Het andere tekort

Dat de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van dit jaar blijkt te zijn gekrompen is weinig minder dan schokkend. Terwijl de indruk was ontstaan dat de weg omhoog eindelijk hervonden was, moet nu worden geconcludeerd dat het nog geruime tijd kan duren voordat de economie zijn kruissnelheid zal bereiken. De zeventien kwartalen van stagnatie die Nederland nu al doormaakt laten zich gezien de schade steeds meer vergelijken met de kortere, maar veel scherpere recessie van begin jaren tachtig.

Al eerder is geconstateerd dat het ontbreken van vertrouwen bij de burger een doorslaggevende factor is bij de achterblijvende groei. Dat er sprake zou zijn van bezorgdheid over de toekomst, en dat die zorgen zouden kunnen resulteren in terughoudend gedrag, was te voorzien. Er is voor recordbedragen bezuinigd, en een geleidelijke hervorming van de verzorgingsstaat brengt nu eenmaal onzekerheid met zich mee.

Zo'n vertrouwensbreuk had van voorbijgaande aard kunnen zijn, maar dreigt nu veel langer te gaan duren. Allereerst omdat er een neerwaartse spiraal kan ontstaan tussen de zorgen om de toekomst en de ontwikkeling van economie en werkgelegenheid twee tendensen die elkaar versterken. In zo'n situatie dreigen we nu te belanden. Ten tweede omdat het gebrek aan vertrouwen een steeds politieker dimensie krijgt naarmate het voortduurt.

Het is gangbaar dat een regering binnen haar mandaat van vier jaar impopulaire maatregelen neemt, in de verwachting aan het einde van de rit voldoende resultaat te kunnen laten zien om de kiezer alsnog te overtuigen van de juistheid van haar beleid. Dit dreigt het kabinet-Balkenende nu op twee fronten op te breken. Hoewel de volgende verkiezingen, begin 2007, nog ver weg lijken, dringt de tijd om de vruchten van het beleid te laten zien. Zeker als 2005 ook al een verloren jaar wordt.

Bovendien geeft het referendum over de Grondwet van de EU de kiezer ditmaal halverwege de rit een extra kans om zich uit te spreken. Of de keuze puur en alleen om het onderwerp, de Grondwet, zal gaan is altijd ongewis. Geenszins mag worden uitgesloten dat het kabinetsbeleid op de achtergrond een rol speelt. De halfhartigheid waarmee de `ja'-campagne op gang is gekomen illustreert de onzekerheid van de ploeg van Balkenende. Niet alleen is er de voor de hand liggende gedachte dat het onaantrekkelijk is campagne te voeren voor het kamp dat langzamerhand dreigt te gaan verliezen. Het vertrouwensgebrek van het publiek kan evengoed al zulke vormen hebben aangenomen dat een pervers effect dreigt: verliest de Grondwet meer stemmen naarmate het kabinet zich er openlijker achter opstelt?

Dat het vertrouwensdeficit zijn tol blijft eisen van de economische groei was al problematisch genoeg. Door het uitblijven van zichtbaar resultaat van het kabinetsbeleid lijkt het vertrouwensgebrek ook een steeds politieker dimensie te krijgen. Los van de discussie of de Europese Grondwet al dan niet een goed idee is, kan die daar het slachtoffer van worden.