Krachtige belastinglobby op komst

Een omvangrijke fiscale lobby komt op de Tweede Kamer af. De inzet is hoog. Staatssecretaris Wijn (Financiën) woelt de winstbelastingen om en brengt zo bijna zes miljard euro aan belastinggeld in beweging. Vanaf 2007 gaan 600.000 bedrijven dat in hun aanslag merken. Aan de ene kant staat 2,9 miljard euro aan belastingvoordelen en aan de andere kant 2,9 miljard euro aan lastenverzwaring. In het grote geheel is dat evenwichtig. Op het niveau van individuele bedrijven zijn er wel grote verschillen: sommige hebben per saldo een behoorlijk voordeel, andere komen ronduit in financieringsproblemen.

De voordelen van het plan dat Joop Wijn onlangs presenteerde zijn simpel. Het tarief gaat fors omlaag. Zowel voor ondernemers die vennootschapsbelasting betalen (zoals BV's) als degenen die inkomstenbelasting over hun bedrijfswinst betalen (zoals familiebedrijfjes en vrije beroepers). Het tarief van de vennootschapsbelasting dat in 2004 nog 34,5 procent was, daalt naar 26,9 procent in 2008. De vennootschapsbelasting heeft één tarief (vlaktaks); de inkomstenbelasting heeft een oplopend tarief dat stijgt met de inkomsten (progressie). Wijn ontwerpt voor de inkomstenbelasting een speciaal tarief voor bedrijfswinsten. Dat is nog steeds

progressief, maar het ligt zeker vijf

procent lager dan het algemene tarief. Het door velen gekoesterde ideaal van een vlaktaks voor de inkomstenbelasting raakt zo trouwens verder buiten beeld.

Die tariefverlagingen ziet iedereen wel zitten. Joop Wijn denkt dat buitenlandse bedrijven die een Europese vestiging willen openen, straks vaker voor Nederland kiezen en bijvoorbeeld Ierland (met een belastingtarief van 12,5 procent) links laten liggen. Als spreekbuis van het bedrijfsleven bevestigt VNO-NCW die mening. Maar deze organisatie vindt dat Nederland als geheel (de schatkist) de kosten van de tariefverlaging moet ophoesten. Dat krijgt Joop Wijn er bij het kabinet niet door, zelfs niet voor een miezerige honderd miljoen. ,,Nu krijgt het bedrijfsleven een sigaar uit eigen doos'', moppert voorzitter Jacques Schraven van VNO-NCW en hij heeft gelijk.

Juist dat gelijk brengt VNO-NCW in een ongemakkelijk parket. Want al fulmineert Schraven al jaren tegen de hoge tarieven, voor de grote multinationals bijten die niet eens zo hard. Met wat vakbekwaam fiscaal knutselwerk van goede belastingadviseurs valt daar een hoop aan te doen. Het grotere bedrijfsleven ziet nu hoe in ruil voor tariefverlagingen waar vooral het MKB van profiteert, een massa onwelkome financieringsmaatregelen op haar afkomt. Schraven zal proberen die schade te beperken, maar dat gaat dan ten koste van de tariefverlaging. En de tariefverlaging is heilig voor die andere ondernemersorganisatie: MKB-Nederland.

Die heeft van Wijn een ondershandse belofte gekregen. De toch al interessante tariefverlaging met vijf procent kan best wat royaler uitvallen. Maar dan moet de staatssecretaris in de Tweede Kamer niet te veel geld kwijtraken aan het versoepelen van de vooral bij het grootbedrijf opspelende financieringsmaatregelen. Die boodschap is goed overgekomen en drijft van meet af aan een wig tussen beide ondernemersorganisaties.

Schraven zit ook met een ander probleem. Elk van de ingrepen waarmee Wijn de tariefverlaging financiert, treft een andere groep ondernemers. VNO-NCW kan als belangenbehartiger alleen al zijn leden tegelijk tevreden stellen door zich tegen het hele pakket aan fiscale ingrepen te keren. Dat kan de organisatie zich nu nog veroorloven onder het mom dat de samenleving de kosten van de tariefverlagingen moet dragen. Maar wie irreële standpunten inneemt komt al snel aan de zijlijn te staan. Zoals kan gebeuren met de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs van waaruit een deskundige donderdag in het Financieele Dagblad een serieus pleidooi hield de hele vennootschapsbelasting maar af te schaffen. Een originele gedachte, maar geen bijdrage aan de huidige discussie.

Als VNO-NCW haar volle gewicht zet achter enkele belangen waarvoor ze vervolgens echt in de bres springt, heeft de staatssecretaris op die punten echt een probleem. Die strategie vergt bij VNO-NCW een weloverwogen selectie van haar speerpunten, met als onvermijdelijke gevolg dat ze aan andere belangen hooguit lippendienst bewijst. Zoiets levert onvrede in de achterban op. De bedrijven die zich niet langer goed vertegenwoordigd voelen, zullen zekerheidshalve zelf hun belangen op het Binnenhof over het voetlicht komen brengen.

Het gaat meestal om tamelijk ingewikkelde, weinig tot de verbeelding sprekende fiscaal-technische zaken. Als voorbeeld kan het schot voor de boeg dienen dat voormalig CDA-coryfee en fiscalist Marnix van Rij vandaag in deze krant geeft. Hij maakt duidelijk hoe een fiscale maatregel van de staatssecretaris er bij sommige beursfondsen zo zwaar in kan hakken dat die misschien niet onder een winstwaarschuwing uitkomen.

Op zichzelf kan Van Rij billijken wat de staatssecretaris wil, maar voorziet hij problemen met de hoekige invoering ervan. Een overgangsregeling zou beter zijn, maar staatssecretaris Wijn houdt niet van langlopende overgangsmaatregelen. De barse overgangsregimes die hij hanteert komen hem net als bij eerdere gelegenheden op kritiek in de Tweede Kamer te staan.

Zo beperkt Wijn de overgangstermijn voor een fors zwaardere heffing over bedrijfspanden tot maximaal drie jaar. Dat is nogal kort voor ondernemers die de (hypothecaire) financiering van hun gebouwen ondermeer op de jaarlijkse afschrijving baseren. De Kamer zal daar zeker over vallen.

Ondertussen kan Wijn die zwaardere belasting van panden niet missen: alleen op die manier kan hij veel geld voor de tariefverlaging vrijmaken. Zo goed als later bij particulieren de inperking van de hypotheekrenteaftrek essentieel zal blijken om echt iets aan de inkomstenbelasting te kunnen veranderen. Ook bij zo'n stoutmoedig plan worden de overgangsmaatregelen cruciaal.

De terughoudende opstelling die de staatssecretaris nu toont, kan een voorbode zijn van zijn houding straks. Dan wordt het pas echt druk op het Binnenhof.