Een mooi vliegveld zonder vliegtuigen

Gaza International Airport is een spookvliegveld. Het wachten is op het vertrek van de joodse kolonisten. Dan zullen weer vliegtuigen landen en komt Palestijns Gaza mogelijk tot leven.

De verkeerstoren van Gaza International Airport is bemand. Het personeel van het `Main Sales Office' en de directieburelen, waar getelefoneerd wordt en het kopieerapparaat bedrijvig zoemt, is present. De bagagewagens, de ambulance, de `security' en de brandweerwagens staan paraat, de kliniek op orde, de tanks met kerosine gevuld. Wie zijn ogen dichtknijpt, kan de Arabische en Engelse oproepen horen: ,,Willen passagiers voor Palestinian Airlines 272 naar Amman instappen'' of ,,PA 141 uit Kaïro is geland ''.

Maar daarop wachten, is als wachten op Godot. De monitoren en bagagebanden zijn uitgeschakeld en de speakers zwijgen, de stoeltjes in de coffeeshop staan tegen de tafeltjes gekanteld. Er landen geen vliegtuigen, er vertrekken geen vliegtuigen; gisteren niet, vandaag niet en morgen ook niet. Gaza International Airport is een vergeten luchthaven, een volledig geëquipeerd en bemand vliegveld in het zuiden van de Gazastrook in de mottenballen. Kapitaalvernietiging in elegante Arabische vormgeving.

Wanneer de Nederlandse Fokkers, de Boeing 747 en de Dash 8 van het naar Egypte uitgeweken Palestinian Airlines weer zullen terugkeren, weet alleen God, zeggen de Gazanen. En de Israëliërs natuurlijk, die aan het begin van de intifada (opstand) het vliegveld sloten en in 2002 de radarinstallatie en de landingsbaan met raketten bombardeerden. Wraak voor de Palestijnse aanslagen en vrees voor wapenimporten waren de motieven om de enige luchtweg in Gaza onklaar te maken.

,,Dat moet 1.537 dagen geleden zijn geweest'', antwoordt plaatsvervangend directeur Zacharia Mahran na raadpleging van papieren in een grijze ordner op de vraag wanneer voor het laatst een vliegtuig landde. Maar hij heeft geen werkdag gemist; net als de 449 andere employees verschijnt hij stipt volgens het rooster om acht uur 's ochtends ten burele. Het personeel in de kantoortjes rondom de brandschone vertrekhal straalt lome hangerigheid uit, maar men is aanwezig. De geur van koffie en sigarettenrook waaiert door de koele vertrekhal. Alle tijd om de Marokkaanse architectuur met slanke pilaren en hoge, boogvormige ramen en de karmozijnen en kobaltblauwe mozaïeken op de muren te bewonderen. Foto's en martiale posters van Arafat, zijn opvolger Abbas en van plaatselijke Palestijnen `martelaren' ontbreken niet.

,,Het is onze missie naar ons werk te komen. Bovendien, alles moet beschermd worden tegen dieven en plunderaars'', vertelt Mahran, die een kantoor deelt met de onderdirecteur `vrachtvervoer', die ook alle tijd heeft om te internetten. De directeur zelf heeft een kantoor voor zichzelf en kan wegens een hoorbaar heftig gesprek niet worden gestoord.

Buiten worden de perken gewied, de trottoirs geveegd en de papieren van bezoekers grondig geïnspecteerd. Voor een rondrit op het vliegveld is toestemming nodig en de chef `beveiliging' stuurt een begeleider mee. De radarinstallatie is verbouwd tot een kunstwerk van gebogen en verwrongen staal, de raketinslag heeft een diepe kuil gegraven; de landingsbaan is op zeventien plaatsen door Israëlische bulldozers overdwars omgeploegd tot een baan met hordes.

Het is niet alleen het inkomen dat de 450 werknemers (van de oorspronkelijke 1.200) van Gaza International Airport, dat waarschijnlijk omgedoopt zal worden in Yasser Arafat International Airport, motiveert. Een luchthaven is een symbool van een land, in dit geval van het streven naar een eigen land met een florerende economie met aansluiting naar de wereld. Het piekfijn op orde houden van het zonder enige twijfel fraaiste gebouw in de hele Gazastrook is dus een bijdrage aan de staatsvorming. ,,Een monument'' zegt Mahran. Een belofte voor een betere toekomst, hoopt hij ook.

De vraag is alleen wanneer die tijden aanbreken. De Palestijnse economie stimuleren was de (globaliserings-)gedachte achter de aanleg van Gaza International Airport, dat in 1998 door toenmalig president Clinton en Yasser Arafat werd geopend. Arafat was zo blij dat hij alle passagiers en de bemanningsleden van de eerste acht volle toestellen persoonlijk verwelkomde met zijn befaamde, of beruchte, kleffe kus. 250 miljoen dollar hadden Japan en de Europese Unie (de Nederlandse, Spaanse en Engelse belastingbetalers voorop) in het project gestoken, de koning van Marokko rekende met de architect af. Toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Pronk deed nog twee Fokker 50's in het pakket. Mahran herinnert zich het vrolijke volksfeest in november 1998 nog goed. De belangstelling van de vreugdevolle bevolking was massaal, een oude sjeik beklom met hengsten en al de perstribune om een beter zicht te krijgen en de Palestijnse stewardessen huilden tranen van ontroering. Mahran denkt de heropening nog te zullen meemaken.

Zodra Israël de 21 nederzettingen met de 8.500 religieuze kolonisten in de Gazastrook heeft ontruimd, wil president Abbas met internationale steun de luchthaven heropenen en de haven van Gazastad herbouwen. Die totaal verwoeste haven werd met Nederlands geld aangelegd en toenmalig premier Kok heeft daar op een hete dag zand staan scheppen. Ook oud-Wereldbank-president James Wolfensohn, door president Bush belast met de hulp aan de wederopbouw van de Palestijnse economie, wil dat de luchthaven en de scheepshaven zo spoedig mogelijk open gaan. Rand Corporation, de conservatieve Californische denktank, heeft in een uitvoerig rapport berekend dat de opbouw van een levensvatbare Palestijnse staat in de komende vijftien jaar 70 miljard dollar gaat kosten. Vrij verkeer van goederen, diensten en personen via (lucht)havens en grenzen is een absolute basisvoorwaarde. Net als veiligheid voor Israël én de Palestijnen, stipuleerde Rand Corporation in het onderzoek..

Achter de schermen voeren Wereldbank, Europese Unie, de Palestijnse minister Dahlan en de Israëlische vice-premier Peres verkennende gesprekken over de heropening van de haven en het vliegveld. Peres wil wel, maar heeft al een aantal keren moeten zeggen dat zijn premier, Ariel Sharon, niets voelt voor heropening van Gaza International. De Gazastrook is ,,Hamastan'' (minister van Buitenlandse Zaken Shaloms omschrijving na de verkiezingssuccessen van Hamas) en de Palestijnse Autoriteit wordt niet in staat geacht de luchthaven op veilige wijze te beheren. ,,Openen van het vliegveld staat niet op onze agenda. Eerst moeten de Palestijnse militanten ontwapend zijn'', aldus Mark Regev, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Voor onderdirecteur Mahran geen verrassende uitspraak. Hij denkt dat het niet alleen gaat om angst voor terreur, maar ook dat de Israëliërs bevreesd zijn voor commerciële concurrentie van de Palestijnen. Mahran: ,,We exporteerden textiel, groente, fruit en bloemen naar de Golfstaten en de Arabische buurlanden. Dat vonden ze niet leuk. Dat gaan we weer doen. Een politieke beslissing, een beetje geld en wat werk en we kunnen binnen een half jaar open zijn. Inshallah.''