Sympathie voor de macho

`Om mijn oud woonhuis peppels staan', heet het eerste hoofdstuk van Gijs IJlanders jongste roman. Het is de gynaecoloog Allard Ipema, op weg naar zijn herenhuis aan een rivier, bij wie de regel van J.H. Leopold, een van de bekendste beginzinnen uit de Nederlandse poëzie, opkomt. `Wie had die regel ook alweer geschreven', denkt hij, `hoe ging het verder dit gedicht?' Een nogal onbenullige vraag, die de man als halve cultuurbarbaar moet introduceren.

Want niet iedereen die heeft schoolgegaan kent het gedicht uit het hoofd, maar herkent meestal wel de eerste regel en het daarop volgende, telkens terugkerende: `mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'. Die smartelijke verzuchting is het motief van deze negende roman van IJlander, ALVB, een afkorting van ars longa vita brevis – de kunst blijft, het leven is eindig. Ook andere zinsneden uit Leopolds gedicht (`het vallen komt', `het huis is hol en vol duisternis' en de zolder waar iemand woont `met lege ogen/ en die zijn vrede en rust niet vindt') zijn verweven in deze realistische vertelling over een modaal Nederlands gezin dat, levend in dat holle huis waar de liefde ver is te zoeken, onherroepelijk uiteenvalt.

Een vergelijkbare associatie met een overbekende dichtregel (`Ik ging naar Bommel om de brug te zien' van Nijhoff) was het uitgangspunt van IJlanders vorige roman De nieuwe brug, over een wegenbouwer die betrokken is bij het recente bouwfraudeschandaal. ALVB verschilt in zoverre van zijn voorganger dat het verhaal dit keer niet op de werkelijkheid stoelt, maar een uitvergroting is van ons op zelfverrijking en self exposure gerichte mediatijdperk. De gynaecoloog kan de verleiding niet weerstaan om in ruil voor geld en roem mee te werken aan een als kunst voorgesteld televisiespektakel waarin conceptie en geboorte live worden uitgezonden.

In het kader van een op verzoening gericht antislavernijproject moeten een spierwitte vrouw en een pikzwarte Surinamer voor het oog van de camera en met publiek erbij de geslachtsdaad uitvoeren. De bizarre reality-programma's waarmee de televisiekijkers worden overvoerd prikkelen de fantasie van meer schrijvers. Marja Brouwers verzon voor haar roman Casino de exhibitionistische ZZ-show, IJlander maakt aannemelijk dat het nog veel en veel gekker kan.

Knevel

Waarom IJlander zijn veelkantige, breed opgezette en voor velerlei interpretaties vatbare roman een nauwelijks aansprekende afkorting als titel heeft meegeven, is een even groot raadsel als de vraag waarom hij zijn voornaam heeft weggelaten op de cover en titelpagina. Mogelijk is de titel een knipoog naar de schrijver A.F.Th. die zijn naam heeft gereduceerd tot een afkorting en verwijst het ontbreken van een voornaam naar televisiepersoonlijkheden die alleen maar Knevel of Barend en Van Dorp heten. Hoe dan ook duidt deze opzichtige verandering van de auteursnaam op een zelfde soort ijdelheid als die waaraan `mediagynaecoloog' Allard Ipema lijdt en die uiteindelijk tot zijn professionele ondergang zal voeren.

In zijn realisme en de reportageachtige stijl doet ALVB denken aan Tom Wolfes The Bonfire of the Vanities. Evenals in die weergaloze roman worden actuele maatschappelijke verschijnselen en ethische vraagstukken door de ogen van uiteenlopende personages bezien. Zowel de gynaecoloog als diens vrouw en dochter alsmede een stoet bijfiguren reflecteren op de aanslagen van 11 september 2001, de geldkoorts van kleine beleggers, discussies over abortus, mediahypes, en de cultuur van het historische excuus – de genoegdoening voor alle misdaden en misstanden uit het verleden, van de slavernij tot Srebrenica.

Hebben we hier de zoveelste aanklacht tegen de schijnwerkelijkheid waarin wij leven? Jazeker, maar ook die schijn bedriegt weer in deze verfrissende en in geen enkel opzicht politiek correcte roman. Op het eerste gezicht lijkt de materialistisch ingestelde Allard Ipema, die model staat voor alles wat moreel verwerpelijk is, de grote boosdoener. Hij vervreemdt zich met zijn obscene televisieproject van zijn vrouw Jennifer en van Femke, hun vijftienjarige dochter. Jennifer is een fijngevoelige beeldend kunstenares, na jaren nog steeds overstuur van een miskraam die gynaecoloog Allard niet heeft kunnen voorkomen, Femke gaat gebukt onder het liefdeloze huwelijk van haar ouders.

Gebrek aan aandacht van deze egotrippers drijft de dochter tot waanzin. Ze sluit zich aan bij een coalitie van obscure actiegroepen die tegen haar vader ageert – uiteenlopend van lesbische mannenhaters, racisten en antiracisten tot christelijk-fundamentalistische pro-life groeperingen. Het kind loopt weg van huis, voor Jennifer een soort tweede miskraam, brengt zichzelf ernstige schade toe en zal na negen maanden afwezigheid ten slotte op de al genoemde zolder uit het gedicht van Leopold een zelfmoordpoging doen. `Mijn lief, mijn lief o waar gebleven.'

Ook Jennifer gaat er vandoor. Levensmoe en hysterisch valt ze in de armen van een Duitse kunstenares, met wie ze het Britse healing centre The Druid's Stool bezoekt. Vergeleken bij de levensgevaarlijke gekte die daar heerst – de jaren zestig-camping uit Houellebecqs Elementaire deeltjes steekt er bleekjes bij af – is de reality-tv-show waarin Allard meedoet een toonbeeld van verantwoord amusement.

Het gezegde ars longa vita brevis, waarnaar de titel verwijst, wordt in de roman gebezigd door een wereldberoemde architect die het omstreden televisieproject mede financiert. Langzaam raakt de lezer ervan doordrongen dat de hooggestemde zielen die zich in de roman tegen Allard keren, de spreuk al te letterlijk letterlijk nemen. Zowel Jennifer als Femke stelt de kunst, of in elk geval het artificiële, in allerlei varianten boven het leven. Ook de bijfiguren, zoals Allards collega's en medewerkers, Jennifers Duitse vriendin, en de pro-life actievoerders zijn geneigd in hun zelfvergroting en zogenaamde drang naar `het hogere' de menselijke maat en de menselijkheid uit het oog te verliezen. Zij gaan desnoods over lijken. Het zijn fundamentalisten. De enige die over flexibiliteit, levenskunst en – als het erop aan komt – ethisch besef beschikt is dan toch uiteindelijk Allard, de vrouwenarts die alleen als het nodig is zwangerschappen afbreekt, maar toch vooral baby's haalt en privé een leven redt. Afgezien van zijn zeer menselijke ijdelheid en geldzucht treft hem weinig blaam.

Verwarring

ALVB is ondanks de flauwe titel een fascinerende roman over een angstige tijd met in diepe verwarring verkerende personages. IJlander brengt in een wervelend verhaal de deprimerende `normen en waarden-discussies' geestig in beeld. Het gezin, het huwelijk, het onderwijs, de gezondheidszorg, de media, de gesubsidieerde would-be kunst worden genadeloos op de hak genomen, zonder dat de schrijver in betweterige maatschappijkritiek vervalt. Elk element in dit overvolle verhaal heeft een functie, toch is geen enkel personage en geen enkele handeling voorspelbaar.

Wel houdt Gijs IJlander de teugels erg strak in handen, waardoor het schema dat aan de roman ten grondslag heeft gelegen te veel aan de oppervlakte treedt en bepaalde gebeurtenissen nogal vet zijn aangezet. Maar dat is een observatie achteraf, toen ik het boek uit had en nog maar net bekomen was van de schrik te hebben genoten van een uitgesproken vrouwvijandige roman, waarin niet kunst maar het slijk der aarde als zaligmakend geldt. IJlander maakt korte metten met modieuze clichés. De enige sympathieke figuur is een ijdele, blanke, rijke, platvloerse heteroman, die door een zielige invalide Berlijnse lesbo-kunstenares uit zijn eigen (gezins)leven wordt verbannen met de woorden `Mensch verschwinde!'

O, waar gebleven?

IJlander: ALVB. L.J. Veen, 317 blz. €19,95