Pittoreske hongerlijders

Emile Zola daalde voor zijn beroemde roman Germinal (1885), over de noodlottige afloop van een mijnwerkersstaking in Noord-Frankrijk, zelf in een mijn af om de mensonterende werkomstandigheden onder de grond zo gedetailleerd en realistisch mogelijk te kunnen beschrijven. Regisseur Claude Berri moest uiteraard, meer dan honderd jaar later, voor de verfilming van het boek zo'n mijn laten nabouwen, en een heel mijnwerkersdorp erbij. Dat is goed gelukt en de film is ook verder met veel stijl en vakmanschap gemaakt: van de panorama-shots van het sombere, kille landschap tot de warm belichte scènes in de kleine arbeidershuizen, die doen denken aan Van Goghs Aardappeleters. Toch wringt juist die schoonheid. Germinal is een film over honger en uitbuiting, maar bij vrijwel elk beeld spat van het scherm dat dit een van de duurste Franse filmproducties ooit is. Je hoeft een `lelijk' onderwerp ook niet per se lelijk te filmen, maar Germinal dreigt door te slaan naar het andere uiterste: armoede en klassenstrijd als pittoreske folklore. Dat maakt het lastig om de socialistische boodschap aan het slot van de film serieus te nemen.

Gérard Depardieu is, zoals vrijwel altijd, goed als de brave voorman Mahue, die politiek ontwaakt na de aankomst van Lantier (de zanger Renaud), die de mijnwerkers organiseert en een staking op touw zet, die ze duur moeten bekopen. In de film is de strijd van de mijnwerkers geen antwoord op, maar eerder een symptoom van de uitwassen van het kapitalisme. Alle menselijke relaties worden gecorrumpeerd door geld, bij de have-nots evenzeer als bij de haves, die als decadent worden afgeschilderd. Zelfs moederliefde raakt bezoedeld: de vrouw van Maheu kan niet wachten tot haar kinderen oud genoeg zijn om de mijn in te gaan, zodat ze geld gaan verdienen. Zo is het leven. De opstandige arbeiders staan ook voortdurend bloot aan de verleiding om de hele boel dan maar de lucht in te laten vliegen, die wordt belichaamd door een sinistere anarchist die in de kroeg oreert over het einde van de wereld. Deze mijnwerkers zijn wel wild, maar niet erg nobel. Dat moet wel slecht aflopen. Juist dat fatalisme maakt Germinal tot zo'n vlakke film. Zelfs de dramatische instorting van de mijn heeft iets van een invuloefening. Mooie beelden, dat wel, maar daar gaat het niet om.

Germinal (Claude Berri, België/Frankrijk 1993), Canvas, 23.45-2.20u.