Achtergesteld?

Na 43 jaar werken ga ik, een man van 64, komend najaar met pensioen. Mijn hele leven heb ik pensioenpremie betaald. Hoewel ik nooit een partner heb gehad, betaalde ik net zoveel premie als mijn collega's die wel een vrouw thuis hadden. Ik heb na werktijd altijd alles zelf gedaan: koken, wassen, boodschappen doen en wat er nog meer bij een huishouding komt kijken. Straks krijg ik net zoveel pensioen als mijn gehuwde collega's. Als ik overlijd, houdt het op. Bij mijn collega's is dat niet zo. Als zij overlijden, krijgen hun weduwen nog jarenlang pensioen. Van de premie die ík heb betaald, denk ik dan. Hoe ziet u dat?

(P.v.H.)

Ja meneer, dat is zuur. Het is een erfenis uit het verleden, toen de kostwinner (lees: man die vrouw en kinderen onderhoudt) nog maatgevend was. Om een einde te maken aan deze onrechtvaardige situatie kunnen mensen sinds 1 januari 2002 hun recht op een nabestaandenpensioen omzetten in een hoger ouderdomspensioen. Dat moet u zeker proberen. Alleen geldt dit recht op uitruil uitsluitend voor het (nabestaanden)pensioen dat met ingang van 2002 is opgebouwd, dus in uw geval voor nog geen vier van die 43 jaren. Bovendien zijn veel fondsen ongeveer in diezelfde tijd (hoezo toeval?) overgestapt van een nabestaandenpensioen op opbouwbasis naar een nabestaandenpensioen op risicobasis. In dat geval wordt er niets opgebouwd en valt er ook niets te ruilen.

Wilma van Hoeflaken behandelt wekelijks pensioenkwesties.