Zwarte Hollanders: moedig en muitziek

Zo'n 3.000 Afrikanen werden als soldaat voor het KNIL gerekruteerd, het leger in Nederlands Indië. Officieel als vrijwilliger, maar velen waren vrijgekochte slaven.

Meer dan duimen konden de Afrikanen niet die in de 19de eeuw werden geronseld voor het Nederlandse koloniale leger. Ze liepen allemaal het risico om met een rare naam te worden opgezadeld. De Hollanders lieten hun fantasie de vrije loop toen ze die voor hen verzonnen, zoals Pieter Koffie, Jacob Jammie, Piet Poes en Louis Duif. De Afrikaanse namen die ze hadden, waren onuitspreekbaar voor de Hollanders.

In Nederlands-Indië hebben tussen 1831 en 1872 zo'n drieduizend Afrikanen uit het huidige Ghana en Burkina Faso het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) versterkt. Ze werden Belanda hitam genoemd: `zwarte Hollanders'. In het Amsterdamse Tropenmuseum werd gisteren de tentoonstelling `Zwart in Dienst van Oranje' geopend. Ze is gebaseerd op het boek `Zwarte Hollanders. Afrikaanse soldaten in Nederlands-Indië' van dr. Ineke van Kessel dat volgende maand verschijnt.

Het plan om Afrikanen te gebruiken om het tekort aan manschappen op te vangen was niet nieuw. Engelsen en Fransen rekruteerden eerder grote aantallen Afrikanen in hun koloniale legers. Aan de West-Afrikaanse kust konden de toenmalige Nederlandse handelsposten dienen om Afrikanen te rekruteren. Men was ervan overtuigd dat deze grote, sterke mannen beter zouden overleven in Nederlands-Indië.

Toen de Hollanders in 1831 begonnen met de Afrikaanse werving moesten ze rekening houden met het verdrag uit 1818 met de Engelsen dat slavenhandel verbood. Ze moesten Afrikaanse vrijwilligers zoeken. ,,De toenmalige leiders hadden aan iedereen raad gevraagd, behalve aan de Hollanders die in Afrika woonden'', zegt Van Kessel. ,,Die hadden kunnen vertellen dat de Afrikanen niet stonden te popelen om overzee te gaan. Ze waren ervan overtuigd dat je van overzee nooit terugkwam.'' In 1831 stuurden de Hollanders een eerste schip naar de Ghanese stad Elmina, zonder daar vooraf bereidwilligen te hebben gezocht. Na een moeizame rekrutering vertrok het uit Afrika met slechts zeventien rekruten aan boord.

Die eersten vertrokken volkomen vrijwillig. Maar de mate van vrijwilligheid van de rekruten die later vertrokken, hing af van de commandeur die verantwoordelijk was voor de werving. Soms kochten de Hollanders gewoon slaven op. Rond 1837 bedachten ze een nieuw systeem. Ze boden Afrikaanse slaven de gelegenheid om hun vrijheid te kopen met een voorschot op hun soldij. Toenmalige commandeur Verveer zag er nauwlettend op toe dat slaven volmondig instemden met hun nieuwe bestemming. ,,Maar de meeste slaven werden gedreven door armoede om in te tekenen. In welke mate kan je dan spreken van vrijwilligheid?'', zegt van Kessel. ,,Na een aantal jaren waren ze wel volledig vrij om bij te tekenen of om terug te keren. Het was een vorm van contractarbeid.'' Rond 1840 werd een piek bereikt en dienden ongeveer tweeduizend Afrikanen in het KNIL. Ze maakten toen een vijfde uit van het Europese contingent.

De Afrikanen was beloofd dat ze even goed zouden worden behandeld als de Europeanen. ,,De Hollanders waren er oprecht van overtuigd dat de Afrikanen door training even goed of zelfs beter konden worden dan de eigen soldaten'', zegt van Kessel. ,,De Afrikanen werden allerminst beschouwd als een ras dat genetisch inferieur was. In die tijd was er nog geen politieke correctheid. Ik had in de archieven een veel negatievere beeldvorming verwacht.''

Maar er waren toch veel inbreuken op die gelijke behandeling. De ,,zwarte Hollanders'' waren daar zeer gevoelig voor. Er werd af en toe gemuit. De Afrikanen kregen om die reden wel eens de naam arrogant en muitziek te zijn. Maar later erkenden de Hollanders dat de muiterijen waren ingegeven door gerechtvaardigde grieven.

De verwachtingen van de Hollanders over de Afrikaanse weerstand tegen tropische ziekten bleek overigens overschat. Ook meer dan de helft van de Afrikanen bezweek aan ziekten.

De oordelen over de Afrikanen waren over het algemeen positief. Door taalproblemen duurde de training van de Afrikanen wel langer dan die van de Europeanen, maar daarna waren het goede strijdkrachten. Hun moed op het slagveld werd telkens weer geprezen in de rapporten. Toen de Nederlandse bezittingen aan de Afrikaanse Westkust overgingen in Engelse handen, kwam een einde aan de werving. De Hollanders vonden dat jammer.

Net als andere KNIL-militairen trouwden veel Afrikaanse soldaten met hun huishoudster. Zo ontstonden generaties Indo-Afrikanen. Van alle aangevoerde Afrikaanse KNIL-soldaten is ongeveer 15 procent teruggekeerd naar Afrika na de diensttijd. Eenvijfde bleef in Nederlands-Indië. De meesten zijn naar Nederland gekomen na de onafhankelijkheid.