`Een duivelse daad van onverstand'

Rotterdam herdenkt het bombardement van 14 mei 1940, dat het centrum grotendeels vernietigde. De herdenking is op de plek waar de Duitsers die dag een ultimatum bezorgden.

Op 8 april 1939 schreef burgemeester Oud van Rotterdam het voorwoord bij Wenken op het gebied van de Luchtbescherming. Het boekje, dat werd verspreid onder de stadsbevolking, bevatte maatregelen tegen mogelijk `luchtgevaar', zoals het brandvrij maken van zolders en daken door het aanbrengen van `een brandwerende verflaag' en het alvast op zolder zetten van `enige emmers, teilen, kuipen en dergelijke' met zand of water.

Burgemeester Oud schreef: ,,Wij durven er niet aan te denken, dat deze dingen werkelijkheid zullen worden. Wij blijven ook vurig hopen, dat zij geen werkelijkheid worden zullen. Maar wij zouden onzen plicht slecht verstaan, als wij, in het vertrouwen, dat het verschrikkelijke toch wel niet gebeuren zal, ons er van onthielden ons zoo goed mogelijk voor te bereiden.'' Oud eindigde met een geruststelling: ,,De verspreiding [van het boekje] is geen uiting van het pessimistische gevoel, dat de ramp van den oorlog onafwendbaar over ons komen zal. Wij blijven vertrouwen, dat het alles bij voorbereiding zal blijven en dat, behalve voor oefeningsdoeleinden, van practische toepassing dezer beschermingsmaatregelen geen sprake zal behoeven te zijn.''

Dit voorwoord van Oud wordt aangehaald in Bombardement, een in 1980 bij de 40-jarige herdenking van het bombardement gemaakt lespakket. Zo'n 40.000 Rotterdamse kinderen lazen erin wat op 14 mei 1940 fout ging.

De `Kommandant van de Duitsche troepen' stuurde om half elf een ultimatum aan de `Kommandant van Rotterdam' en aan `Burgemeester en Wethouders en die Autoriteiten van den staat in Rotterdam'. Hij wilde dat de stad zich binnen twee uur overgaf: ,,De weerstand, die in het open stad Rotterdam tegen de offensieve der Duitsche troepen getoont wordt, noodzakt mij indien Uwe weerstand niet onmiddelik gestakt wordt, die doelmatige maatregelen te nemen. Dit kan de volledige vernieling van het stad ten gevolge hebben. Ik verzoek U als een man die verantwoordingsgevoel bezit, daarop aan te dringen, dat het stad niet dit zware verlies lijden moet'', schreef hij, inclusief taalfouten.

Het ultimatum werd bezorgd bij kolonel Scharroo, garnizoenscommandant van Rotterdam, die wegens de beschietingen zijn hoofdkwartier had verplaatst naar een portiekwoning aan de Statenweg in Blijdorp. Generaal Winkelman wees het ultimatum af, omdat het niet was ondertekend. Er werd een nieuw ultimatum gevraagd, en ook gekregen, maar toen waren de bommenwerpers al onderweg. Om tien voor half twee werd honderd ton aan bommen uitgegooid over het centrum, waar enorme branden uitbraken. Er vielen tienduizenden gewonden en 1.100 doden.

In 1980 namen voor het eerst Duitsers deel aan de herdenking van het bombardement: de burgemeesters van de eveneens door bombardementen getroffen steden Keulen en Dresden en de vroegere bondskanselier Willy Brandt. Deze vroeg vergeving voor wat hij ,,een duivelse, immorele en extreme daad van onverstand'' noemde. Willy Brandt (vertaalde tekst): ,,Geloof mij, ik weet de eer te waarderen, maar ook de moeilijkheid te begrijpen, die de uitnodiging van uw burgemeester voor mij betekent. Voor mijn landgenoten en voor mij. (...) Ik ben in Warschau door de knieën gegaan en ik moet ook in Rotterdam nog eens om vergeving vragen.''

Bij de herdenking van vandaag is opnieuw de burgemeester van Keulen aanwezig. Ook is er een delegatie van de Marokkaanse Vereniging Centrum Noord. De herdenking wordt voor het eerst gehouden in Blijdorp. Tegenover het tijdelijke hoofdkwartier van garnizoenscommandant Scharroo, Statenweg 147, is daar in 1988 een gedenkteken geplaatst.

Het gedenkteken herinnert eraan dat hier op 14 mei 1940 het ultimatum werd bezorgd: ,,In de woning Statenweg 147 werd op 14 mei 1940 het Duitse ultimatum overhandigd: geef u over, of uw stad wordt vernietigd. Rotterdam wérd grotendeels vernietigd.'' In dezelfde woning gaf de stad zich later die dag over. De volgende dag, 15 mei 1940, ondertekende generaal Winkelman in Rijsoord de capitulatie.