Politieke nieuwkomers moeilijk te taxeren

Op 29 april lanceerde De Telegraaf een nieuwe politicus: Peter R. de Vries. Heel serieus stond erbij dat hij op vijftien zetels mikte. 's Middags vroeg ook NRC Handelsblad hoeveel zetels de misdaadverslaggever hoopte te halen. ,,Eerder twintig dan tien'', antwoordde hij bescheiden.

Als alle wilde prognoses van het afgelopen jaar tegelijk uitkomen, krijgen Wilders, Eerdmans, Van As, Heinsbroek, Sørensen, De Vlieger, Nawijn, Pieper en De Vries in 2007 samen minstens vijftig Kamerzetels. Voor de gevestigde partijen blijft er dan niet veel over. Maar zo zal het natuurlijk niet gaan. De nieuwkomers zullen elkaar verdringen in de zwevende hoek van de Tweede Kamer.

Dat roept de vraag op hoe serieus kranten nieuwkomers in de politiek moeten nemen – zo ver voor de verkiezingen. Dat is geen eenvoudige vraag sinds de wonderbaarlijke opkomst en tragische ondergang van Pim Fortuyn. De enorme aantrekkingskracht van de antiestablishment-beweging is toen voor velen een verrassing geweest.

Misschien mede daarom heeft deze krant het afgelopen jaar zeer veel aandacht geschonken aan Geert Wilders. Deze voormalige VVD'er was weliswaar geen echte nieuwkomer, maar als aanvoerder van een nieuwe partij moest hij wel onder aan de ladder beginnen. Hoeveel aandacht was deze eenmansfractie waard?

Volgens de afdeling documentatie van de krant kwam de naam Wilders tussen 1 mei 2004 en 30 april 2005 maar liefst 161 keer voor in een kop en/of aanhef. In de Volkskrant scoorde Wilders nog hoger (182), in Trouw iets lager (136). De Telegraaf bleef nuchter steken op 86 vermeldingen.

Het beeld stemt overeen met de gegevens van het citatie-onderzoek dat Intermediair jaarlijks uitvoert in dag- en weekbladen en rtv-rubrieken. In de laatste peiling was Wilders gestegen van de negende naar de eerste plaats. Alleen al zijn uitspraak ,,Turkije mag nooit in de EU'' leverde hem 289 hits op. ,,Ik lust die hoofddoekjes rauw'' was goed voor 88 citaten.

De artikelen die NRC Handelsblad het afgelopen jaar aan Wilders wijdde, gingen eerst over zijn conflict met de VVD, toen over zijn uittreden en start als eenmansfractie, vervolgens over bedreiging en beveiliging en ten slotte over zijn nieuwe partij.

Tussendoor bleef hij zijn zegje doen over immigranten, Turkije en de EU. Naast een lange stroom berichten waren er twee portretten (`Kruisridder tegen moslimfundamentalisme'), zes interviews en diverse kritische columns en commentaren. Zelfs fractieleiders van grote partijen kunnen daar niet aan tippen.

Al die publiciteit hier en elders heeft Wilders geen windeieren gelegd. Op het hoogtepunt van zijn campagne werd hij door Maurice de Hond getaxeerd op 29 zetels. In latere peilingen zakte hij weer tot vier, maar zijn reputatie als kanshebber was gevestigd.

Politici in het algemeen en nieuwkomers in het bijzonder zijn afhankelijk van de media. De gevestigde partijen hebben het wat dat betreft makkelijk: de grote kranten en omroepen nemen hen serieus en voelen zich tot op zekere hoogte nog verwant met de oude hoofdstromen van liberalisme, christen-democratie en sociaaldemocratie. De grote meerderheid van de Nederlandse journalisten, weten we uit onderzoek, kiest links van het midden.

In een ver verleden verzekerden partijen zich van mediasteun door het oprichten van eigen kranten. Niet zelden was de hoofdredacteur tevens politicus. Abraham Kuyper noemde De Standaard ,,een paard dat ik bereed''. Zonder dat paard had hij de Anti-Revolutionaire Partij niet van de grond gekregen. Andere partijen volgden dat voorbeeld.

Door de ontzuiling veranderde dat patroon, maar om een aanhang te mobiliseren moesten nieuwkomers nog altijd weerklank zien te vinden bij de media. De oprichting van de VVD in 1948 volgde op een oproep van P.J. Oud in het Algemeen Handelsblad in augustus 1947. Bij de oprichting van D66 speelde het Handelsblad opnieuw een rol. Redacteuren als Hans van Mierlo, Hans Gruijters, Jan Vis en Jan Sampiemon droegen in de begintijd bij aan het gedachtegoed van de nieuwe partij. Natuurlijk was ook het tv-talent van Van Mierlo belangrijk, maar de krant diende als springplank.

Ook de opkomst van Pim Fortuyn was ondenkbaar zonder de media. Nog meer dan Van Mierlo wist hij het directe voordeel van tv-optredens uit te buiten. Maar niet onbelangrijk was dat hij een aanloop had genomen via meer traditionele media: een column in Elsevier en een eigen rubriek bij Radio Rijnmond.

Van alle nieuwkomers die het laatste jaar de revue passeerden, heeft Peter R. de Vries de meeste media-ervaring. Hij werkte voor De Telegraaf (hij heeft nog steeds een column), Aktueel, de Tros, RTL4 en SBS6. Hij heeft daarmee een vast publiek verworven, dat als basis kan dienen voor een politieke loopbaan.

De publiciteit rond Geert Wilders is wel intensief geweest, maar lang niet altijd positief. In deze krant is hij ,,het ongeleid projectiel'' uit Venlo genoemd en de columnisten Frits Abrahams en Gerrit Komrij hebben hem flink te grazen genomen. In een hoofdredactioneel commentaar werd de vraag gesteld of zijn opvattingen wel verenigbaar waren ,,met de door Wilders zo aanbeden Nederlandse identiteit''.

Een flink deel van de berichtgeving ging meer over zijn veiligheid dan over zijn politieke opvattingen. Met het referendum over de Grondwet van de Europse Unie heeft Wilders weer een kans, maar zijn stem weegt toch minder zwaar dan toen hij op de rechtervleugel van de VVD opereerde. Of dergelijke punten bij verkiezingen in 2007 nog indruk maken, is zeer de vraag.

Media en politiek hebben geen één-op-één-relatie meer, zoals in de tijd voor de verzuiling. Maar media zijn wel een soort barometer voor de politieke weersgesteldheid, ook al laat de nauwkeurigheid wel eens te wensen over. De storm rond Pim Fortuyn is niet tijdig geregistreerd. En bij Wilders slaat de wijzer nog alle kanten uit.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist' blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf