Eén grote familie - en machtig bovendien

De adel sterft uit en de kerken lopen leeg. Maar met de Orde van Malta, een verenging voor de katholieke adel, gaat het goed. Ook jonge leden willen maar wat graag mee op bedevaart naar Lourdes. Om te netwerken, om te flirten en om iets goeds te doen.

Het oude station van het Noord-Franse plaatsje Tourcoing doet op donderdagochtend rond half elf middeleeuws aan. Heren in zwarte uniformen met baretten op en dames in witte verpleegstersuniformpjes met zwierige zwart-rode capes, slepen met koffers en duwen karretjes met zieken en gehandicapten. Jonge meisjes, Audrey Hepburn-achtige verschijningen, buigen zich over zorgelijk kijkende bejaarden. ,,Zal ik uw tas hier neerzetten, of houdt u hem liever bij u?'' Ook de oudere pelgrims steken de handen uit de mouwen. Met zweetpareltjes op het voorhoofd sjouwt Zweder baron Van Hövell tot Westerflier,voorzitter van de Nederlandse Maltezers, koffers de trein in.

Een speciaal voor de Lourdes-reis gecharterde trein wordt door de Nederlandse pelgrims en hun gasten, 130 in totaal, gedeeld met hun Belgische collega's, die ook naar Lourdes gaan. De komende dagen vaardigen alle Maltezers in Europa en Amerika hun pelgrims af naar het Zuid-Franse dorp in de Pyreneeën. Zij bieden zieken en gehandicapten daar de kans om geheel verzorgd een sprituele ervaring te ondergaan.

De excursies van de Orde van Malta, bolwerk van het oude katholieke establishment, trekken de laatste jaren steeds meer jongeren. Zij komen om goed te doen, maar ook voor de sfeer. De avonden in `de Jeanne d'Arc', de hotelbar waar jonge Europese Maltezers gedurende de bedevaart samenkomen, zijn berucht. Een huwelijksmarkt wordt het daar wel genoemd.

Monseigneur Philippe Bär, die als ere-kapelaan van de Orde altijd meegaat op de jaarlijkse bedevaart naar Lourdes, houdt audiëntie op het perron. De een na de ander geeft hem een hartelijke omhelzing. Bär, goed thuis in de betere katholieke kringen in Nederland, heeft veel van de pelgrims gedoopt of getrouwd en kent hen soms al hun hele leven. ,,Ik trouwde haar vorig jaar'', zegt hij bijvoorbeeld vaderlijk over een van de meisjes die hij `lieve Eugenie' noemt ,,en nu is zij in verwachting. Leuk hè?''

Als iedereen plaats heeft genomen in de coupés, de deuren sluiten en de trein in beweging komt, is het alsof een grote familie weer even onder elkaar is. De lunchpakketten worden uitgepakt terwijl alle belangrijke gebeurtenissen van het afgelopen jaar de revue passeren. Wie zijn er getrouwd, wie is er in verwachting, wie heeft er welke baan of stage gekregen en wie is er verhuisd.

Leden van magistrale gratie

De adel in Nederland leidt sinds de Tweede Wereldoorlog een zieltogend bestaan. Sinds in 1953 werd besloten dat verheffing in de adelstand niet bij Nederland past, zijn de titels – die alleen erfelijk zijn in de mannelijke lijn – feitelijk tot uitsterven gedoemd. De tijdgeest zat in de tweede helft van de vorige eeuw ook tegen. ,,Bent u van adel? Dan mag u de wc's gaan schoonmaken'', vat pelgrim jonkheer Christiaan van Nispen tot Sevenaer (42) de bejegening in de jaren zeventig samen. De koningin, de eigenlijke chef van de adel, heeft zich gaandeweg van de adel afgekeerd. Beatrix verruilde de adel aan het Hof grotendeels voor gewone functionarissen. In sociaal opzicht deed zij evenmin moeite om de contacten met de adel te onderhouden. Of, zoals de voorzitter van de Nederlandse Maltezers Van Hövell het formuleert: ,,Ons koningshuis heeft ons kalt gestellt''.

Er bestaan schoonmakers van adel, maar evengoed tref je nog altijd veel adellijke namen aan op hoge posten in de diplomatie, het bestuur en het bedrijfsleven. Tegen de klippen op lijkt een krachtig netwerk overeind te zijn gebleven, waarvan de Orde van Malta een van de pijlers is. Het `familiegevoel' houdt de groep levend: de adellijke families die nog over zijn, zijn enkele generaties terug altijd wel in de een of andere graad familie van elkaar. ,,We hebben het eeuwenlang samen heel gezellig gehad'', zegt Van Nispen tot Sevenaer. ,,Als kind logeerde ik altijd door het hele land.''

Nu de tijdgeest weer wat minder vijandig is, is het tijd om het zilver op te poetsen. De Orde van Malta, die behalve de reis naar Lourdes ook gehandicaptenkampen organiseert en `spirituele retraites' voor de eigen leden, kan daarbij het voortouw nemen. Na jaren een club te zijn geweest van strenge adellijke heren, heeft zij een moderne weg ingeslagen. Het nieuwe bestuur dat enkele jaren geleden aantrad, vond het tijd dat zogeheten `magistralen' tot de orde worden toegelaten, de niet-adel. Het hoofdkantoor in Rome dringt daar al jaren op aan en andere Maltezer Ordes in de wereld hebben allang burgers ingelijfd. De Nederlandse afdeling was de enige die talmde. Burgers mogen meedoen met de activiteiten, maar geen stem in het kapittel krijgen, vond de oude conservatieve garde.

Het nieuwe bestuur onder leiding van Van Hövell meent dat dit een doodlopende weg is. Naast de leden van `eer en devotie' (adel van voor 1855), die van `gratie en devotie' (adel vanaf 1855), komen er straks Maltezers van `magistrale gratie' bij. Het aantal `gewone' leden moet wel binnen de perken blijven, vindt het bestuur. Het is de bedoeling dat (althans voorlopig) een grote adellijke meerderheid blijft bestaan. Van Hövell, die in september als voorzitter wordt opgevolgd door de gepensioneerde commissaris van de koningin in Limburg, Berend-Jan baron Van Voorst tot Voorst, verwacht dat in september de eerste magistralen toetreden.

Een ons-kent-ons-wereldje

Binnen de Orde is er behalve adel ook het katholicisme dat bindt. De pelgrims hebben op de televisie ademloos de begrafenis van de paus gevolgd waar iedereen aanwezig was die er in de wereld toe doet. ,,Dan zie je dat zo'n eenkoppige leiding toch wel mooi is'', zegt de Bussumse bedrijvendokter René ridder Van Rappard, al jaren lid van de Orde. Monseigneur Bär heeft het toegenomen enthousiasme voor de religieuze symboliek ook gemerkt, zegt hij. ,,We zijn na de jaren zeventig beland in haast overdreven vrijheid. Ik merk aan veel mensen hoe verloren ze zijn. Ze vragen zich af: wat hebben we eigenlijk prijsgegeven? Kunnen we wel zonder?''

De pelgrims die naar Lourdes gaan, zijn allemaal religieus geïnspireerd, maar niet allemaal van adel. Meer dan de helft zijn `vrienden' van de Maltezers. Uit het grote aantal (mooie) jonge meisjes in het gezelschap valt op te maken dat de Orde van Malta anno 2005 kennelijk wel een club is waar je bij wilt horen. Het aantal aanmeldingen om mee te gaan naar Lourdes neemt ieder jaar toe, zegt Jan ridder de Van der Schueren (42), dit jaar directeur van de Lourdes-bedevaart. ,,Ik heb dit jaar aan veel mensen `nee' moeten verkopen.''

`Vrijwilligers' zoals de niet-adellijke pelgrims worden genoemd, kunnen zich niet zomaar zelf aanmelden. Zij worden voorgedragen door de leden en zijn goede vrienden of familie. Vrijwilliger Elisabeth de Haas Van Dorsser (26) bijvoorbeeld, een jonge arts met een klassiek gezicht en donker krullend haar, is de kleindochter van Eric baron van Voorst tot Voorst, die bij de Orde ooit met de bedevaarten begon. ,,Het is een soort familiereünie'', zegt zij. Haar nichtje Emilie barones van Voorst tot Voorst (28), een goedlachs en een beetje ondeugend kijkend blond meisje fladdert door de trein. ,,Ik ben hier familie van ongeveer iedereen'', zegt ze.

De katholieke netwerken strekken ver. Cécile Brenninkmeijer (26) lid van de bekende C&A-familie, is dit jaar ook een van de vrijwilligers. ,,Als dit een EO-jongeren-gedoe was, zou ik niet meegaan. Het leuke hier is dat je elkaar kent'', zegt zij. ,,Je vraagt een keer een vriendje mee en die vraagt dan weer een vriendje'', zo omschrijft René ridder Van Rappard junior (21), wiens vader, oom en zusje ook mee zijn, de satellietvorming rond de Maltezers. ,,Er zijn huwelijken uit voortgekomen'', vertelt bedrijfsmakelaar Bernhard Linthorst (31), zelf ook `vrijwilliger'. Zijn echtgenote is dit jaar ook mee, evenals zijn moeder en zusje. Béatrice Poortermans, wier moeder Van Voorst tot Voorst heet, spreekt van een ,,Maltezer circuit''.

Ruud Teeuwen (34), effectenhandelaar bij ING, spreekt van een `ons-kent-ons-wereldje'. Ook hij heeft vrije dagen opgenomen om in Lourdes op te treden als `equipe-hoofd'. Hij kan dan misschien geen lid worden, maar treft hier wel ,,allemaal dispuutgenootjes'' uit zijn studententijd. ,,Ik zou dit niet doen voor de Zonnebloem. Het is niet alleen maar opoffering'', zegt hij. Hoewel Teeuwen spreekt van een ,,heel toegankelijke wereld'', is hij zich ervan bewust dat hij als vrijwilliger bij de Orde feitelijk een buitenstaander is. ,,Het blijft toch een gesloten geheel. De vrijwilligers hebben geen inspraak.''

Lid worden kost geld. Een eenmalige belasting van 2.000 euro moet worden afgedragen aan het hoofdkantoor in Rome (zie kader) en daarna moet een jaarlijkse contributie worden betaald van 160 euro. Ruud Teeuwen zegt dat als hij gevraagd zou worden om lid te worden, hij daar eerst goed over zou moeten nadenken. ,,Ik kan nu tenslotte ook al deelnemen aan alle activiteiten.''

De zusjes Lokin, Asta (25), Pia (24) en Martha (21), drie lange blonde meisjes, zitten naast elkaar in de trein. Ze zijn niet van adel, maar kennen wel iedereen. Volgens Clementine Noordzij (29), evenmin van adel maar wel dochter van de vroegere NS-directeur Karel Noordzij, ,,ga je erin als individu en kom je eruit als familie''. Zij ís overigens al familie van de zusjes Lokin, die haar nichtjes zijn. Familiebanden knellen niet, integendeel. Asta, Pia en Martha vinden het ,,heel gezellig'' dat hun vader, de Groningse hoogleraar rechtsgeleerdheid Jan Lokin, ook meegaat op bedevaart. Ze missen hun moeder, zeggen ze, die thuis is gebleven omdat hun broertje eindexamen doet. ,,Maar volgend jaar gaat ze weer mee.''

In de trein lijkt het alsof de zwartgallige `fuck the system'-geest uit de jaren tachtig nooit heeft bestaan. De jonge pelgrims zijn allemaal energiek en optimistisch. Familie, geloof, carrière en sociaal verkeer zijn de pijlers van hun bestaan. Ze studeren econometrie, zijn arts in opleiding, `trainee' bij TNT, of beleidsmedewerker bij het Europese Parlement.

All night long

Terwijl de animo voor deelname rond de Maltezers groeit, worstelt het bestuur ondertussen met de vraag wie er tot de echte inner circle mag toetreden en wie niet. ,,We willen open zijn'', zegt René ridder Van Rappard, ,,maar het is ook weer niet de bedoeling dat we een korfbalvereniging worden.'' Daarentegen is ,,een rotary'' met allemaal maatschappelijk verdienstelijke mensen, weer het schrikbeeld van bestuurslid jonkheer Arnaud van der Does de Willebois (45), bankier te Gulpen, die vooral wil dat de leden zich inzetten voor de liefdadigheidsactiviteiten. ,,Vroeger werd men lid uit traditie, nu is het criterium of je ook bereid bent om wat te doen'', zegt hij.

De pelgrims nemen hun geloof serieus. Ze gaan niet allemaal elke zondag naar de kerk, maar toch wel één of twee keer per maand. Scheiden mag niet van de Orde, of althans, wie na een scheiding hertrouwt, moet de Orde verlaten. Dat zijn geen dingen waar de Orde-leden tegen in opstand komen, ook al ervaren ze zelf (ook aan den lijve) dat scheiden nu eenmaal voorkomt. Maar een norm moet er toch zijn, vinden ze. Of, zoals Bär het formuleert ,,Je moet de tien niet afschaffen.''

Asta Lokin heeft zich zo opgewonden over de aanhoudende kritiek in Nederland op het Vaticaan, dat ze onder de pelgrims onlangs een gepeperde e-mail heeft rondgestuurd. Er moet toch iémand een norm stellen, vindt zij. Ze krijgt in de trein veel complimenten over haar epistel. Door de speakers klinkt het Ave Maria. Sommigen zingen zachtjes mee. De flessen wijn gaan open en er komt een gitaar tevoorschijn. Emilie Van Voorst tot Voorst en haar vriendin jonkvrouw Ottilia Von Chrismar (27) zingen uit volle borst mee. Geen evangelische songs á la John Denver, geen linkse protestliederen, maar `All night long' van Lionel Richie.

Na aankomst van de trein worden de veertig gasten per bus naar hun slaapverblijf gebracht, een groot complex aan de rand van het heiligdom waar alles in Lourdes om draait. Hier heeft het straatarme meisje Bernadette in 1858 bij een grot achttien keer de maagd Maria zien verschijnen. Zelf verblijven de pelgrims in een hotel verderop.

De gasten zijn moe en willen naar de wc. Een bejaarde dame kampt met een broek die steeds op haar knieën zakt. René van Rappard duwt het karretje van mevrouw Toos R. (81), die zich angstig vastklampt als hij haar naar achteren kiepert om een drempel over te gaan. ,,Hier is mevrouw R.!'' kondigt hij haar met luide stem aan in de slaapzaal. ,,Ik heb voor u een mooi plaatsje aan het raam'', zegt hij samenzweerderig. De gasten maken in Lourdes altijd een enorme opleving mee, vertelt Clementine Noordzij. ,,Ze komen echt terug als andere mensen.'' En dat geldt ook voor de pelgrims. ,,Je leert hier om je dagelijkse problemen een beetje te relativeren'', zegt Jan de Van der Schueren.

Geloven de Maltezers in de geneeskracht van Lourdes? ,,Natuurlijk niet'', zegt René van Rappard. ,,Maar ik geloof wel in opbeurende krachten.'' Vaatchirurg Sjef van Baal, die mee is als vrijwililliger, zegt er niet bij stil te staan ,,of de wonderen van Lourdes evidence based zijn. Ik zie gewoon dat het werkt.'' Als Van Rappard vertelt over het zwaar gehandicapte meisje dat voor het eerst in tijden een geluid maakte nadat hij haar een bloemetje had gegeven, krijgt hij nog tranen in zijn ogen. Volgens hoogleraar Jan Lokin moet het wonder worden gezocht in het moment ,,waarop je naakt staat en iedereen hetzelfde wil. Dat meemaken, is het mooiste in het leven.'' Overgave is het sleutelwoord. Die van hoogleraar Lokin lijkt volledig. De tafels van de gasten in de ontbijtzaal dekt hij met de concentratie van iemand die een vliegtuig aan de grond moet zetten.

Jonge Italiaanse markiezen

De gasten worden uitgekleed en dan in bed gelegd. Monseigneur Bär komt voor het slapen gaan nog even langs. ,,Hoe gaat het met u? Aha, u heeft soep gekregen. Dat is goed.''

De volgende ochtend beginnen Cécile Brenninkmeijer, Ottilia von Chrismar en Solange Post aan hun huishoudelijke dienst in één van de slaapzalen. ,,Zullen we de taken even verdelen?'', vraagt Cécile. ,,Eén doet de wc's, de ander de bedden en als we klaar zijn, bepalen we de next step.'' ,,In het begin was ik een beetje huiverig om te zeggen dat ik naar Lourdes ging'', zegt Ottilia, ,,maar vriendinnen vragen nu vaak of ze ook een keertje mee mogen.''

Om half tien spreekt monseigneur Bär de pelgrims en hun gasten toe in de kapel. Hij vertelt van het wonder van de kleine Bernadette die Maria zag. Dat het juist dit meisje, dit ,,onnozele kind'' zonder enig aanzien was gegeven om oog in oog te staan met de Heilige maagd, is een bemoediging, zegt Bär, ,,dat je niet bijzonder hoeft te zijn''.

Een troostrijke gedachte, maar wie lid wil worden van de Orde van Malta moet zich wel onderscheiden. Het `Powerhouse'-karakter dat de Orde vanouds had, mag niet verloren gaan, vindt Van Rappard. ,,In Amerika doen ze er niet moeilijk over. Daar hebben ze geen adel, dus is het criterium voor lidmaatschap gewoon of je maatschappelijk succesvol bent.'' Van de nieuwe leden wordt inderdaad ,,een zekere maatschappelijke relevantie'' gevraagd, zegt Van Hövell. Bisschop Bär is ook geraadpleegd over de kwestie, zegt hij desgevraagd, maar hij zegt dat hij geen namen wil noemen. Hij heeft wel geadviseerd om geen volkomen nieuwelingen op te nemen. ,,Waar het om gaat, is dat de waarden waar de katholieke adel voor staat, in stand blijven.'' En dat is precies wat René van Rappard bedoelt als hij zegt dat hij ,,bij wijze van spreken'' liever leden wil van het kaliber van Ruud Lubbers of Dries van Agt, dan van vastgoedtycoons uit de Quote-500.

Die middag gaan de pelgrims met hun gasten naar de grot. De gasten hebben hun karretjes volgeladen met dikke lange kaarsen die straks aangestoken mogen worden. Nadat de gasten met hun handen langs de vochtige grotwand hebben mogen strijken, steekt Bär kaarsen aan voor mevrouw Henrica van den B. (71). ,,Voor de buren die mij helpen, de kinderen, de kleinkinderen en mijn man in het verpleeghuis'', zegt ze. Dan barst zij in tranen uit. ,,Alle intenties zijn verwerkt'', administreert Bär de verzoeken aan het Opperwezen geruststellend. ,,Heeft u er een gebedje bij gedaan?''

Jonkheer Eugene de Roy van Zuydewijn (een andere tak dan die van Edwin, zo wordt steeds door iedereen onderstreept) steekt kaarsen aan voor mevrouw Lenie van M. (72). Zij zit trillend van emotie in haar karretje. Tussen het snikken door somt ze op: ,,Voor mijn kinderen, voor mijn vriendin die wil sterven maar niet kan. Ze heeft maagkanker, is vel over been, maar ze kan niet.'' Als de kaarsjes eenmaal branden, komt ze weer een beetje tot rust. ,,Goed zo'', zegt ze. Dit is waar de pelgrims het voor doen. ,,Je voelt de emotie gewoon door de stang van het karretje heenstralen'', zegt Béatrice Poortermans.

's Avonds zakken de jongere pelgrims af naar de `Jeanne d'Arc'. Er is door enkele Nederlandse meisjes 's middags ,,al druk ge-sms't met de Duitsers'', weet één van de mannelijke pelgrims. In de hotelbar lopen jonge Italiaanse markiezen, Spaanse graven en Duitse hertogen en hun vrouwelijke gelijken druk door elkaar heen. De zwarte uniforms van de mannen variëren van stoere zwarte overall met ceintuur voor de Spanjaarden, tot padvinder-achtig jasje met een soort timmermansbroek voor de Nederlanders. De dames dragen rood met witte verpleegstersjurkjes met zwarte capes. Te oordelen naar de gelukzalige blik in de bruine ogen van Cécile Brenninkmeijer doet ook hier zich een klein wonder van Lourdes voor. ,,Dít vindt je echt nergens'', zegt ze.