Polderparfum

De Overijsselse polder Mastenbroek krijgt een eigen parfum. Een luchtje met `dierlijke noten', belooft de fabrikant. Een boos VVD-raadslid spreekt van `strontspray'.

Een website en een film had polder Mastenbroek reeds, vanaf morgen heeft deze middeleeuwse polder tussen Kampen, Zwolle en Genemuiden ook een eigen parfum: L'Essence de Mastenbroek. Bewoners die de polder verlaten, bijvoorbeeld om te gaan studeren in de stad of grootschalig te gaan boeren in Canada, krijgen gratis een flacon, anderen betalen de introductieprijs van 25 euro. Voorlopig is het parfum alleen te koop in het Stoomgemaal dat de polder droog houdt, na de zomer gaat ook de Bijenkorf het verkopen.

Het parfum is een project van kunstenaar Birthe Leemeijer, zij werd drie jaar geleden uitgenodigd om te onderzoeken of ,,cultuurhistorische waarden (...) in een nieuwe economische en maatschappelijke realiteit van de polder kunnen worden opgenomen''. Het budget van 45 duizend euro was voldoende om vijfhonderd flacons te laten produceren. Door het parfum te verkopen wil ze geld genereren om steeds nieuwe voorraad te laten maken, zodat iedereen die eenmaal zo'n officiële flacon heeft, die tegen een geringe vergoeding kan laten navullen in het Stoomgemaal. Op deze manier wil Leemeijer een levenslange band tussen geur en plek tot stand brengen.

Onomstreden was haar project allerminst. Een VVD-raadslid van de gemeente Kampen klaagde dat hij zijn kleinkinderen niet recht in de ogen zou kunnen kijken als hij zou moeten vertellen dat hij gemeenschapsgeld had gestoken in `strontspray', een term die hij ontleende aan een conference van Paul van Vliet.

Naar stront ruikt het parfum echter allerminst. Hooi, is mijn eerste associatie, hooiland aan het einde van een lome zomer. Later komt daar de geur van melk bij, een lobbige, romige geur, maar de beloofde `dierlijke noten' kan ik niet ontwaren, net zo min als `de geur van het scheren van koeien in het najaar als ze de stal in moeten'.

Ik ben al bang dat het aan mijn stadse neus ligt, maar veeboer Bert Kanis ruikt het evenmin. Hij is een van de elf leden van de Essence-club, een panel van polderbewoners dat de geuren beoordeelde die Leemeijer liet componeren door een Italiaanse parfumeur. Maar lekker vindt hij het wel, hij ruikt gemaaid gras dat een dag heeft liggen drogen. ,,Als het weer meewerkt, kunnen we het binnenkort weer in het echt ruiken.''

Om zijn jeugdherinneringen aan te boren moest Marcel Proust wachten tot hij toevallig een madeleine in de thee doopte. Voor émigrés uit Mastenbroek die op zoek zijn naar hun verloren verleden, is deze sensatie nu voorgekookt, het parfum pretendeert immers de essentie van de polder te omvatten.