Bevrijd, maar nog wel een hakker

Van haar zilveren medaille op de Olympische Spelen van Athene kon Edith Bosch (24) aanvankelijk niet genieten. Ze gaat immers altijd voor goud. Ook op de EK komende week in Rotterdam. Ze is in de loop der jaren stabieler en zelfstandiger geworden. `Ik ben alleen nog met het project Edith Bosch bezig.'

Gevraagd naar haar doelen op de EK judo in Rotterdam volgende week, heeft regerend Europees kampioen Edith Bosch weinig bedenktijd nodig. ,,Voor minder dan goud doe ik het niet. Zilver zou een teleurstelling zijn. Ik vind dat ik de beste van Europa ben.'' Het is Bosch ten voeten uit: eerzuchtig, spontaan, openhartig, geen last van valse bescheidenheid en bepaald niet op haar mond gevallen.

De `flapuit' van het Nederlandse judo deed in het verleden nog wel eens omstreden uitspraken. Zoals na haar verloren finale op de Olympische Spelen in Athene, in de klasse tot 70 kilogram. De Japanse winnares van het goud, wereldkampioene Ueno, werd door de hevig teleurgestelde Bosch betiteld als ,,een dwerg met een dikke kont''. Bovendien liet Bosch, die de Franse vrouwenjudoka's al eens had omschreven als ,,een stel lesbo's'', zich ontvallen dat er ,,weer zo'n spleetoog met een gouden medaille vandoor gaat''.

Ze kan er nu om glimlachen en wijst op de emotionele ontlading na het mislopen van olympisch goud, nog altijd de ultieme droom. ,,Je komt van de mat en op dat moment is alles voorbij na anderhalf jaar voorbereiding. Het was het eerste wat in me opkwam. Ik heb niks tegen Japanners. Ik heb respect voor Ueno. Ze heeft in Athene een sublieme partij gejudood en is de beste van de wereld.''

Bosch (24) heeft `Athene' inmiddels verwerkt. ,,Ik ga nooit voor minder dan goud en kon eerst niet genieten van zilver. Nu kijk ik er anders tegenaan. Je moet het relativeren. Ik zit niet in de nadagen van mijn carrière. In Sydney (2000) werd ik zevende, in Athene tweede. Er zit een stijgende lijn in. Ik heb nog een kans op goud in Peking (Spelen van 2008, red.). Dat is een realistische droom. Ik ben de enige die van Ueno kan winnen'', verzekert Bosch. In februari revancheerde ze zich al op het prestigieuze A-toernooi van Parijs door dezelfde Ueno in de finale te verslaan. ,,Het voelde niet als wraak. Ik ben niet rancuneus.''

Die overwinning was goed voor het verwerkingsproces en betekende een opsteker voor het zelfvertrouwen in de aanloop naar de EK. Anderzijds besefte Bosch na haar machtsgreep in Parijs dat ze in Athene wel heel dichtbij olympische roem was geweest. Maar: ,,Dat verhaal van de Spelen moet je afsluiten. Anders kun je je niet opladen voor de volgende toernooien.''

En dat is noodzakelijk, want van een post-olympisch `tussenjaar' is geen sprake. Behalve de EK staan ook de WK in Kairo (september) op het programma. ,,Dit is een pittig jaar. De titels bij de EK en WK zijn mijn doelen. Na Athene heb ik opgeschreven wat er voor mij nog valt te winnen. De Spelen en de WK zijn natuurlijk het mooist'', mijmert de zevenvoudig Nederlands kampioene, derde bij de WK van 2003 in Osaka.

Maar eerst wachten de EK in eigen land, waarop Bosch zich goed heeft voorbereid. Ze heeft met het Nederlands vrouwenteam – ,,een prima ploeg''– een trainingsstage in Brazilië achter de rug. ,,Dat de EK in Rotterdam zijn, geeft wel extra druk. Alle ogen zijn op mij gericht. Ik moet proberen die spanning in positieve energie om te zetten. Ik wil het Nederlandse publiek wat laten zien.'' Op enkele ,,kleine pijntjes'' na voelt Bosch zich fysiek goed.

,,Het gewicht is ook bijna goed. Er moet nog een kilootje af'', lacht ze. Met haar 1,83 meter kost het haar soms de nodige moeite om voor een toernooi op het juiste gewicht te zitten. ,,Mijn ideale gewicht is 72 tot 73 kilogram. Dus ik moet altijd opletten en bewust eten. Het is wel eens moeilijk, want ik ben een snoepkous. Maar ik voel me het lekkerst in deze gewichtsklasse.'' Een categorie lager (,,afslanken tot een skelet'') of hoger (,,dan word ik te dik'') zijn geen opties voor Bosch, die zich niet schaamt voor de aandacht die ze aan haar uiterlijk besteedt. ,,Ik ben ijdel, maar ijdelheid is geen slechte eigenschap. Jezelf goed verzorgen is goed voor je gevoel van eigenwaarde.''

Daarmee zit het wel goed, vertelt het voormalige `ratelbekkie'. ,,Ik ben volwassener geworden en ben emotioneel meer in balans. Ik ben nog steeds die spontane meid, maar ik ben bedachtzamer geworden. Ik let, door schade en schande wijs geworden, meer op wat ik zeg. Ik denk nu eerst even na. Ik ben ook milder in mijn oordeel over anderen.'' Bosch is niet meer het ,,wispelturige type'' van vroeger. Ze is rustiger en zelfverzekerder geworden. ,,Die rust had ik voordien nooit. Ik was te ongeduldig en te gretig. Qua prestaties kon het voor mij nooit snel genoeg gaan. Mijn ouders moesten me vroeger afremmen. Die wilden dat ik op een normale manier aan topsport deed, zonder over de kop te gaan. Ik ben nu minder driftig.''

Bosch heeft haar tomeloze energie weten te kanaliseren. ,,Ik ben geen ongeleid projectiel meer. Ik was altijd de drukste van de judoploeg, had de grootste bek en lette altijd op anderen. Dat kostte veel energie. Ik ben nu alleen met het project Edith Bosch bezig.'' Bevrijd van de zorgen over het oordeel van anderen heeft Bosch ook haar faalangst overwonnen. ,,Ik heb veel last gehad van de angst om te verliezen. Ik was bang voor gezichtsverlies en maakte me druk om wat anderen zouden denken. Nu heb ik er schijt aan. Het gaat om mij.''

In haar rijpingsproces, als sporter en als mens, heeft Bosch de negatieve emoties achter zich gelaten die lang de basis vormden voor haar gedrevenheid en absolute wil om te winnen: jaloezie en frustratie. ,,Bij de kwalificatie voor de Spelen van Sydney was ik alleen maar bezig met mijn concurrente Claudia Zwiers. Nu ben ik alleen bezig met Edith en haal ik mijn gedrevenheid uit mijn passie voor het judo. En uit de wil om te winnen, maar wel op een positieve manier.''

Coach Chris de Korte en de ex-vriend van Bosch, olympisch kampioen (2000) Mark Huizinga, hebben een sleutelrol gespeeld in haar groei naar volwassenheid. Bij deze tegenpolen vond Bosch de eigenschappen die ze miste: bezinning en reflectie. ,,Chris is de rust zelve. Hij brengt die rust ook over. Dat was goed voor mij, want ik was emotioneel en explosief. Ik heb hard moeten vechten in het begin'', herinnert Bosch zich de eerste tijd bij de sportschoolhouder uit Hoogvliet.

Barstensvol ambitie klopte de wereldkampioene en drievoudig Europees kampioene bij de junioren in 1999 aan bij De Korte. IJskoud gaf de judocoach, die zijn pupillen scherp houdt met prikkelende uitspraken, Bosch te kennen dat ze nog op tijd was om te kunnen leren judoën. ,,Dat was voor mij een extra motivatie om te laten zien wat ik kon.'' Bosch geeft nog een voorbeeld van een dergelijk trucje, met het gewenste effect. Bijna was ze in de eerste partij op de Spelen uitgeschakeld, waarna De Korte bewust de confrontatie zocht. `Waarom doe je zo naar tegen ons en ben je zo lief op de mat', vroeg hij zijn getergde pupil. Met als gevolg dat in de partijen daarna een zelfverzekerder Bosch op de tatami stond.

,,Een uitstekende trainer'', zegt Bosch over De Korte, tevens de coach van Huizinga. ,,Ik ben technisch tachtig procent vooruitgegaan. Ik kan nu mijn worpen maken en ben beter in de pakkingen. Door mijn lengte ben ik van nature een staande judoka. Zo judo ik nog steeds het liefst, maar ik ben niet bang meer om het grondgevecht aan te gaan.'' Bij grote wedstrijden is De Korte van grote waarde voor Bosch. ,,Chris is goed in de opbouw naar een belangrijk toernooi toe. Hij kan aan je zien of je in balans bent en verstoort die soms bewust om je te prikkelen.''

Behalve aan De Korte heeft Bosch veel steun gehad aan Huizinga, al een gelauwerd topjudoka toen Bosch internationaal net kwam kijken. ,,Van Mark heb ik geleerd met winst en verlies om te gaan. Hij heeft me leren relativeren. En technisch heb ik veel van hem geleerd. We zijn nog steeds goede vrienden.'' Drie jaar geleden was haar relatie met Huizinga voorbij en was Bosch niet langer `het vriendinnetje van'. ,,Ik heb er geen trauma aan overgehouden, maar de mensen erkenden mij niet altijd als judoka. Ik stond in de schaduw van Mark. Logisch, hij was al aan het oogsten. Het is lekker om nu meer mijn eigen persoon met een eigen gezicht te zijn. Ik ben nu echt Edith Bosch.''

Terugblikkend op de tijd dat ze er alleen voor kwam te staan – Bosch ging in Vlaardingen voor het eerst alleen wonen – zegt ze stabieler en zelfstandiger te zijn geworden. ,,Voor de relatie met Mark leunde ik erg op mijn ouders. Voor iemands ontwikkeling is het goed een tijdje alleen te wonen. In het begin had ik het er moeilijk mee, want ik ben een sociaal dier. Ik moest alles zelf doen. Ik weet nu dat ik alleen problemen kan oplossen. Een heerlijk gevoel. Vroeger keek ik er enorm tegen op. Ook als ik ergens alleen naartoe moest rijden. Nu pak ik een stratenboek. Dan maar tien minuten te laat. Lekker boeiend.''

Niet alleen als mens, ook als topsporter is Bosch gegroeid. Door haar recente prestaties – de derde plaats op de WK in 2003 en haar Europese titel en zilveren olympische medaille vorig jaar – heeft ze haar plaats tussen de andere Nederlandse topjudoka's opgeëist. ,,Ik word serieuzer genomen, als sporter en als persoon. Van judo heb ik als mens veel geleerd: discipline, respect voor de tegenstander, leren omgaan met mensen.''

Voorlopig blijft judo de leidraad, hoewel Bosch beseft dat er meer is in het leven. ,,Mijn vriend Peter en mijn familie zijn heel belangrijk voor me. Mijn zus Suzan kreeg vorig jaar een kindje. Dat vond ik zo mooi. Dat heeft me geraakt. Misschien wil ik ook wel kinderen. Maar ik houd veel van het spelletje en ben nog hongerig naar succes. Die gouden plak heb ik nog niet. Het vizier is gericht op Peking. Ik kan nog beter worden. Mijn kracht? Ik ben mentaal hard en ben niet bang op de mat. Ik ben nooit bang geweest voor reputaties. Ik heb een redelijke zelfkennis en weet wanneer ik me niet goed voel. Ik ben technischer geworden, maar ik ben nog steeds die `hakker' van vroeger.''