Hij voelt zich weer goed

Hoe oud is James Brown nu precies? In naslagwerken over soul en funk wordt 1928 als het geboortejaar genoemd, maar zelf beweert hij dat hij op 1933 is geboren. Dit deed hij in autobiografie James Brown. The Godfather of Soul uit 1986 en nu doet hij dat opnieuw in zijn nieuwe autobiografie I Feel Good. A Memoir Of A Life Of Soul. Laten we het er maar op houden dat de nog altijd optredende funkpionier 72 is, en niet 77.

I Feel Good is minder een autobiografie dan The Godfather of Soul. Vertelde hij in zijn eerste autobiografie in chronologische volgorde en gedetailleerd zijn leven aan ghostwriter Bruce Tucker, I Feel Good, ook de titel van zijn van zijn grootste hits, is meer een zelfrechtvaardiging dan een levensverslag. Over zijn muziek – `zes decennia soul' – vertelt hij bijvoorbeeld weinig, alleen een paar bladzijden over het belang van `the one', de eerste tel van een maat.

Des te meer schrijft Brown over drie kwesties die hem dwars zitten: zijn omstreden rol in de Amerikaanse rassenpolitiek, zijn zakelijke beslommeringen en zijn turbulente, persoonlijke leven dat hem vier huwelijken en verschillende gevangenisstraffen opleverde. In alle drie de kwesties gaat Brown uitgebreid in op alle verwijten die hem zijn gemaakt. De kritiek dat hij een `Uncle Tom' was door bijvoorbeeld de Republikeinse presidentskandidaat Richard Nixon tijdens de verkiezingen van 1972 te steunen en op te treden voor Amerikaanse troepen in Vietnam, pareert hij met de bewering dat hij zo het meeste voor zwart Amerika kon doen. De meeste soldaten daar waren tenslotte zwart.

Zijn wilde leven vergoelijkt Brown niet. Over de dood van zijn oudste zoon schrijft hij schuldbewust dat dit de straf is voor het feit dat hij er als vader nooit was. Maar wel wijst hij er op dat tegenover zijn tekortkomingen veel goeds staat. Zo heeft hij de jeugd altijd gewezen op het belang van scholing en gaf hij zwart Amerika met het nummer `Say It Loud (I'm Black And I'm Proud)' meer zelfbewustzijn dan menige radicale zwarte activist.

Eenduidig en consequent is Browns betoog niet. Hoewel hij de presidenten Nixon, Clinton en George Bush allemaal als zijn vrienden beschouwt, gelooft hij ook in complotten van diezelfde Amerikaanse overheid. Dat hij bijvoorbeeld keer op keer financiële moeilijkheden kreeg, kwam niet doordat hij zijn belastingen niet betaalde, maar doordat de Amerikaanse federale overheid niet van succesrijke zwarte zakenlieden hield (en houdt). Hetzelfde geldt voor de slechte publiciteit en zware gevangenisstraffen die hij heeft gekregen door zijn wetsovertredingen en misdaden. Een blanke zou nooit zeven jaar gevangenisstraf krijgen voor het negeren van een stopteken van een politieman, beweert Brown in I Feel Good, dat door New York Times-journalist zo is opgeschreven dat het lijkt alsof James Brown met de lezer praat.

Zo is ook Browns eindoordeel over Amerika tweeslachtig. Het is het beste land ter wereld, maar als het om de raciale verhoudingen gaat, geeft hij de voorkeur aan Europa. In de oude wereld worden zwarten niet in getto's gezet, aldus Brown, en worden ze minder achtergesteld en klein gehouden dan in Amerika.

James Brown: I Feel Good. A Memoir of a Life of Soul. New American Library, 266 blz. €24,70