Goed kapseizen is een kunst

Al na twintig pagina's breekt de potloodpunt als je een uitroepteken wil zetten in de kantlijn van Tim Parks' nieuwe roman Rapids. En je denkt: het klopt, dit moest gebeuren, dit is zo'n boek waarbij van alles breekt, van het potlood dat de lezer houvast moet bieden tot en met de peddel waarmee de personages zich een weg banen over een kolkende rivier.

Na zijn briljante romans Europa, Destiny en Judge Savage gaat het er opnieuw onstuimig aan toe in het verteluniversum van de in Italië woonachtige Brit – vooral letterlijk onstuimig. De plaats van handeling van Rapids is namelijk de rivier de Aurina vlak bij een gletsjergebied in Noord-Italië. In die `liquid trap' gaat een groep van dertien Engelsen een weekje spelevaren onder begeleiding van de charismatische wereldverbeteraar Clive en zijn Italiaanse vriendin Michela. Al snel wordt duidelijk dat deze ervaring met `white water' voor elke deelnemer een andere betekenis en inzet heeft.

Voor de meeste jongeren in de groep is het een aanleiding om forse lol te trappen en hun bravoure te tonen. Voor de leider Clive is het een manier om zijn idealisme uit te venten en zijn respect voor de bedreigde natuur over te brengen aan de anderen. Michela daarentegen ziet het als een mogelijkheid om haar volgzaamheid jegens Clive te bewijzen totdat zij in vertwijfeling de rivier als nooduitgang gebruikt. De nuchtere Adam beschouwt de week op het wilde water als een manier om zijn techniek en zijn controle over de boot te verbeteren. En dan is er ook nog de verse weduwnaar en bankdirecteur Vince, voor wie deze expeditie een reinigingsritueel moet worden, zodat hij de ellende om zijn gestorven vrouw Gloria van zich afspoelt en tevens het contact met zijn meegenomen dochter Louise herstelt. Zo lijkt de Aurina soms op de Lethe, soms op de Styx of de Lorelei: een bron van vergetelheid, vertwijfeling of verlokking.

Sluw

Parks is sluw genoeg om de plaats van handeling ook op andere niveaus uit te buiten. De gedetailleerd en tegelijk met grote vaart en suspense beschreven taferelen op de rivier demonstreren de uiteenlopende levenshoudingen van de personages, waardoor het weerbarstige water een knetterend spanningsveld wordt. De compromisloze Clive bedwingt de rivier bijvoorbeeld door de methode `go with the flow', door het water niet te bevechten maar het te `lezen' en te begrijpen: `The key to survival is to be totally alert and totally relaxed at the same time.' De realist Adam vindt Clives overwegingen mythische flauwekul, met als gevolg heftige confrontaties. De rouwmoedige bankier Vince vecht meer met zichzelf. Uitgerekend hij beheerst de kunst van het kapseizen aanvankelijk niet, terwijl hij in het leven ernstig slagzij heeft gemaakt. Als hij kopje onder gaat in het water, slaagt hij er zelden in weer triomfantelijk de `roll' naar boven te maken. De metafoor `rivier = leven' ligt voor het oprapen.

Behalve als plotstuwend en metaforisch element fungeert de rivier in Parks roman ook als verteltechnische motor. Het verhaal kolkt van tegenwoordige naar verleden tijd, van de eerste persoon naar de derde persoon, van directe naar indirecte rede, terwijl de als een stream of consciousness weergegeven gedachten samenvloeien met beschrijvingen en dialogen. Daarnaast heeft het ritme van de zinnen net zo'n stuwkracht als de verraderlijke Aurina. Het is alsof je als lezer ook in een kajak zit en tussen rotsen en takken door kronkelt en glijdt, nu eens stroomafwaarts, dan weer stroomopwaarts, beurtelings versnellend en stokkend.

Waterig

Toch dienen hierbij kanttekeningen te worden gemaakt, ditmaal met een potlood dat niet breekt. Hoe mooi deze vertelmethode ook aansluit bij de plaats van handeling en de handelingen zelf, ze verschilt niet veel van de schrijfstijl die Parks in zijn laatste drie romans bezigde. En: ze is hier minder meeslepend, minder hypnotisch, minder ademberovend. Misschien werkt de weerspannigheid minder vanwege het feit dat alle niveaus zo keurig in elkaar grijpen, waardoor het verhaal soms gekunsteld aandoet. Maar de voornaamste reden dat deze roman je minder bij de keel grijpt is waarschijnlijk gelegen in Parks beslissing om verschillende personages te volgen, terwijl hij in zijn eerdere romans steeds op de existentiële crisis van één hoofdpersoon inzoomde. De worstelingen en de verlangens blijven nu een beetje, ja, waterig, totdat het vertelperspectief zich vernauwt (parallel aan de rivier die zich op de laatste dag van het avontuur versmalt tot een `gorge', boordevol stroomversnellingen) tot de troebelen van Vince, die heen en weer geslingerd wordt tussen plichtsbewustzijn, neigingen tot rebellie, twijfels aan de oprechtheid van zijn overleden vrouw, lustgevoelens en pijn. Op de woeste golfslag van de rivier raken zijn solide overtuigingen ontwricht, maar tegelijkertijd ervaart hij een staat van genade, van luciditeit, die mogelijk tot een catharsis leidt. De vraag is: gooit hij het roer om en gaat hij een nieuwe koers varen? Parks laat die vraag onbeantwoord en gelukkig is hij ook niet zo expliciet in zijn beeldspraak. Maar de volgende keer doet hij er wel goed aan om zijn stenen niet in verschillende, deels reeds woeste wateren te gooien, maar uitsluitend in de rimpelloze vijver van een nietsvermoedende man.

Tim Parks: Rapids. Secker & Warburg, 246 blz. €22,95