`Ik wil rede bij de hysterie'

Mannen weten zich geen raad met vrouwen, zegt Per Olov Enquist naar aanleiding van zijn nieuwe roman .

,,Ik wil nagaan hoe sterk liefde kan zijn.''

Er staan wonderlijke zinnen in de nieuwe roman Blanche en Marie (2004) van de Zweedse schrijver Per Olov Enquist (1934). De auteur strooit midden in de regels kwistig met uitroeptekens, alsof de beide vrouwelijke hoofdpersonen uit de titel voortdurend onder grote emotionele spanning staan. Blanche is Blanche Wittmann, een zenuwpatiënte die aan het eind van de negentiende eeuw werd opgenomen in de psychiatrische kliniek van het Salpêtrière-ziekenhuis in Parijs, waar ze werd verpleegd door de arts J.M. Charcot. Hij was de eerste arts die rond de eeuwwisseling van 1900 hypnose gebruikte als therapie om vrouwen van hysterie te genezen. De Marie uit de titel is Madame Marie Curie, de uitvinder van radium die hiervoor in 1911 haar tweede Nobelprijs ontving.

Een tekstvoorbeeld van de op drift geraakte uitroeptekens: `De artsen en de wetenschap wisten niets. Ze konden niet eens zeggen wat dat vreemde wezen Blanche Wittmann mankeerde, Blanche! het medium! de hysterica van het Salpêtrière die, samen met nog duizenden andere hysterische vrouwen, gezond en sterk was geworden, maar pas toen Charcot stierf! zij die daar in haar houten kist lag te schrijven.'

Enquist is enkele dagen in Amsterdam ter gelegenheid van de vertaling van Blanche en Marie, dat oorspronkelijk Boken om Blanche och Marie heet, ofwel `De boeken van Blanche en Marie'. De auteur is enigszins verrast als hem wordt gevraagd naar de uitzonderlijke typografie in zijn boek. Niet alleen vallen de uitroeptekens op, ook maakt hij gebruik van passages in cursief en zelfs stukken die vetgedrukt staan. Bedachtzaam antwoordt Enquist: ,,Het idee voor deze roman dateert van meer dan twintig jaar geleden. Altijd al wilde ik wetenschap en psychiatrie, rationele kennis en hysterie in een boek samenbrengen. De roman begon als een groot gedicht, maar ik ben een slecht dichter. Daarvoor ben ik te nerveus.''

Strindberg

Een ander punt van zorg voor de niet-ingewijde lezer is de hoge mate van abstractie van de roman. Zo verschijnt opeens een meneer Strindberg als toeschouwer in de kliniek om Blanche Wittmann te bestuderen. Zij wordt in een auditorium aan artsen en andere belangstellenden gedemonstreerd. Deze `meneer Strindberg', een man met borende ogen, is de Zweedse toneelschrijver August Strindberg die met toneelstukken als Droomspel, Freule Julie en Spooksonate vrouwen ten tonele voert die een ziektebeeld vertonen dat vergelijkbaar is met dat van Blanche. Ook noemt de schrijver veelvuldig een plaatsnaam die hij verder niet uitlegt, namelijk Nome. Blanche droomt herhaaldelijk van Nome als het gelukzalige oord op aarde, waar zij bevrijd is van alle herinneringen en angsten.

,,Nome'', zegt Per Olov Enquist, ,,is een plek in het uiterste westen van Alaska, zowat tegen Rusland aan. Daar waar een race eindigt voor sledehonden. Ikzelf heb een poolhond gehad en ik was altijd gefascineerd door de kracht van die honden, het helblauwe van hun ogen waarin het azuurblauwe ijslandschap zich weerspiegelt. Voor Blanche is Nome het symbool van zuiverheid en puurheid. En Strindberg heeft zich in zijn dramatische werk altijd hevig geïnteresseerd in het wezen van de vrouw en van de liefde. Zijn huwelijken liepen spaak omdat hij een ingewikkelde en dubbelhartige verhouding tot zijn echtgenotes had. Enerzijds eiste hij van hen volledige toewijding aan de man en anderzijds wenste hij dat vrouwen een grote onafhankelijke kracht bezitten.''

Staat de voorkennis die Enquist veronderstelt de leeservaring niet in de weg? ,,Als dat zo is, zou dat jammer zijn. Ik wil graag de fantasie van de toeschouwer aanspreken. De lezer hoeft niet per se te weten waar bijvoorbeeld Nome ligt, als het beeld maar duidelijk is. Ik houd er niet van om alles uit te leggen. Ik heb me jarenlang verdiept in de wetenschap van de late negentiende en de vroege twintigste eeuw. Over Strindberg bijvoorbeeld schreef ik een televisieserie. Strindberg was een van die laat-negentiende-eeuwse mannen die een grote geestkracht tentoonspreidden. Ze dachten dat ze alles aankonden, zowel kunsten, wetenschappen, politiek, fotografie, zelfs alchemie. Voor wetenschappers als Charcot was de vrouw terra incognita, het onbekende land dat hij, als man, moest verkennen. Het was niet bepaald een tijd waarin de vrouw met enige eerbied werd behandeld. In het Salpêtrière vonden artsen allerlei toestellen en middelen uit om vrouwen van de diagnose hysterie te genezen. Althans, dat laatste dachten ze in hun rationele overmoed..''

De Blanche over wie Enquist schrijft, staat afgebeeld op een schilderij uit het Salpêtrière dat in werkelijkheid meer dan tien bij zes meter beslaat. Op het omslag van het boek staat een uitsnede: we zien een vrouw die bewusteloos achterover kiept. Ze draagt een ver openvallende blouse. De huid is roomwit. Haar mond is verkrampt. Het schilderij is een spannend samenspel van handen. Rechts strekken zich de handen van arts Charcot uit als om haar val te breken. Er is ook nog een hand onder het bovenlichaam van Blanche te zien.

Enquist heeft het Parijse Salpêtrière bezocht. Aan het einde van de negentiende eeuw zaten duizenden vrouwen opgesloten in de kelders van dit hospitaal. Enquist: ,,Mannen wisten zich eigenlijk geen raad met vrouwen. In een van de getuigenissen van Charcot staat dat een vrouw voor hem even geheimzinnig, duister en onbekend is als Siberië of Alaska. Een van de toestellen waarmee ze vrouwen dachten te genezen was de `ovariumpers'. Dat was een apparaat waarmee druk werd uitgeoefend op de eierstokken, want voor mannen uit die tijd was alles wat met de baarmoeder en voortplanting had te maken van een grote en ook dreigende geheimzinnigheid. Als je druk op de onderbuik uitoefende, dan verjoeg de pijn de hysterie.''

Kierkegaard

Ook in zijn eerdere boeken als Het bezoek van de lijfarts en De vijfde winter van de magnetiseur toont Enquist zijn aandacht voor de roman die het midden houdt tussen historische roman en werk van non-fictie. Hij erkent dat dit genre een nieuwe trend is in de Scandinavische literatuur: ,,Ik ben geboeid door figuren uit de geschiedenis. Een verschijnsel als het syndroom van Kierkegaard kun je niet verzinnen. Het gaat om een man die van zijn liefje af wil, maar hij durft het niet rechtstreeks uit te maken. Dus gaat hij zich slordig kleden, neemt geen bad meer, scheert zich niet. Uiteindelijk zal het meisje zich uit gêne van hem afkeren. Dus de man dwingt haar een beslissing te nemen, terwijl hijzelf er te laf voor is.''

Niet alleen Strindberg treedt in Blanche en Marie op, ook de Weense psychiater Sigmund Freud. Enquist schuift hem naar voren als de tegenpool van de methodologisch ingestelde Charcot. Dacht de laatste alleen maar in termen van ovariumpers, aderlating en dergelijke, Freud ging met de patiënten praten om hen daardoor te genezen.

Enquists roman behelst niet alleen het psychiatrische verhaal van Blanche, ook betrekt hij zijn eigen schrijverschap erin. Blanche bijvoorbeeld houdt dagboeken bij, die ze achtereenvolgens `Het gele boek', `Het zwarte boek' en `Het rode boek' noemt. De auteur Enquist doet zichzelf voor als een negentiende-eeuwse vinder van dat dagboek, in de trant van `Manuscript op zolder gevonden'. Hij opent de roman met een werkhypothese, ontleend aan Blanche. Zij schrijft, en Enquist neemt het over: `De liefde overwint alles.'

,,Voor mij was dit het uitgangspunt van de roman'', verklaart Enquist. ,,In de lotgevallen van Blanche probeer ik na te gaan hoe sterk liefde kan zijn. Dat ze in dienst treedt van Madame Curie is ook een teken van overgave. Curie vond weliswaar radium uit, maar ze was zich niet bewust van de gevaarlijke stralingen die hierdoor vrijkomen. Zo ruïneerde ze het leven van Blanche. Zij verloor een hand en een voet, haar lichaam ging kapot. Aan het eind van haar leven zat de geamputeerde Blanche in een soort wagentje. Heel tragisch. Ik heb helemaal niets verzonnen, de historie schonk me het materiaal. Zonder historische bronnen zou ik niet kunnen schrijven.''

Per Olov Enquist: Blanche en Marie. Vertaald door Cora Polet. Ambo, 223 blz. €19,95