Het beeld

Was er deze week dan niets anders te beleven op televisie dan de ontmaskering van Albert Speer (1905-1981)? Geert Mak verdedigde in Rondom tien (NCRV) de vergelijking van Submission met Der ewige Jude in zijn pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid. Wim Kok vertelde interviewster Ireen van Ditshuyzen dat hij als commissaris van ING vakbondsleden nog steeds recht in de ogen kon kijken. In Zembla (VARA) bleken sommige vmbo-leerlingen seksueel verward door de fantasieën over pimps en bitches in rapclips. Maar niets van dat alles kon ook maar in de schaduw staan van de zes uur televisie op het eerste Duitse net van Heinrich Breloer onder de titel Speer und Er. Het kost twaalf miljoen euro, maar dan heb je ook wat.

Het procédé van vermenging van fictie, documenten, archiefmateriaal en interviews vervolmaakten Breloer en zijn team in eerdere programma's over onder meer de RAF-moord op Schleyer, de familie Mann en voormalig SPD-fractievoorzitter Wehner. Dit keer werd langzaam maar gestaag alsnog de strop aangetrokken rond de nek van Speer, bouwmeester van het Derde Rijk en vanaf 1942 Hitlers bewapeningsminister. Tijdens het proces van Neurenberg had Speer aannemelijk weten te maken dat hij alleen als technocraat betrokken was geweest bij de nazi-misdaden en zelfs op het laatst geprobeerd had Hitler omver te werpen. Hij ontsprong de doodstraf, zat een detentie van twintig jaar uit en begon na vrijlating in 1966 aan zijn eigen rehabilitatie.

In een biografie door en televisiegesprekken met historicus Joachim Fest benadrukte Speer dat zijn vriendschap met Hitler vooral berustte op wat de Führer waarnam als hun gemeenschappelijke kunstenaarschap. Hitler kon het beter vinden met de fijnbesnaarde Speer dan met zijn maarschalken en gouwleiders. Ook vertelde Speer aan Fest dat hij over Auschwitz slechts zijdelings was geïnformeerd: ,,Ik was medeverantwoordelijk, omdat ik niet dóórvroeg.''

In een epiloog, getiteld Die Täuschung (De misleiding), laat Breloer geen spaan heel van de door zijn landgenoten in de jaren zeventig met sympathie overladen bestsellerauteur Speer. Al in 1941, nog voor zijn ministerschap, wezen de kaartenbakken van zijn kantoor aan welke Berlijnse joden gedeporteerd zouden worden, omdat hun huizen nodig waren voor nieuwbouw: de zogeheten Entmietung. Speer keek toe hoe dwangarbeiders stenen hakten voor de utopische hoofdstad Germania. En het Sonderprogramm prof. Speer plande tot in detail de bouw van Auschwitz, met specificatie van moffelovens, crematoria en Leichenkammer.

Het is een pijnlijke conclusie voor Fest, die moet toegeven dat Speer hem een rad voor ogen draaide. Het is nog erger voor Speers kinderen, die moedig hun medewerking verleenden aan dit louterende televisieritueel. De in 1940 geboren zoon Arnold zegt eerst zich niets van voor zijn vijfde te herinneren, maar voor Breloers camera's daagt in Berchtesgaden het beeld van een schommel. Wanneer maken wij eens zoiets over Srebrenica of een verder verleden?

www.speer-und-er.de