Geef dat kind toch gewoon een potje

Jonge moeders worden achtervolgd door het beeld van de in alles perfecte `supermom'. Het gevolg is aanhoudende vermoeidheid en een terugkerend schuldgevoel. Dat moet afgelopen zijn, schrijft Judith Warner. En de vader kan best wat méér doen.

`Ben ik wel een leuke moeder?', kopt een Nederlands tijdschrift voor jonge ouders deze maand. Het is koren op de molen van de Amerikaanse journaliste Judith Warner, die in haar boek Perfect madness. Motherhood in the age of anxiety betoogt dat moeders tegenwoordig worden verteerd door twijfel en schuldgevoel: `Doe ik het allemaal wel goed?' Complete waanzin, vindt Warner, die een prikkelend neo-feministisch betoog voert. Volgens haar staat het huidige perfectionisme rond het moederschap (`the Mommy Religion') de vrouwenemancipatie in de weg.

Warners boek maakt deel uit van een golf boeken over de tobberige moderne ouder. In autobiografieën (`momoirs') beschrijven jonge moeders als Rachel Cusk (A life's work: on becoming a mother, 2001) hoe het moederschap hun veel zwaarder viel dan verwacht. Socioloog Frank Furedi noemt de ouders van nu in Paranoid parenting. Why ignoring the experts may be best for your child (2001) overbezorgd. Deskundigen zouden hen een buitensporige angst hebben aangepraat voor gevaren als pedofielen en wiegendood. Susan Douglas en Meredith Michaels wijzen in (The mommy myth. The mass media and the rise of the new momism, 2004) met een beschuldigende vinger naar de media. Die creërden een absurd ideaalbeeld van het moederschap door artikelen over slanke, succesvolle `celebrity moms' en `oermoeders' die hun kinderen borstvoeding geven minstens tot aan de kleuterschool.

Perfect madness kreeg in de Amerikaanse media veel aandacht, mede doordat het de elementen uit andere `mommy lit' weet te combineren. Warners eigen ervaringen als jonge moeder vloeien samen met een analyse van de media en de geschiedenis van opvoedkundige inzichten. Daarbij kreeg haar boek een extra lading doordat in Amerika het aantal werkende vrouwen met kleine kinderen onlangs voor het eerst sinds jaren begon te dalen, van 59 naar 55 procent. Misschien was er écht iets aan de hand met de Amerikaanse jonge moeder.

Slaaptekort

Haar eigen dochtertjes kreeg Warner in Frankrijk, waar ze werk en gezin zonder problemen wist te combineren. `Guilt just wasn't in the air', schrijft ze. Eenmaal terug in Amerika werd ze getroffen door het contrast. Uitgeputte moeders sleepten hun peuters van zwemles naar spraaktherapie, beconcurreerden elkaar met opgetuigde verjaarspartijtjes en leden ondertussen aan chronisch slaaptekort. Dat was de prijs van `attachment parenting'. Kinderen 's nachts laten huilen zou slecht zijn voor het gevoel van veiligheid en hechting. Beter was ze in het echtelijk bed te laten slapen, totdat ze zélf aangaven een eigen bedje te willen. Dat bleek lang te kunnen duren.

Om erachter te komen waar de overspannen moederschapscultuur vandaan komt, interviewde Warner honderdvijftig vrouwen, meerendeels blank, hoogopgeleid en afkomstig uit de middenklasse van Washington. Ze ontdekte dat veranderende pedagogische inzichten deel waren van het probleem. Moeders uit de jaren zestig geloofden in de theorieën van dr. Spock, die pleitte voor `loving neglect' van het kind. Penelope Leach, momenteel hét grote opvoedingsicoon, populariseerde de theorieën van psychiater John Bowlby over de schadelijkheid van `verlatingsangst' in de vroege levensjaren. Niet de ouder, maar het kind staat nu centraal.

De theorieën van Leach vielen in vruchtbare aarde, denkt Warner. Jonge moeders wierpen zich graag en massaal op het `perfecte' moederschap – uit pure frustratie. De door Warner geïnterviewde twijfelende moeders waren namelijk vooral boos. Ooit waren ze vrijgevochten `meiden' van de jaren tachtig. Aangemoedigd door ouders en overheidsspotjes om een bèta-studie te kiezen en carrière te maken, dachten ze dat de wereld voor ze openlag. Maar de samenleving bleek een stuk minder geëmancipeerd dan verwacht. Hun werkgevers gaven de belangrijke banen toch liever aan jonge mannen. En hun echtgenoten, officieel voorstanders van het co-ouderschap, hielden zich verre van spuitluiers en brakende peuters. Liever snelden ze naar hun fulltime baan.

Om toch ergens controle over te hebben, probeerden de jonge moeders zichzelf om te vormen tot `supermom'. Ze zouden hun woede beter naar buiten kunnen richten, denkt Warner. Bijvoorbeeld door te pleiten voor betere ouderschapsregelingen en betaalbare crèches. Warner is geen klassieke mannen-hater. Ze is ook kritisch tegenover de moeders zélf. Die moeten eens ophouden zich zo `klein' te maken en elkaar af te kammen. Zelfs feministen van de oude stempel krijgen ervan langs. Hun betoog dat vrouwen door het `glazen plafond' heen moeten breken, maakt vrouwen alleen maar onzeker. Verreweg de meeste vrouwen willen een deeltijdbaan, aldus Warner, of thuisblijven bij de kinderen.

In Amerika kreeg Perfect madness de terechte kritiek dat het de luxeproblematiek van een beperkte bevolkingsgroep behandelt. Toch is Warners pleidooi voor betere ouderschapsvoorzieningen relevant voor alle Amerikaanse vrouwen. Betaald zwangerschapsverlof is daar vooralsnog niet meer dan een luchtspiegeling. Veertig procent van alle werkende vrouwen heeft niet eens de garantie dat ze na haar verlof haar baan terugkrijgt. Slechts vijf procent van alle werkgevers levert een bijdrage in de kinderopvang.

In Nederland zijn de voorzieningen gelukkig beter. Toch is Warners schets van het schuldbewuste getwijfel onder moeders ook hier treffend. Werkende moeders voelen zich schuldig dat ze hun kind te weinig zien. `Schuldgevoel, altijd druk, en MOE!', zo beschrijft één van hen haar leven. Thuisblijfmoeders voelen zich op hun beurt weer schuldig omdat ze zo `ouderwets' thuiszitten. Er wordt getobt over het aantal uren dat een kind televisie mag kijken, het dieet en gewicht van het kind, en diens sociale en emotionele ontwikkeling.

Getob

Dit grote getob is wellicht ten dele verkapte boosheid over de structurele ongelijkheid tussen man en vrouw, maar lijkt toch vooral een logisch gevolg van sociale veranderingen. Sinds de jaren zestig is er steeds meer keuze ontstaan voor jonge ouders in het kiezen van opvoedingsstijlen, nu kerken, buren, grootouders en leraren zich er minder mee bemoeien en het aantal pedagogische theorieën almaar groeit. Die toegenomen keuzevrijheid leidt tot twijfel.

Bovendien hebben zich de afgelopen decennia in de westerse wereld aardverschuivingen voorgedaan in de verhoudingen tussen de seksen en in de arbeidsparticipatie van vrouwen. In Nederland bijvoorbeeld werkte in 1960 slechts vier procent van de gehuwde vrouwen buiten de deur. In 2003 nam 55 procent van alle Nederlandse vrouwen deel aan het arbeidsproces. Het aandeel vrouwen dat haar baan opzegt na de geboorte van het eerste kind is sterk gedaald, van een kwart in 1997 naar tien procent in 2003.

Daarmee is het emancipatieproces hier nog niet voltooid. Nederlandse vrouwen werken veel minder uren dan mannen, het huishouden komt nog steeds grotendeels op hun schouders terecht en het zijn meestal de vrouwen die ervoor opdraaien als een ziek kind uit de crèche moet worden opgehaald. Ingesleten patronen veranderen immers langzaam. Zoals een Nederlandse vrouw op een internet-forum voor jonge ouders schrijft: ,,Hoewel mijn partner en ik ieder vier dagen per week werken, krijg ik heel wat commentaar dat ik zoveel werk en vindt men het fantastisch dat hij óók een dag `oppast'.''

Voor een succesvol vervolg van het emancipatieproces is het vooral nodig, aldus Warner, dat het moederschap wordt ontdaan van de loodzware morele lading die het nu al decennialang heeft, alsof het welzijn van het kind er vooral van afhangt of zij het wel `goed' doet. Het is tijd om het eens te hebben over de `dilemma's' en `prioriteiten' van jonge vaders. En het is tijd dat moeders al die bladen en boeken eens laten liggen in de winkel, hun kind lekker neerzetten voor de video met een potje Olvarit en ophouden zichzelf en elkaar met argusogen te bestuderen.

Judith Warner: Perfect madness. Motherhood in the age of anxiety. Penguin, 336 blz. €23,–