VAN DE LEZER

Interessante suggestie van Pieter Steinz, dat E.M. Foster wellicht geïnspireerd werd door De stille kracht (tot het schrijven van zijn eigen roman A passage to India). Dat Foster zeker iets van Couperus gelezen heeft, weten we uit een nogal zure reactie van hem op de Engelse vertaling, uit 1919, van Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...: `Couperus' Old people and the Things that Pass fails of greatness because its main theme is ,,People get old''. Of course they do.'

Kwestie van jalousie de métier..?

Dr. Caroline de Westenholz

Treffend vind ik Steinz' typering van Van Oudijck als een tragische held die ten onder gaat aan een karakterfout. Wat het allemaal nog tragischer maakt is dat die karakterfout zich lijkt te herhalen bij Van Oudijcks dochter Doddy. Doddy gelooft dat Addy om haar hand heeft gevraag bij haar moeder en dat deze `hare voorspraak was geweest'

(p. 215). Echter, in werkelijkheid is dit een leugen ter verdoezeling van het overspel van Leonie met Addy. Doddy, in al haar jeugdigheid en verliefdheid, gelooft haar moeder. Als lezer voorvoel je opnieuw een huwelijk vol leugens en overspel. Addy is zeer geliefd bij dames en geniet daar met volle teugen van. Hij denkt dan ook bij zichzelf: `.. dat het wel niet gaan zou, nooit gaan zou, lang trouw aan Doddy te blijven' (p. 217).

Edith Frieling

Indrukwekkend en bijna aangrijpend is Couperus in zijn typering van de Nederlandse kolonialen als onbegrijpende, over-veeleisende en half- of helemaal blinde logés in een land dat de meesten zodra er voldoende geld is verdiend, zouden willen verlaten om weer terug te gaan naar hun natuurlijke omgeving waar ze nooit van loskwamen, iets dat ze ook niet zouden willen. Deze delen zijn uiterst scherpzinnig en van inzicht getuigend, zeker gezien de tijd waarin dit boek geschreven werd, nog vóór de inlanders zich voor het eerst begonnen te roeren. Hoe onwerkelijk is de koloniale orde, zoals beschreven door de pen van deze toerist die de gelegenheid had zijn onderwerpen uitgebreid te bestuderen als gast van diverse hoge ambtenaren, onder meer in Pasoeroean, ten oosten van Soerabaya, dat zoals bekend model stond voor Laboewangi en nog steeds een heel kleinsteeds oord is. Hoe vreemd is het dat het koor der critici toen nog uit zo weinig mensen bestond en de meesten, zeker zij die in Indië verbleven, de beschreven situatie volstrekt normaal vonden. De meesten waren ziende blind, dat moet de conclusie zijn.

Bert Bruinsma

Dat Couperus tijdens zijn leven in het Engels vertaald werd, wist ik – en ook dat dit met Van oude mensen... gebeurd was; maar niet dat er bewijs was dat E.M. Forster daadwerkelijk romans van Couperus heeft gelezen. Een mooi citaat heeft mevrouw De Westenholz gevonden; nog mooier zou het natuurlijk zijn als er een reactie van Forster op The Silent Force boven water zou komen. Maar ik zie door het jalousie de métier-citaat een steeds duidelijkere (toegegeven, vooralsnog niet bewijsbare) connectie tussen het verschijnen van de vertaling van De Stille Kracht en Forsters besluit om na lange tijd – inderdaad, zoals Edith Frieling zegt, na meer dan tien jaar publicatiestilte – A Passage to India te laten verschijnen.

Hoe werkt de Leesclub? Klik op `Veelgestelde vragen' op www.nrc.nl/leesclub