`Grote kloof tussen rijk en arm'

Voor veel dertigers in Hongarije hield toetreding tot de EU de belofte in van vrij reizen en werken in het Westen. Een jaar later komt daar weinig van terecht.

,,Ik wil werkervaring opdoen in het Westen, een andere cultuur leren kennen. Ik ben een Europeaan, en ik doe voor niemand onder.''

Zo trots en vastbesloten had Simon Balász, een jonge chirurg uit Boedapest, geklonken, aan de vooravond van Hongarije's toetreding tot de EU op 1 mei 2004.

Balász was toen druk bezig met het zoeken naar een baan in een ziekenhuis in West-Europa. Op de vlucht voor de ,,corrupte gezondheidszorg'' in Hongarije waar Balász zijn ambities niet langer op een eerlijke manier waar kan maken.

,,De enige angst die ik heb,'' zei Balász toen, ,,is het isolement waarin we met onze kinderen in Rome, Parijs of Londen terechtkomen. Geen vrienden, geen familie, een vreemde taal.''

Een jaar later. Hongarije is inmiddels een volwaardige lidstaat. Maar Balász zit nog steeds in Boedapest. ,,De situatie in de gezondheidszorg is alleen maar verslechterd. Het systeem van onder-de-tafel betalen aan de dokter is nog altijd van kracht. Ik werk onder mijn niveau. Maar toch: zo makkelijk is het niet om je elders te vestigen.''

Voor de generatie van Balász (34) hield de Europese Unie lang een grote belofte in. De dertigers gingen naar school in communistisch Hongarije en studeerden af in een vrij land. Eindelijk konden ze dát gaan waarmaken waarvan hun ouders slechts durfden te dromen: vrij reizen en werken in Europa.

Uitbundig werd op het Heldenplein in Boedapest de toetreding gevierd, champagneflessen werden ontkurkt en de lucht boven de Donau kleurde rood van het vuurwerk. Sceptici, die twijfelden over de toekomst binnen de Unie, bevonden zich vooral onder de oudere generatie. Jongeren zagen de toetreding eerder als een kans om hun vleugels uit te slaan.

Maar daar komt in de praktijk weinig van terecht, zegt Zoltán Aszalós die in Boedapest een bureau heeft dat medische specialisten uitzendt naar West-Europa. Op zijn kantoor liggen de cd-roms `English for Doctors' opgestapeld. Aan de wand hangen landkaarten van Engeland en Scandinavië. Aszalós begon zijn bureau begin 2004, in de overtuiging dat hij na de toetreding van Hongarije veel artsen aan werk in West-Europese ziekenhuizen kon helpen. Door de aanhoudende crisis in de Hongaarse gezondheidszorg – achterstallig onderhoud, lage inkomens voor dokters die zich over de kop werken – liep het vanaf de start van zijn bedrijf storm. Plannen van de huidige socialistische regering om de gezondheidszorg te hervormen stuiten keer op keer op politieke weerstand. ,,Artsen verliezen hun geduld,'' zegt Aszalós. ,,Uit onderzoek blijkt dat ruim 70 procent van hen naar het buitenland wil. Maar slechts een enkeling voegt de daad bij het woord.''

Om in aanmerking te komen voor een baan in het buitenland moet een arts eerst een bewijs van correct ethisch gedrag aanvragen bij het ministerie van Gezondheidszorg. Daarna volgt de moeizame procedure van sollicitatie bij een ziekenhuis in West-Europa.

Aszalós: ,,De meeste vacatures staan open in industriële regio's in West-Europa waar lokale artsen liever niet werken. Daar kan ik voor een Hongaarse dokter wel een contract regelen. Maar echt beter word je daar niet van: de kosten van levensonderhoud liggen in West-Europa zó veel hoger dat een verhuizing relatief weinig oplevert.''

Vooral in Engeland, waarop Aszalós zich vanaf aanvang richtte, moeten de Hongaarse artsen concurreren met de instroom van artsen uit India en Pakistan. ,,Die komen zonder gezin, hebben er vaak al familie wonen en aarden gemakkelijker. De Hongaar is meer gewend aan zijn vertrouwde netwerk: de bevriende boekhouder doet de klus gratis, als jij voor niks zijn gebit oplapt. Dat is de Hongaarse mentaliteit. Dan is het plots schrikken in West-Europa.''

In een jaar tijd zond Aszalós een twintigtal artsen uit. ,,Het is me tegengevallen.'' Ook chirurg Balász schreef zich in bij zijn bureau. Tot op heden zonder resultaat. Aszalós: ,,Balász heeft drie kinderen, voor hem is het te laat.''

Europa biedt volgens Aszalós vooral kansen voor de jonge generatie die nu afstudeert. ,,Zij hebben geen traditie in het communistische verleden, ze spreken hun talen en hebben kans op een baan in de internationale gemeenschap. Opgaan in het grote Europa heeft de kloof tussen jong en oud, ofwel rijk en arm, alleen maar dieper gemaakt.''

Vierde deel van een korte serie over EU- landen een jaar na toetreding. Eerdere delen, over Tsjechië, Polen en Litouwen, verschenen op 2, 4 en 6 mei.