De liefde ontleed in factoren

Lente, liefde, romantiek. Maar onze partnerkeuze heeft meer van doen met geursignalen, eiwitcomplexen en evolutionair bepaald baltsgedrag dan met romantiek. Liefde en een goede neus voor het juiste eiwitcomplex, daartussen is weinig verschil.

Berekening en chemie

De liefde heeft ten doel mensen bijeen te brengen ten behoeve van de voortplanting. Dat wil zeggen: een verbinding tussen twee mensen – meestal van verschillend geslacht – waarbij beiden hun voortplantingscapaciteiten en erfelijke eigenschappen inbrengen, en daarnaast elkaar en het eventuele nageslacht zorg, bescherming, voeding, bezit en vaardigheden bieden.

In de praktijk is het niet meer dan berekening met een vleugje chemie. Dat geldt zowel in het dierenrijk als voor onze soort. Het is ook nauwelijks te verwachten dat de luttele generaties vuistbijlen maken, speerwerpen en boekdrukken enige invloed hebben op een tientallen miljoenen jaren oude succesformule. Een rimpel in onze wordingsgeschiedenis. De trukendoos waarmee we onze toekomstige levenspartner uitzoeken, is hecht in onze genen verankerd.

Het kost sommigen misschien moeite om alle romantiek en liefde die dagelijks over ons wordt uitgestort in de vorm van literatuur, film en theater, op zo'n kille manier geportretteerd te zien, maar een dergelijk kortdurend beschavingsoffensief zet evolutionair geen zoden aan de dijk.

Veel fundamenteel verschil tussen de soorten is er niet. Het zijn slechts variaties op een vast thema. Ook bij de soort mens staan doen en laten, leven en liefde hoe platvloers dat ook moge klinken – in dienst van de voortplanting. Liefde is de aanloop tot, zoals ook het tonen van onderlinge genegenheid bij dieren van verschillend geslacht een inleiding is tot de daad, met als enig doel het verwekken van talrijk, gezond en sterk nageslacht.

Maar altijd zal in de jacht op een partner het een en ander moeten worden geshowd. Dat geldt in het bijzonder voor de mannelijke sekse. Daarom buitelen in de Waterlandse weilanden opgewonden kieviten en grutto's in gewaagde baltsvlucht en pronken in Artis een verliefde pauwman en de van testosteron sidderende kalkoense haan vol pracht en praal voor hun hennen. Handtastelijke pubers, zwijmelende stelletjes, en ouders met kroost laten respectievelijk weten dat er heftige belangstelling bestaat voor de andere sekse, één lustobject in het bijzonder werd uitverkoren, dan wel dat de onderlinge genegenheid – berekening met een vleugje chemie dus – met succes werd geconsumeerd.

Liefde heet dat, en betrokkenen hopen dat de bijbehorende gevoelens voor de duur van één broedseizoen of zelfs voor `eeuwig' beklijven, in ieder geval voor een soortspecifieke periode nodig om een kroost van voldoende omvang te verzelfstandigen.

Charles en Camilla hebben in ieder geval laten zien dat bij onze soort 36 jaar heel goed mogelijk is, zelfs als tijdelijk een `Royal Wedding' met een meer geschikte draagmoeder nodig is om de monarchie zich nog enige tijd te laten voortslepen. Maar in de lente vragen we ons vooral af: wat bracht Charles en Camilla tot elkaar, welke keuzes maken hun paarden – als zij al keuzevrijheid hebben – en wat beweegt de fazanten en konijnen waarop ze jagen tot het maken van nesten en holen vol nakomelingen?

Wie heeft de langste staart

Bij de selectie van een partner speelt bij verreweg de meeste diersoorten en ook bij de mens het vrouwelijk geslacht de hoofdrol. Niet onlogisch: zij bezitten slechts enkele eicellen – bij onze soort slechts één per maand – terwijl mannelijke dieren dagelijks tientallen miljoenen zaadcellen produceren. Vrouwen moeten dus zuinig zijn op hun eicellen en met zorg kiezen wie de eer wordt gegund. Eenmaal een verkeerde keuze en een heel broedseizoen is weggegooid of – in het geval van mensenvrouwen – zijn jaren verloren met de zorg voor minder kansrijk kroost.

Vrouwen en vrouwelijke dieren moeten dus met zorg kiezen en hebben daartoe een aantal gevoelige antennes ontwikkeld. Mannen en mannetjes op hun beurt laten een veelheid aan eigenschappen zien, horen en ruiken op basis waarvan de andere sekse een gerichte keuze kan maken. Mannetjes moeten er dus voor zorgen dat ze worden gezien, gehoord en geroken. Sommige mannen en mannetjes gaan evenwel geheel voorbij aan deze mechanismen en volgen hun eigen drift; aanranding of verkrachting noemen we dat dan.

Soms gaat het wervingsgedrag gepaard met uiterlijk vertoon. Zo zijn bij veel vogelsoorten de mannetjes met de uitbundigste pluimage favoriet. Bij paradijswhida's bijvoorbeeld genieten de mannetjes met de langste staartveren de voorkeur. Mannetjes waarvan de staartveren werden ingekort dan wel kunstmatig verlengd, kregen vele malen minder respectievelijk meer amoureuze aandacht van de vrouwtjes. Voor het overleven van het mannetje is er evenwel een limiet: overschrijdt de lengte van de staartveren een bepaalde grens, dan wordt het vliegvermogen bemoeilijkt en valt de Adonis gemakkelijk ten prooi aan divers roofgedierte.

Bij de pauw is geconstateerd dat hennen de haan met de mooiste en langste staart de, zowel als haar eer gunnen. Uit Engels onderzoek bleek onomstotelijk dat het nageslacht van mannen met de langste sleep, `ondanks' deze formidabele handicap, de grootste overlevingskans heeft. Een gaaf en goed ontwikkeld verenpak is positief gecorreleerd met gezondheid, afweer tegen parasieten en ziekteverwekkende micro-organismen en goede voedselbronnen.

Bij weer andere diersoorten heeft de vrouwelijke sekse een duidelijke voorkeur voor de uitbundigst baltsende, mooist zingende en rijkst geornamenteerde macho's. Puur show dus!

Maar het is niet altijd uiterlijke show op basis waarvan de selectie van de man plaats vindt. Sommige diersoorten, bij voorbeeld de renkoekoek en de klapekster, bieden de prinsessen van hun dromen voedsel aan om te laten zien: kijk eens hoe rijk gezegend mijn territorium is dat ik op andere mannen wist te veroveren en hoe goed ik in staat ben voor jou en jouw, maar vooral voor mÍjn, nageslacht te zorgen!

Vooral in de lente is de lucht bezwangerd met signalen waarvan vele de liefde dienen: een veelzijdig en veelsoortig bombardement van geuren, licht en geluid dient de communicatie tussen onze zon, en de aarde en haar bewoners, én tussen haar bewoners onderling. Toenemende daglichtlengte en temperatuurverandering, gevolgd door de groei van interessant nestmateriaal, veilige dekking en voedsel maken de dierenwereld rijp voor het lentegebeuren.

De mens is evenwel het hele jaar behept met lentegevoel en verkeert permanent in voortplantingsconditie. Hij lijkt dat soort prikkels niet nodig te hebben, al doen we zeer ons best om onze natuurlijke communicatiemiddelen kunstmatig te beïnvloeden met textiel, zonnebrillen, oorverdovende walkmans en indringende deodorants.

Alles in één is zeldzaam

Mannelijke dieren lijken hun populariteit vooral te ontlenen aan risicovolle of lastige handicaps als ornamenten (geweien, hoorns, veren), zang en balts. Bij homo sapiens echter – vermoedelijk circa hondervijftigduizend jaar geleden ontstaan in Oost Afrika – speelt het relatief nieuwe selectiecriterium sociale intelligentie (originaliteit, creativiteit, humor, zorgzaamheid) een rol. Bij onze soort zeker een belangrijk stuk gereedschap voor de mensenman voor een succesvolle carrière, dus om macht, aanzien en rijkdom, en dús aantrekkelijkheid te verwerven. Om deze doelen te bereiken, kunnen mens en dier zich eventueel bedienen van nep, list en bedrog. Het einddoel is rijkdom en macht, hoe je dat bereikt maakt niet uit.

Maar ook fysieke aantrekkelijkheid en durf, lichaamskracht en lichaamslengte spelen nog een rol. Rond de eisprong, dus in de vruchtbare periode van de ovariële cyclus, winnen eigenschappen als fysieke kracht, uiterlijke aantrekkelijkheid en durf weer bijzonder aan gewicht.

Bij veel diersoorten is een vrouwelijke voorkeur geconstateerd voor iets oudere mannen, zeker voor mannen die kans hebben gezien een voedselrijk territorium te veroveren. Rijkdom staat in het dierenrijk in hoge mate garant voor voedsel en onderdak. En zonder die onmisbare verworvenheden komt het nageslacht zelden verder dan het kraambed. Voor ons zijn de tijden inmiddels veranderd.

Het is echter een `gelukstreffer', als het juiste erfelijke materiaal zich ook nog eens bevindt in dezelfde man die de beste zorg, bescherming en trouw aanlevert, en daarnaast rijkdom en maatschappelijke positie bezit. Het juiste erfelijke materiaal voor een gezond kroost moet daarom nu en dan buiten de deur worden gezocht. Buitenechtelijke escapades bij onze soort zijn dan ook – evenals dat bij dieren het geval is – veeleer regel dan uitzondering. Noord-Amerikaanse studies over grote aantallen mannen en vrouwen laten variaties in vreemdgaan zien van 40 tot 50 procent voor mannen en van 18 tot 36 procent voor vrouwen. We moeten dan ook niet verbaasd zijn als in de westerse wereld circa 10 procent van de kinderen een andere biologische vader heeft dan de huwelijkspartner van zijn of haar moeder. Soms worden hogere scores gemeld. Sommige onderzoekers vragen zich dan ook in gerede af of monogamie, dus het huwelijk 'tot de dood ons scheidt', wel bij onze soort hoort. Er wordt vermoed dat seriële monogamie, dus een huwelijksband voor de periode van zo'n 5 jaar – zwangerschap plus speenleeftijd – meer past.

Gevoelens van liefde of verliefdheid zijn dus misschien wel vooral de resultante van een rekenformule, waarin aan geuren, fysiek, stem, materiële welstand en maatschappelijke positie een bepaalde waarde wordt toegekend met als uitkomst de gevoelsuiting: wél of niet houden van.

Geursignalen en erfelijk materiaal

Communicatie ten dienste van de seksuele selectie bij mensen en dieren vindt onder andere plaats via feromonen, chemische substanties uitgescheiden door dieren en mensen, die in zeer lage concentraties in de buitenlucht zweven – bij vissen en amfibieën natuurlijk in het water – en die bepaalde fysiologische reacties teweeg kunnen brengen en ons gedrag danig vermogen te beïnvloeden.

Ook onze soort communiceert met de andere sekse door middel van geursignalen en lichaamstaal, en sinds enige tijd ook via geluiden uit onze keel, mogelijk gemaakt door markante evolutionaire veranderingen in ons strottenhoofd.

Vele generaties later werd het arsenaal aan communicatiemiddelen aangevuld met drukwerk, en internet, ook heel geschikt om gevoelens van genegenheid te uiten. Maar wat stuurt nu vooral de partnerkeuze bij de mens, het verliefd worden, het houden van?

Geuren – of liever feromonen – spelen in het zoogdierenrijk niet alleen een rol bij het vinden van de juiste partner en het tonen van paringsbereidheid, maar geven ook informatie over gemoedstoestand, mogelijke gevaren, de plaats van een voedselbron, territoriumafbakening en soort- en groepsidentificatie. Onderzoek toonde aan dat feromonen wel degelijk een rol spelen in ons liefdesleven.

Bekend is dat de mannelijke mens vergeleken met zijn vrouwelijke tegenhanger en met apen, een zeer slecht ontwikkeld reukvermogen bezit. Misschien hebben mannen en vrouwen deze geurprikkels ook niet (meer) zo nodig. Immers, kunnen wij met onze ferm ontwikkelde hersenschors niet verlangend uitzien naar erotische contacten zonder dat er direct reuk-, gehoor- of zichtcontact is? Ook wordt door onderzoekers wel beweerd dat bij de mens visuele prikkels geursignalen van de eerste plaats hebben verdrongen.

Het bekendste feromoon is de typische geslachtsgeur, die vrouwelijke zoogdieren produceren rond ovulatie of eisprong. Deze, door vrouwelijke geslachtshormonen of oestrogenen gestimuleerde geurige afscheiding, laat het mannetje weten dat de tijd en de eieren rijp zijn en dat er van hem het een en ander wordt verwacht. Of deze geurstoffen, die ook door de vrouwelijke mens worden aangemaakt, enige invloed hebben op de lentedrift van hun mannelijke omgeving, is nooit duidelijk geworden. Wel staat onomstotelijk vast, dat in de periode rond de ovulatie door vrouwen meer bloot wordt getoond. Simpele observaties leerden, dat ten aanzien van decolleté en rokzoom de verhouding bedekt-onbedekt aanmerkelijk is verschoven in de richting van de navel.

Van muizen is bekend, dat zij een voorkeur hebben voor partners waarvan enkele erfelijke eigenschappen, de eigenschappen die coderen voor eiwitten die een belangrijke rol spelen in het immuunapparaat – het Major Histocompatibility Complex (MHC) – zo veel mogelijk verschillen van de eigen. In het kader hiervan gaan vrouwelijke muizen bewust op zoek, desnoods buiten de eigen kolonie, naar mannelijke partners die op een bepaalde manier verschillen van het eigen MHC-complex. Nakomelingen voortgekomen uit dergelijke oudercombinaties, beschikken over betere erfelijke eigenschappen in relatie tot de afweer, dus een efficiënter wapenarsenaal om binnendringende ziektekiemen en parasieten te lijf te gaan dan andere oudercombinaties. En inteelt wordt vermeden!

Muizen gaan daarbij af op de geur van urine, die aantoonbaar door het type MHC wordt beïnvloed. Drachtige muizen bleken evenwel weer het gezelschap op te zoeken van verwant MHC. Veilig, rustig en vertrouwd!

Ook de menselijke partnerkeuze heeft blijkbaar iets van doen met het MHC. In onderzoek werd vrouwelijke proefpersonen gevraagd te ruiken aan (door mannen gedragen) T-shirts en aan te geven met wie van de dragers zij het liefst een avondje zouden willen stappen, en natuurlijk de rest. Mensen bleken niet anders dan muizen: de keuze viel vooral op de man met het MHC dat maximaal van het eigen verschilde.

In het onderzoek bleek, dat bij zwangerschap, en hetzelfde gold overigens voor pilgebruik – waarbij hormonaal zwangerschap wordt nagebootst – de aandacht weer meer uitging naar de eigen vertrouwde familierelatie c.q. MHC.

In de huidige tijd, waarin de meeste jonge vrouwen hun partner selecteren onder invloed van hormonale anticonceptie, zou wel eens een verkeerd type MHC kunnen worden uitverkoren. Dat dit vermoeden niet geheel ongegrond is, blijkt wel uit de bevinding dat partner-combinaties met een zelfde MHC meer moeite hadden zwanger te worden en meer zwangerschappen eindigden in een spontane abortus.

Als ik de nieuwe Paus was, zou ik deze argumenten zeker gebruiken om de pil te ontraden; zodat het verbod op pilgebruik niet alleen maar onze overbevolkte wereld verder verziekt, maar tegelijkertijd ook het nageslacht een gezonde erfelijke basis biedt, zodat we beter opgewassen zijn tegen de te verwachten toename van de infectiedruk ten gevolge van overbevolking.

Het einde van de man

Het einde van het fenomeen man – en mogelijk geldt dat ook voor een aantal andere zoogdieren – is in zicht. Niet de mensenvrouw ontstond uit een rib van Adam maar de man ontsproot uit een chromosoom van Eva. Dit (mannelijk) Y-chromosoom is vermoedelijk zo'n 300 miljoen jaar geleden ontstaan uit het X-chromosoom. Sinds die tijd heeft het ruim duizend genen verloren. Er zijn er nu nog zo'n 50 over en het is nog steeds ernstig aan erosie onderhevig.

Omdat er geen tweede van bestaat is er geen reparatie mogelijk na schadelijke mutaties, zoals dat bij andere chromosomen wel plaats kan vinden. Het Y-chromosoom kloont zichzelf.

Over zo'n 5 tot 10 miljoen jaar is er naar alle waarschijnlijkheid niets meer van over en zal de mannelijke mens wellicht van het toneel zijn verdwenen. Ongezellig misschien, maar het zal een hoop rust geven, zeker op de straat, de werkvloer en andere slagvelden.

Mochten vrouwen zin hebben om in hun eentje verder te gaan, dan kan dat vermoedelijk. Tegen die tijd zullen technologische ontwikkelingen hen daarbij kunnen helpen, maar de opwindende communicatie in dienst van de liefde wordt dan helaas overbodig.

Oud-directeur Artis en auteur van o.a. `Huisdierrassen in Nederland: Heden en Verleden', `Variaties in Artis: over Paren en Baren en Mensen en Dieren' en mede-auteur van `Wandelen door Artis'.