Luister toch eens naar de frieten

In Nederland is alles beter geregeld dan hier, maar ik zou er nooit willen wonen. Die provocerende bekentenis deed Jean-Luc Dehaene toen hij als premier van België zeven jaar geleden het boek Vreemde buren van `Nederbelg' Derk Jan Eppink in ontvangst nam. Dehaene verwoordde het gevoel van veel Belgen: Nederlanders weten niet wat genieten is. Inmiddels is het ook de vraag of ze alles wel zo goed geregeld hebben.

Toen Dehaene zijn bekentenis deed, verkeerde België in de existentiële crisis waarin het door de affaire rond kinderontvoerder Marc Dutroux was geraakt. Een land dat zijn kinderen niet kan beschermen, zo vroegen Belgen zich af, wat is dat nou waard? Nederland daarentegen stond nog bekend als het land dat zijn zaken op orde had. Economisch ging het goed, politiek was het rustig en als er al naar België werd gekeken, was het meewarig.

Inmiddels is Nederland een politieke, maatschappelijke en economische crisis verder. De kloof tussen politiek en burger, in België al langer gesignaleerd, gaapt nu ook hier. Het geloof van Nederlanders in politiek, rechterlijke macht, onderwijs, medische zorg en media is verminderd. En naar België wordt wat minder meewarig gekeken. Nu is er zelfs een boek verschenen met de titel Belgen doen het beter. Zes redenen om morgen te emigreren. Het is geschreven door twee Nederlandse bestuurskundigen die zich afvragen waar je als burger of ondernemer beter af bent, in België of in Nederland.

Het antwoord wordt gezocht in concrete voorbeelden. Zoals dit: Als je wilt immigreren om met je geliefde te trouwen, ben je dan beter af met een Belg of met een Nederlander? (Antwoord: met een Belg, wat de duur van de procedure betreft tenminste). Of: Ben je bij voorkeur patiënt in een Belgisch of in een Nederlands ziekenhuis? (Genuanceerd antwoord: in België is de zorg sneller en klantgerichter, in Nederland is de kwaliteit vaak net iets beter). En: Waar kun je gemakkelijker je auto laten registreren? (Antwoord: in Nederland, maar in België kun je weer gemakkelijker een auto importeren.)

Interessant is ook de vergelijking tussen de belastingdiensten. Die is volgens de auteurs in België strenger. Voor burgers die het minst met de belastingdienst te maken hebben, is Nederland de beste keuze. Opmerkelijk is dat en passant wordt geconstateerd dat het imago van de belastingdienst in België even goed of slecht is als dat in Nederland, ondanks de `leuker kunnen we het niet maken'-campagne die de Nederlandse belastingdienst al jaren voert.

Ex aequo

Hoewel België het uiteindelijk niet echt beter blijkt te doen dan Nederland – ze eindigen ex aequo – leiden de voorbeelden alweer tot de conclusie dat Nederland niet meer gidsland is. `Het blijft opvallend hoe praktisch en bescheiden Belgen de modernisering van de overheid vaak ter hand nemen', constateren de auteurs. `In Nederland gaat dat vaker met de grote trom, terwijl de plannen dan nog slechts op papier staan.'

Belgen doen het beter bevat mooie verhalen en anekdotes. Zoals die over het verschil tussen Nederlanders en Belgen bij het bakken van patat: `Nederlanders lezen de gebruiksaanwijzing, Belgen luisteren naar de frieten.' Het is wat de Belgische filosoof Paul Wouters samenvat als Belgen zijn `bricoleurs', Nederlanders `ingenieurs': Belgen beginnen ergens aan en zien al doende wel hoe ze problemen oplossen. Of, zoals Dehaene het als premier verwoordde, `je moet de problemen oplossen als ze zich stellen'. Nederlanders bedenken eerst een plan en berekenen uitvoerig kansen en risico's voor ze beginnen. Als Belg die in Nederland werkt, heeft Wouters moeten wennen aan alle beleidsplannen, voortschrijdende meerjarenbegrotingen, risicoanalyses en liquiditeitsprognoses die van hem worden verwacht. Gelukkig, heeft hij ontdekt, vind je als bricoleur ook hiervoor een oplossing: die plannen zijn ook door het knippen en plakken van voorgaande plannen samen te stellen.

Wouters voegt zich met zijn België-Nederland. Verschil moet er zijn bij de recente rij Vlamingen die Nederland onder de loep nemen. Zijn vergelijking, die uitgaat van de stelling dat een Belg en een Nederlander zich tot elkaar verhouden als bier tot water, geeft een kritisch portret van Nederland. Hij constateert bijvoorbeeld: `De eeuwenlange strijd tegen het water heeft in de communicatie van de Nederlander niet het raffinement gebracht dat de Belg overhield aan zijn eeuwenlange strijd tegen de menselijke overmacht.' De Nederlandse man noemt hij een `erotisch onbenul' – schrale troost: de Belgische man is niet veel beter. Over leiderschap in het bedrijfsleven: `De meest voorbeeldige Nederlandse manager is een kleuterleider, lijkt het wel eens.'

Hapklare brokken

Lekker eten is volgens de Nederlander dat waar je goed gevuld van raakt, het liefst in hapklare brokken als stamppot en huzarensalade. En Nederlanders zijn niet alleen de Amerikanen van Europa als het gaat om `hun schaamteloze toewijding aan het consumptieve bestaan, maar ook wat betreft de fanatieke afwijzing ervan door betekenisvolle minderheden.'

Wouters spaart ook zijn geboorteland niet. Hij komt zelfs, verrassend na zijn kritische analyse, tot de slotsom dat je maar beter Nederlander kunt zijn. Tenminste, als je kijkt naar het gelukscijfer dat Nederlanders zichzelf geven en naar het gegeven dat Belgen in verhouding vaker zelfmoord plegen. Hoewel Wouters daar, net als Dehaene, onmiddellijk aan toevoegt dat dit voor hem persoonlijk gevoelsmatig toch anders ligt. `Ik kies voor Nederland, maar wel als Belg.'

Net als Belgen doen het beter heeft België-Nederland geen wetenschappelijke pretenties. Zelf noemt Wouters het een `palaver of causerie'. Maar dat kan Belgische bescheidenheid zijn. Hij legt in zijn boek immers uit dat, waar de Nederlander assertief is (`het lijkt wel alsof iedereen hier een mediatraining achter de rug heeft') de Belg zich presenteert met behulp van verkleinwoorden. `Zijn doorwrochte publicatie van honderden bladzijden zal hij ,,een boekske'' noemen, zijn indrukwekkend fortuin ,,toch meer dan niks''.' Dus moet de lof van anderen komen. Welnu, België-Nederland is een scherpzinnige en vaak humoristische analyse. Zouden ze dat dan nu ook al beter doen?

Noor Huijboom en Jorrit de Jong: Belgen doen het beter. Zes redenen om morgen te emigreren. Meulenhoff/Manteau, 141 blz. €15,95

Paul Wouters: België-Nederland. Verschil moet er zijn. Lemniscaat, 168 blz. €9,95