Doorgefluisterde onzin

In het begin van de jaren dertig publiceerde de Oostenrijkse schrijver Robert Musil een persoonlijke geschiedenis van de Donau-monarchie die wereldberoemd zou worden: De man zonder eigenschappen. Daarin beschrijft hij, het is een van de vele hilarische scènes, hoe in het voormalige Oostenrijks-Hongaarse leger de oefening `bevel doorgeven' – een zachtjes uitgesproken order moest van de ene ruiter naar de ander worden doorgefluisterd – altijd weer in de soep liep. Werd vooraan de colonne bevolen: `De wachtmeester moet voorop rijden', dan kwam er achteraan steevast iets uit als: `Acht wachtmeesters voor de kop schieten.'

Een dergelijk lot dreigde ook mijn pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid te treffen. Van een pamflet moet iedereen vooral het zijne denken, dat is immers de bedoeling van zo'n geschrift. Doorgefluisterde onzin moet echter geen eigen leven gaan leiden. Bijvoorbeeld de bewering dat ik de film Submission Part 1 `één op één' zou vergelijken met Der Ewige Jude en, sterker nog, de makers van de film op één lijn zou stellen met Joseph Goebbels.

Waarover ging het in de passages waarop werd gedoeld? Niet om de vervolging van joden en andere minderheden op zich, maar om een eerdere fase, om de radicaliseringsprocessen in taal en beelden die daaraan voorafgingen. De meeste voorbeelden betrok ik uit het Servië rond 1990 en de Weimar-republiek rond 1930 – zonder overigens te impliceren dat Nederland anno 2005 daar in alle opzichten mee te vergelijken valt, integendeel zelfs. In dát verband zag ik in Submission part 1 een narratief procédé aan het werk dat me sterk deed denken aan twee scènes uit Der Ewige Jude. Vervolgens schreef ik, en ik drukte me zo voorzichtig mogelijk uit, juist om Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali níét in een hoek te plaatsen waar ze helemaal niet thuishoren: ,,Zonder dat de makers dat waarschijnlijk beseften hanteerden ze, bijvoorbeeld, hetzelfde schema dat Joseph Goebbels in 1940 toepaste in zijn beruchte film Der Ewige Jude: het tonen van weerzinwekkende beelden van het jodendom met daarnaast – in dit geval ook nog eens gefingeerde – citaten uit de talmoed. Met de excessen van een handvol figuren kunnen zo in één klap alle aanhangers van een religie te kijk worden gezet. Het is en blijft een simpele en zeer effectieve propagandatruc.''

Dat was alles. Ik had het dus over één vormovereenkomst tussen beide films, en het enige wat ik zei was: kijk daarmee uit. Als je excessen en heilige teksten aan elkaar koppelt, ontstaat immers maar al te gemakkelijk de suggestie dat alle aanhangers van zo'n godsdienst zich zo mogen of zelfs moeten gedragen. Natuurlijk stelde ik Submission inhoudelijk niet op één lijn met Der Ewige Jude. Submission is, ondanks alle mogelijke bezwaren, een wonder van beschaving in vergelijking met de smeertroep van Goebbels. En geen seconde haalde ik het in mijn hoofd om beide makers van eerstgenoemd filmpje te vergelijken met Goebbels zelf, alleen al het idee is te dwaas voor woorden. Zelfs met een flinke dosis kwade wil kon nergens uit deze alinea een dergelijke conclusie worden getrokken. Het ging me enkel en alleen om een vormschema.

Van alle kanten wordt, zeker in deze tijden van herdenking, benadrukt dat we onze lessen moeten trekken uit de geschiedenis. Dat is waar, al moet daarbij altijd de nodige voorzichtigheid worden betracht: het gaat soms om gevoelige zaken en de verschillen tussen heden en verleden blijven gevaarlijk groot. Weimar rond 1930 en Servië rond 1990 waren oneindig veel instabieler dan de oude Nederlandse burgerdemocratie rond 2005, en de mate van gewelddadigheid was onvergelijkbaar groter. Maar tegelijkertijd moet je, al wordt je dat niet in dank afgenomen, soms alarm slaan wanneer zich sociale en politieke ontwikkelingen voordoen die onaangename gelijkenissen beginnen te vertonen met soortgelijke processen in het verleden: het toeschrijven van de misdragingen van enkelingen aan alle leden van een minderheidsgroep, het herleiden van alle tegenstellingen tot religieuze kwesties, het uithollen van de rechtsstaat, het exploiteren van angst. Niet om bepaalde publieke figuren zwart te maken, niet om de valse suggestie te wekken dat alles precies weer zo zal verlopen, wel om op te roepen tot alertheid.

Iets soortgelijks geldt voor de voorbeelden die ikzelf noemde. Als dit soort parallellen niet kunnen of mogen worden getrokken uit angst voor `demoniseren', als het taboe blijft bestaan om te wijzen op bepaalde overeenkomsten, dan wordt ieder leerproces uit deze periode geblokkeerd. Sterker nog: het tijdvak 1930-1945 wordt zo als het ware uit de historie gelicht, als een unieke situatie die goddank nooit meer zal terugkomen. Die geruststellende opvatting deel ik niet. ,,De geschiedenis herhaalt zich nooit'', schreef ik letterlijk in mijn pamflet. ,,Wat we wel weten, uit onze bittere ervaringen als Europeanen, is dat zulke radicaliseringsprocessen alle kanten op kunnen vliegen.'' Dát is de essentie. Wat alle doorfluisterende wachtmeesters ook verder roepen.