Belachelijke cd-beveiliging schiet doel voorbij 2

De invalshoek van het artikel `Ik kopieer niet. Nou en?' over het legaal/illegaal kopiëren en downloaden van software is die van de pedagogie en, in het verlengde daarvan, de moraal. De schrijver spreekt hier als ouder en consument. Zijn functie in de automatisering en de UNIX-gebruikersgroep lijkt mij niet relevant, want hij gebruikt geen argumenten die uit dit vakgebied afkomstig zijn. Overigens ook geen juridische argumenten.

Een nieuw spel kopen van 60 euro lijkt mij geen optie, misschien moet deze `Ferrari' maar in de showroom blijven staan. Of je moet creatief meedenken met je zoon over andere opties. Moraal ridder spelen kan altijd nog.

De opmerking `kennelijk ben ik niet van deze wereld' lijkt mij een retorische manier om een goed burgerlijk moreel superioriteitsgevoel overeind te houden. In het internettijdperk verschuiven rigide noties en is het noodzakelijk ad hoc positie te kiezen, totdat jurisprudentie uitkristalliseert. Recht op intellectueel eigendom is in elk geval genuanceerder dan de simpele materiële moraal van `mijn en dijn'.

In de UNIX- en Linux-wereld staat vrijheid van software traditioneel hoog in het vaandel, reden waarom ik de voor het artikel irrelevante functieomschrijving enigszins opmerkelijk vond.