Na de klap een borrel, maar nu verslaafd

Vijf jaar na de vuurwerkramp in Enschede zijn slachtoffers met een psychisch trauma nog steeds in behandeling. Nu vooral ondernemers en allochtonen.

Ze lijden aan een posttraumatische stressstoornis, zijn depressief of hebben onverklaarbare lichamelijke klachten en vermoeidheidsklachten. Vijf jaar na de Enschedese vuurwerkramp zijn bij Mediant, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, nog 180 mensen in behandeling vanwege psychische klachten die veroorzaakt zijn door de vuurwerkramp. In totaal hebben zich de afgelopen vijf jaar 1.700 mensen tot het speciaal na de ramp opgerichte hulpverleningsteam gewend. Dat aantal, zo stelt Mediant op basis van ervaringen met andere rampen, is redelijk in lijn met de vijf jaar geleden uitgesproken verwachting.

De behandeling is pas enkele maanden na de vuurwerkramp begonnen. In de eerste periode vlak na de ramp zijn veel mensen nog niet stabiel genoeg om een behandeling aan te kunnen. Het eerste jaar hanteerde Mediant een lage drempel: iedereen die er behoefte aan had, kon binnenlopen. Later kwamen mensen bij Mediant via een verwijzing van de huisarts of na bemiddeling van de eerstelijnshulpverlening, zoals het maatschappelijk werk. ,,Verslavingsproblematiek komt regelmatig voor. Mensen zijn angstig, nemen een borrel, maar op een gegeven moment blijkt iemand te veel alcohol te nuttigen'', zegt coördinator J. Hegeman van Mediant.

Gemiddeld zijn er een tiental sessies nodig geweest, maar sommige mensen zitten al vanaf het begin in de kaartenbak en zullen mogelijk blijvend psychologische hulp nodig hebben. Zij hebben het vaak ook op sociaal vlak moeilijk, door bijvoorbeeld werkloosheid of financiële problemen. De wijk Roombeek, waar de ramp plaatsvond, staat bekend als een echte volkswijk, met relatief veel maatschappelijke problemen.

Uit onderzoek van het Nivel (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) in samenwerking met Enschedese huisartsen blijkt dat media-aandacht de klachten kan beïnvloeden. Na een gerechtelijk vonnis over de vuurwerkramp in 2002 verdubbelden de lichamelijk onverklaarbare klachten bij rampslachtoffers die moesten verhuizen.

Mediant heeft een min of meer constante toestroom van cliënten gekend. De laatste tijd melden zich ook mensen die eerder kortdurend zijn behandeld voor hun traumagerelateerde stoornissen. Ondernemers en allochtonen hebben zich in een later stadium gemeld en zijn nu relatief sterk vertegenwoordigd. Hegeman: ,,Ondernemers hebben eerst moeite gehad om allerlei praktische zaken te regelen. Daarin zijn ze blijven hangen.''

Allochtonen kampen met psychische klachten die vaak gepresenteerd worden als lichamelijke klachten. Hegeman: ,,Een gemiddelde Nederlander met weinig energie legt snel het verband met een depressie. Voor allochtonen heeft depressie niet direct een betekenis. Pas nadat we speciaal voor hen cursussen en uitleg hadden gegeven, kwamen ze.'' Mediant heeft onder meer via `Loesje'-posters en bijeenkomsten op scholen en wijkcentra aan (preventieve) voorlichting gedaan. Het nazorgteam vuurwerkramp, dat de afgelopen jaren gefinancierd is door VWS en de zorgverzekering, heeft per 1 januari zijn activiteiten voortgezet onder de naam Centrum voor Psychotrauma. Gebruikmakend van de ervaringen die zijn opgedaan bij getroffenen van de vuurwerkramp, worden er mensen met posttraumatische stressstoornissen behandeld.