Hij had een vrouw, dat wisten de buren wel

Een oude man woonde twee jaar samen met zijn dode vrouw. Hoe kan het dat buren, welzijnsorganisaties en GG&GD dat niet wisten? ,,We hebben gewoon een lijk gemist. Daar moet je niet moeilijk over doen.''

Het was een schichtig type. Een oude man met een kort baardje. Schoof verlegen en weggedoken door de straat. Alpinopet op en fiets aan de hand. Ewoud Rouwenhorst zag hem geregeld voorbijkomen. Boodschappen aan het stuur. Dag buurman, zei hij dan. Twee à drie maanden geleden zag hij hem voor het laatst. Probeerde nog een grapje te maken, maar daar reageerde hij niet zo op. ,,Hij keek me vooral een beetje bang aan'', vertelt Rouwenhorst.

Twee weken geleden werd de 89-jarige P. Voitus van Hamme dood gevonden in zijn woning op drie hoog in de Dusartstraat, midden in de Amsterdamse wijk De Pijp. Hij bleek overleden aan een hartstilstand. In zijn woning trof de politie vervolgens het stoffelijk overschot aan van een vermoedelijk 95-jarige vrouw. De man had het stoffelijk overschot jaren bewaard, verpakt in plastic.

Voitus van Hamme had nauwelijks contact met buurtbewoners. Dat hij een vrouw had, wist men. Ze waren ooit getrouwd, gescheiden en later weer samen gaan wonen. Hij woonde op twee, zij op drie hoog. De laatste jaren hadden ze haar niet meer gezien. Ze zou wel in een verzorgingstehuis zitten, namen ze aan. Voitus van Hamme had zich wel eens in die richting uitgelaten.

Bij de Amsterdamse GG&GD was Voitus van Hamme ook bekend. René Zegerius van de afdeling Vangnet en Advies zegt dat de GG&GD de afgelopen jaren ,,verscheidene'' keren op bezoek is geweest. De laatste keer was vorige maand. De dienst ging op bezoek nadat er klachten waren binnengekomen van buurtbewoners. Maar niet over stank.

De man had de gewoonte om vanaf zijn balkon een reiger te voeren met piepkuikens. Ook andere beesten kwamen daar op af, zoals katten en ratten. Op de uitbouw van de winkel Amsterdam Scootercity, rechts onder het huis, bleven vaak dode kuikens liggen, zegt Ewoud Rouwenhorst van de winkel.

Maar de inspecteur hygiënische overlast van de GG & GD zag na bezoek geen reden om welke maatregel dan ook de te nemen, zegt Zegerius. De man is binnen geweest, natuurlijk. Het was rommelig, maar niet zodanig dat er ingegrepen moest worden. Een stoffelijk overschot heeft de inspecteur niet gezien. Maar dat het er toen al lag, dat is zeker, zegt Zegerius.

De Dusartstraat ligt midden in De Pijp. Een hippe wijk, tegen het centrum aan, met name bewoond door yuppen. Oude woningen uit 1900, die de laatste decennia gerenoveerd en getransformeerd zijn in appartementen van gemiddeld twee ton.

In Amsterdam spreek je wel meer buren niet, zegt een oud-buurman van Voitus van Hamme, die niet met zijn naam in de krant wil. Hij wil maar zeggen: in een grote stad gaan die dingen zo. ,,Iedereen gaat z'n eigen gang. Als je niet wilt dat mensen zich met je bemoeien, dan kun je anoniem zijn.'' Hij bewoonde een huis naast de man, maar gesproken heeft hij hem nooit. ,,Mijn vriendin woonde om de hoek en vanaf haar dakterras konden we zo naar binnen kijken. Zijn huis was helemaal donker.'' Dat de oude man een vrouw had, wist hij niet.

Toch kunnen ouderen niet volledig anoniem bestaan. Daar is Arthur Rebattu van welzijnsorganisatie Combiwel van overtuigd. Sinds 2002 gaat Combiwel op huisbezoek bij iedereen boven de 80. Een soort sociale controle, aan de hand van het bevolkingsregister, waarover de organisatie de beschikking heeft. De ouderen krijgen een brief met het tijdstip van bezoek. Komt er geen reactie dan gaat een medewerker er langs. Doen ze niet open, dan wordt er bij de buren aangebeld.

Voitus van Hamme kreeg in 2002, 2003 en 2004 een brief, zegt Rebattu. Maar hij vond bezoek niet nodig. ,,De man belde keurig af.'' Dat vindt Rebattu achteraf wel a-typisch. Mensen die de weg kwijt zijn bellen veelal niet af. Zo niet Voitus van Hamme. ,,Nee, zei hij, ik red me wel. Volgend jaar misschien. Stuur dan maar weer een brief.'' Combiwel had geen enkel signaal dat er iets mis was. Vorig jaar kregen ze van de man een keurig verhuisbericht. Dat hij van etage twee naar drie verkaste. Daar stond de vrouw geregistreerd.

Rebattu wist ook van haar bestaan af. Zij kreeg in 2002, 2003 en 2004 eveneens een uitnodiging van de welzijnsorganisatie. Ook die belde hij netjes af. ,,Hij stelde zich voor als echtpaar en zei dat het voor haar ook niet nodig was.'' Wel heeft hij volgens Rebattu tegen de GG&GD ooit gezegd dat zijn vrouw overleden was. Tot op de dag van vandaag staat de vrouw echter als levend te boek in het bevolkingsregister, zegt Rebattu ,,Logisch, niemand heeft haar ooit dood gemeld.''

Eind april trof de politie de man dood aan in de woning. Er was een melding binnengekomen dat de man niet meer opendeed, zegt een woordvoerder van de politie. Nadat een arts een natuurlijke doodsoorzaak had geconstateerd, kwamen er verhalen en geruchten dat er ook nog een vrouw zou wonen. De politie kon haar echter niet vinden in de woning. Ook buurtonderzoek leverde niet veel op. De politie ging te rade in het land van herkomst, een Oost-Europees land, of ze daar misschien in een verzorgingstehuis zat. Dat was niet het geval.

Uiteindelijk zette de politie een speurhond in en werd het stoffelijk overschot aangetroffen. In verregaande staat van ontbinding, zegt de politie, en hoogstwaarschijnlijk van de betreffende vrouw. Onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) moet daarover uitsluitsel geven.

Stadsdeelbestuurder Lieke Thesingh (Stadsdeel Oud-Zuid) wil overleggen met de betrokken diensten hoe ver controle moet gaan als er duidelijk sprake is van een sociaal isolement. Ook wil zij betere samenwerking. Want als Combiwel en de GG&GD de informatie hadden uitgewisseld, was er gebleken dat de vrouw op papier nog leefde, terwijl de man tegen de GG&GD al had gezegd dat ze dood was.

De GG&GD neemt zichzelf ook wel iets kwalijk. ,,We hebben gewoon een lijk gemist. Daar moet je niet moeilijk over doen'', geeft Zegerius toe.