De krant antwoordt:

Journalistiek werkt vaak volgens het `pars pro toto' beginsel. De lezer wordt geboeid door een casus waarin mensen een rol spelen, als aanleiding voor een vaak abstracter artikel. Zo wordt de lezer dus geconfronteerd met vele gezichten en individuele verhalen, vaak indringend gepresenteerd met foto en, om goede redenen, niet anoniem. Daarbij laten we de lezer inderdaad vaak in het ongewisse over wat er na publicatie met die persoon gebeurt. Vaak is dat nogal wat. En dat plaatst ons meteen voor journalistieke dilemma's.

Het komt voor dat mensen die als werkloze zijn beschreven, prompt na publicatie in contact komen met een belangstellende werkgever die de krant las. Individuele liefdadigheid komt ook voor. De door Dexia gedupeerde mevrouw kreeg een substantiële schenking van een lezer. Instanties die beschreven worden, reageren plotseling alert en voorkomend. Een asielzoekersgezin, van wie kinderen naar een merk sportshirt verlangden, beschikt inmiddels over twee dozen via de krant geschonken sportmerkkleding. Menige redacteur houdt contact met geïnterviewden, uit persoonlijke betrokkenheid maar vaak ook uit een gevoel van verantwoordelijkheid.

Die nazorg dient ook een journalistiek belang. Als er een snelle oplossing wordt getroffen, heeft die vaak een wijdere betekenis. Dat haalt de krant dan wel, maar meestal zonder dat aan de persoon wordt gerefereerd die de bal aan het rollen bracht. Soms roept een `geval' enige tientallen brieven op. We sturen die door, maar helpen soms de geïnterviewde bij het verwerken van de reacties. We rapporteren daarover echter zelden terug in de krant.

Dit is immers geen populaire `human interest' krant, waarin we van individuele levens zelfstandig nieuws maken. We zien onszelf graag als een krant die terughoudend is en respect heeft voor privacy. Waarin je alleen personen laat spreken of zien die behalve illustratief ook representatief zijn. We koesteren een reserve jegens journalistieke campagnes voor individuen: we zijn maatschappelijk betrokken maar geen actievoerders.

Of zijn we die grens langzaam maar zeker aan het verleggen? We belanden ongewild vaker en vaker in de rol van bemiddelaar, ombudsman, adviseur of soms zelfs inzamelaar, nadat we zo'n verhaal hebben geschreven. Laten we intussen zóveel gezichten zien en vertellen we zóveel geschiedenissen door, dat we van de lezer niet meer kunnen verwachten dat hij dat allemaal maar kalmpjes incasseert?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Er moet een vorm te verzinnen zijn waarin we zonder in de rol van advocaat te verzeilen, het vervolg kunnen vertellen. Bijvoorbeeld na een ruim verloop van tijd. Mits het feitelijk is en relevant. Daarmee maken we dan tegelijk duidelijk welke rol de krant, of de media, zélf spelen. Ik schud die vorm niet nu uit m'n mouw. Maar de redactie zal er zeker iets mee gaan doen.

Dan de slotvraag van de lezer. Kun je als krant tegenstander zijn van een generaal pardon voor asielzoekers als je tegelijk individuele gevallen beschrijft waarin de procedure onzorgvuldig was?

Ja, ik vind dat dat kan. Er zijn immers ook andere manieren dan een generaal pardon om dat te corrigeren.

nieuwe kwesties:

lezerschrijft@nrc.nl