Politiek klimaat Spanje tot onder nulpunt

Het debat over de `toestand van de natie' in Spanje werd gedomineerd door verwijten tussen de premier en de oppositieleider. De gewenste consensus om de ETA en de opstandige Spaanse regio's aan te pakken is ver weg.

Het Spaanse antiterreurpact tussen de socialistische regeringspartij en de conservatieve oppositie, in de strijd tegen de ETA, staat in de ijskast. Consensus over een aanpassing van het staatsmodel lijkt vrijwel uitgesloten. Na twee dagen parlementsdiscussies in het traditionele jaarlijkse debat over de `toestand van de natie' is het politieke klimaat tussen de regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero en de conservatieve volkspartij onder leiding van Mariano Rajoy verder onder het nulpunt gezakt.

Rajoy noemde de premier ,,een radicaal'' en verweet hem ,,verraad aan de doden'' vanwege mogelijke vredesbesprekingen met de Baskische terreurorganisatie ETA. Tevens noemde hij de terreuraanslagen van fundamentalistische groepen vorig jaar in Madrid de voornaamste reden voor de socialistische verkiezingswinst, waarmee opnieuw de legitimiteit van de huidige regering in twijfel werd getrokken.

Geheel volgens de verwachtingen vormde de strijd tegen de ETA en de plaats van de autonome regio's in het staatsbestel de hoofdmoot van het parlementsdebat. De toon van de discussies tussen met name Zapatero en Rajoy werd gekenmerkt door scherpe verwijten. Rajoy zei dat de premier de Spaanse staat ,,in de uitverkoop'' doet.

Aanleiding voor de conservatieve aanvallen vormen mogelijke gesprekken tussen de regering en de ETA over de voorwaarde voor definitieve beëindiging van de terreur. De laatste bijeenkomst tussen regering en ETA werd in 1998 in Zwitserland georganiseerd door de conservatieve premier José María Aznar. Bij die gelegenheid werd de poging wel gesteund door de socialistische oppositie, zo bracht premier Zapatero in herinnering. Hij sloot overigens uit dat de regering politieke concessies zal doen aan de ETA. ,,Het einde van het geweld heeft geen politieke prijs, maar de politiek kan wel bijdragen aan het eind van het geweld'', zo zei Zapatero.

De premier vroeg de oppositieleider tevergeefs de aantijging terug te trekken dat hij ,,verraad aan de doden'' pleegt. Vooral deze opmerking wordt in socialistische kring hoog opgenomen, omdat de slachtoffers van het terreurgeweld zich in belangrijke mate onder de aanhang van de socialisten zelf bevinden. Hoewel de premier aan het eind van het debat onderstreepte dat hij ,,zijn hand uitstak'', hield Rajoy het er op dat de situatie juist is ontstaan ,,door de besluiten van de premier''.

Afgezien van mogelijk overleg met de ETA doelde hij daarbij op de nieuwe ,,Communistische Partij van de Baskische Landen'', in het Baskische regioparlement. De conservatieve oppositie meent dat deze partij als de opvolger van de inmiddels wegens banden met de ETA illegaal verklaarde Batasuna beweging eveneens verboden moet worden. Rajoy verwijt Zapatero dat hij die partij niet heeft verboden.

Daarnaast werd vooral het schrikbeeld van de uiteenvallende Spaanse staat door de conservatieve oppositie stevig aangezet tijdens het debat. Volgens Rajoy heeft de premier ,,de grootste troep'' gecreëerd in het vraagstuk hoe de autonome regio's in de toekomst moeten functioneren. De kwestie rond de regio's is vooral actueel nu de rijke Catalaanse regio, waar de socialisten samen met linkse splinterpartijtjes de dienst uitmaken, meer te zeggen willen hebben over de geldstromen van de centrale overheid.

In conservatieve kring, maar ook onder sommige socialisten, stuit een verdere decentralisering van de regio's op verzet. Gevreesd wordt dat weinig overblijft van het idee van een centrale staat en dat er grote financiële verschillen ontstaan bij de herverdeling van de belastingen. Minister Pedro Solbes van Financiën zei aan de vooravond van de debatten dat de regio's zelf maar lokale belastingen moeten heffen als ze meer willen uitgeven.

De scherpe toon van het debat wordt niet gedragen door een grote maatschappelijke onrust over het regeringsbeleid. Peilingen wijzen uit dat premier Zapatero als winnaar uit het tweedaagse debat tevoorschijn is gekomen. In de politieke analyses wordt de felle toon van de conservatieve oppositie vooral gezien als een volharding in de houding na de verkiezingsresultaten van vorig jaar. De scheidende regering-Aznar hield toen tot vlak voor de verkiezingen vol dat de ETA de schuldige was van de massale terreuraanslagen van 11 maart in Madrid. De conservatieve volkspartij weigerde nadien verantwoordelijkheid in de foute voorlichting te nemen en beschuldigde de socialisten op haar beurt weer van manipulatie van de verkiezingen.

Het afgelopen jaar werd een uiterst agressieve oppositie gevoerd door de conservatieven onder leiding van de nieuwe leider Mariano Rajoy. Zijn partij heeft zijn middenkoers verlegd naar een steeds conservatievere. Tot dusver lijkt deze strategie weinig vruchten af te werpen. Bij de regionale Baskische verkiezingen van vorige maand moest de Partido Popular van Rajoy een stevig verlies incasseren, terwijl de socialisten wonnen.