft definitief naar Spanje te vertrekken om daar hun oude dag te slijten. Omdat er binnen de EU geen verplichting bestaat om een verblijfsvergunning aan te vragen zijn de cijfers in hoge mate speculatief. Maar de schattingen lopen op tot vele miljoenen die in de komende jaren hun pensioen in Spanje komen besteden, met alle gevolgen voor de consumptie en de dienstverlening.

Toch kan Spanje daar niet te veel op vertrouwen, vindt Emilio Ontiveros. Spanje moet vooruit kijken naar zijn concurrentiepositie. ,,We moeten in onze technologische infrastructuur drastisch verbeteren'', meent hij. Grootscheepse investeringen in zowel de hardware van de informatietechnologie als het menselijke werkkapitaal zijn hoogst noodzakelijk. Spanje heeft een impuls nodig en de overheid lijkt de meest aangewezen instantie hier initiatief te nemen.

Deze week werden in het parlement gedebatteerd over het regeringsprogramma voor het komende jaar. Over de economie werd weinig vernomen. Zorgwekkend, meent Ontiveros. Vooralsnog valt weinig te merken van meer geld voor onderzoek en ontwikkeling, scholing en productiviteitsverbetering. ,,Dat waren mooie voornemens, maar ik hoop dat ze nu ook het geld er voor gaan vrijmaken'', aldus de econoom. ,,We kunnen niet langer op de automatische piloot vertrouwen. Spanje heeft een impuls nodig.''