Martelaarschap van Christiane F.

Een zestienjarig meisje uit de jaren tachtig als symbool voor hedendaags materialisme en het alleen maar leven in het hier en nu. Zo kondigt het persbericht de tentoonstelling van Pjotr Müller (1947) in de Bergkerk te Deventer aan. De titel van de expositie is De aanvang van de wederopstanding van Christiane F. – Müllers inspiratiebron was het geruchtmakende boek Wir Kinder von Bahnhof Zoo uit 1981, geschreven door het heroïnehoertje Christiane F.

Het lijkt wat vergezocht, om in een tijd als deze terug te verwijzen naar een personage van twintig jaar geleden. Veel kunstenaars die tegenwoordig de ondraaglijkheid van het bestaan willen verbeelden, grijpen terug naar de aanslagen van 11 september 2001 en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke ontwikkelingen. Niet voor niets wordt er in kunstkringen al gesproken van het post-911-syndroom.

Uit steigerpijpen bouwde Müller in het koor van de kerk een stellage van acht meter hoog. Als je het smalle trappetje opklautert, richting het altaar, zie je een vrouwfiguur tegen een omgekeerd kruis, de armen uitgestrekt naar één kant. Aan weerszijden van haar bevinden zich menselijke figuren die ondersteboven hangen. In reliëf tegen de wand is om de zoveel meter een gekruisigd figuur geplaatst. Ze zien eruit of ze uit papier maché zijn gemaakt, afgewerkt met bloemetjesbehang. Theatraal oogt het, als een decorstuk voor een toneelspel. Hoog tegen het plafond springt een muurschildering in het oog van een kruisafname van Jezus, maar deze schildering hoort bij de kerk, niet bij het kunstwerk. Müller maakt in zijn installatie handig gebruik van de symbolen van het christendom.

Eerder kwamen kunstenaars die een vrouw aan het kruis verbeeldden in opspraak. Maar Müllers vrouwfiguur zal geen schokgolf teweegbrengen. De met bloemenbehang bedekte figuur heeft niets aanstootgevends, ze lijkt meer van het kruis weg te willen zweven, dan dat ze een kritiek is op de kerk die in liturgisch opzicht geen plaats voor vrouwen heeft bedacht.

Müller is vooral bekend geworden met zijn architectonische bouwwerken, installaties die hij sinds de jaren tachtig bouwt uit sloophout. Het zijn ruimtes die soms worden gebruikt om kunst in tentoon te stellen, en soms bedoeld zijn om in rond te dwalen. Zijn sculpturale bouwsels zijn vaak te herleiden tot classicistische tempels, pagodes of boeddhistische tempels. In een interview uit 1996 zei de kunstenaar niet religieus te zijn, maar wel een fascinatie te hebben voor religieuze elementen. Zo bezien moest een expositie in een kerk een buitenkansje zijn. Müllers werk is vaak verstild en zet aan tot overpeinzingen. Zijn bouwsels zijn archetypisch, niet-schreeuwerig, maar in zichzelf gekeerd. Uit zijn eerdere werk spreekt een voorliefde voor universele vormen. Alsof hij ideeën in zich opneemt, ze herkauwt en ze vervolgens weer ten tonele voert, ontdaan van alles dat ze in een bepaalde tijd kan vastpinnen.

Zo ongeveer moet het gegaan zijn met Christiane F. Vrouwelijk martelaarschap en het verlangen naar iets hogers, dat wilde Muller verbeelden, alweer volgens het persbericht. Het lijkt een groot thema, maar het wordt niet geheel duidelijk op welke vorm van vrouwelijk martelaarschap wordt geduid. Ziet hij Christiane F. als een martelaar omdat ze verslaafd was? De installatie geeft niet de beloofde inzichten over materialisme en kwellingen van het hier en nu, eenvoudigweg omdat de presentatie van ondersteboven hangende mensfiguren fungeert als een scherm, waarop je vrijelijk je associaties kunt projecteren. Misschien moeten we de installatie opvatten als een universeel commentaar op de mensheid. De ruimte voor associaties is te groot en te vrijblijvend, waardoor het werk weinig zeggingskracht heeft.

Tentoonstelling: Pjotr Müller, De aanvang van de wederopstanding van Christiane F. T/m 17 juli in de Bergkerk, Bergkerkplein 1, Deventer. Di t/m zo 11-17u. Inl. www.museumdefundatie.nl